Godsdienst
3.1 - Christenen in Rome
Deel van de bevolking van Rome kwam uit andere delen van het Romeinse rijk:
Zoals Klein-Azië, Palestina en Egypte → Zij brachten andere culturen en godsdiensten mee.
→ Ze mochten hun eigen goden vereren maar moesten wel de Romeinse goden en wetten
respecteren en de keizer als goddelijke heerser gehoorzamen.
Nieuwe religies in Rome:
Sommige van die godsdiensten waren populair bij de romeinse bevolking zoals die van de Egyptische
godin Isis (godin van de vruchtbaarheid en landbouw). Voor het begin van onze jaartelling was er voor
haar al een tempel.
→ Wordt vaak afgebeeld met zoon Horus op schoot.
De Perzische god Mithras was populair bij Romeinse soldaten. Zij werden gedoopt met het bloed van
een stier. Deze wordt gedood door de hals door te snijden op een planken vloer boven een put →
Dopeling staat in de put.
Volgens gelovigen had het bloed een reinigende kracht.
Ze aten tijdens de heilige maaltijd brood en wijn → worden 1 met hun god.
→ Mithras schenkt bevrijding van kwade op aarde en hoop op voortleven na de dood.
Christenen stonden over het algemeen goed bekend in de bevolking maar er was ook wel eens kritiek
en onbegrip.
Eerste christenen in problemen:
Kregen kritiek van de Romeinse overheid → Christenen weigerden verplichte offers te brengen voor
het beeld van de keizer. Overheid kreeg hierdoor het gevoel dat Christenen niet solidair waren met
andere burgers van het Romeinse rijk.
→ Werd steeds erger want sommige Christenen wilden niet: in leger, naar theater of arena. Ze
vonden dat dat in strijd was met hun geloof en leefregels.
Sommige politieke leiders zagen deze levenshouding als aantasting van gezag en bedreiging voor de
samenhang in het Romeinse rijk.
Veel Christenen hielden toch vast aan hun geloof → waren bereid als martelaar te sterven. Want God
wekt hen op uit de dood en geeft hen een plaats in de hemel. Veel verhalen van martelaren (heiligen)
worden nog steeds doorverteld onder de Christenen. → Sterfdag wordt herdacht, graven worden
bezocht.
Een kledingstuk/persoonlijk voorwerp van een heilige heet een relikwie.
Martelaren:
➢ Apollonia van Alexandrië: werd gefolterd, tanden uit mond getrokken. Stierf op brandstapel.
(Pleun en Pol)
➢ Catharina van Alexandrië: bekeerde 50 griekse filosofen tot christendom. Gemarteld op wiel
met scherpe punten. (Trijnie en Rinus)
➢ Lucia van Syracuse: weigerde voor de keizer te offeren. Gedood met zwaard, ogen werden
uitgestoken. (Lucy en Luuk)
➢ Apostel Andreas: in Griekenland gedood aan X-vormig kruis. (Driesje en André)
➢ Laurentius: besteedde geld van kerk aan armen. Gemarteld op gloeiend rooster. (Laura en
Lars)
➢ Apostel Petrus: gekruisigd met hoofd naar beneden, wilde niet als Jezus sterven. (Petra en
Piet)
3.1 - Christenen in Rome
Deel van de bevolking van Rome kwam uit andere delen van het Romeinse rijk:
Zoals Klein-Azië, Palestina en Egypte → Zij brachten andere culturen en godsdiensten mee.
→ Ze mochten hun eigen goden vereren maar moesten wel de Romeinse goden en wetten
respecteren en de keizer als goddelijke heerser gehoorzamen.
Nieuwe religies in Rome:
Sommige van die godsdiensten waren populair bij de romeinse bevolking zoals die van de Egyptische
godin Isis (godin van de vruchtbaarheid en landbouw). Voor het begin van onze jaartelling was er voor
haar al een tempel.
→ Wordt vaak afgebeeld met zoon Horus op schoot.
De Perzische god Mithras was populair bij Romeinse soldaten. Zij werden gedoopt met het bloed van
een stier. Deze wordt gedood door de hals door te snijden op een planken vloer boven een put →
Dopeling staat in de put.
Volgens gelovigen had het bloed een reinigende kracht.
Ze aten tijdens de heilige maaltijd brood en wijn → worden 1 met hun god.
→ Mithras schenkt bevrijding van kwade op aarde en hoop op voortleven na de dood.
Christenen stonden over het algemeen goed bekend in de bevolking maar er was ook wel eens kritiek
en onbegrip.
Eerste christenen in problemen:
Kregen kritiek van de Romeinse overheid → Christenen weigerden verplichte offers te brengen voor
het beeld van de keizer. Overheid kreeg hierdoor het gevoel dat Christenen niet solidair waren met
andere burgers van het Romeinse rijk.
→ Werd steeds erger want sommige Christenen wilden niet: in leger, naar theater of arena. Ze
vonden dat dat in strijd was met hun geloof en leefregels.
Sommige politieke leiders zagen deze levenshouding als aantasting van gezag en bedreiging voor de
samenhang in het Romeinse rijk.
Veel Christenen hielden toch vast aan hun geloof → waren bereid als martelaar te sterven. Want God
wekt hen op uit de dood en geeft hen een plaats in de hemel. Veel verhalen van martelaren (heiligen)
worden nog steeds doorverteld onder de Christenen. → Sterfdag wordt herdacht, graven worden
bezocht.
Een kledingstuk/persoonlijk voorwerp van een heilige heet een relikwie.
Martelaren:
➢ Apollonia van Alexandrië: werd gefolterd, tanden uit mond getrokken. Stierf op brandstapel.
(Pleun en Pol)
➢ Catharina van Alexandrië: bekeerde 50 griekse filosofen tot christendom. Gemarteld op wiel
met scherpe punten. (Trijnie en Rinus)
➢ Lucia van Syracuse: weigerde voor de keizer te offeren. Gedood met zwaard, ogen werden
uitgestoken. (Lucy en Luuk)
➢ Apostel Andreas: in Griekenland gedood aan X-vormig kruis. (Driesje en André)
➢ Laurentius: besteedde geld van kerk aan armen. Gemarteld op gloeiend rooster. (Laura en
Lars)
➢ Apostel Petrus: gekruisigd met hoofd naar beneden, wilde niet als Jezus sterven. (Petra en
Piet)