Nederland in de twintigste eeuw
Hoofdstuk 1. Inleiding
1917: pacificatie > kwam vreedzaam tot stand in Nederland.
Algemeen mannenkiesrecht ingevoerd en voor vrouwen grondwettelijk mogelijk gemaakt.
Schoolstrijd tussen confessionelen en liberalen kwam ten einde: door financiële gelijkstelling
van christelijk en neutraal onderwijs.
De vergissing van Troelstra 1918:
Pieter Jelles Troelstra onderneemt een halfslachtige poging tot revolutie door ook in Nederland de
‘staatsmacht’ voor arbeidersbewegingen op te eisen. > zelfs in eigen partij weinig steun.
1946: Partij Van De Arbeid trad aan
Had als doel om een ‘doorbraak’ in de verzuilde politieke structuur te forceren > was niet
succesvol.
Tweede helft van de jaren ’60: duidelijke breuk in Nederlandse politieke geschiedenis > Nederland
ontzuilde.
Christendemocratische partijen verloren verkiezingen, maar bleven centrum van macht: zonder hun
medewerking geen meerderheidsregering.
1970-1993: katholieken en protestanten hadden altijd zitting gehad in de regering.
1994: Wim Kok wordt premier van een ‘paars’ kabinet (PVDA, VVD en D66).
2002: christendemocraten kwamen weer in de regering.
Abraham Kuyper: formuleerde in de late 19e eeuw de leer van de ‘antithese’:
Katholieken en protestanten dienden hun onderlinge tegenstellingen terzijde te schuiven als
het geloofsleven in geding was.
Tijdens de schooltijd sprake van mariage de raison:
Katholieken en protestanten staan op veel andere terreinen tegenover elkaar. En
samenwerking op regeringsniveau verliep moeilijk.
1939: sociaaldemocraten worden tot regering toegelaten na een tijd als het ‘rode gevaar’ bekend te
staan.
1918-1939: Nederland had 10 regeringen in deze periode, veel langdurige kabinetscrises en
moeizame regeringsvormingen.
1918: eerste katholieke minister-president.
Hoofdstuk 1. Inleiding
1917: pacificatie > kwam vreedzaam tot stand in Nederland.
Algemeen mannenkiesrecht ingevoerd en voor vrouwen grondwettelijk mogelijk gemaakt.
Schoolstrijd tussen confessionelen en liberalen kwam ten einde: door financiële gelijkstelling
van christelijk en neutraal onderwijs.
De vergissing van Troelstra 1918:
Pieter Jelles Troelstra onderneemt een halfslachtige poging tot revolutie door ook in Nederland de
‘staatsmacht’ voor arbeidersbewegingen op te eisen. > zelfs in eigen partij weinig steun.
1946: Partij Van De Arbeid trad aan
Had als doel om een ‘doorbraak’ in de verzuilde politieke structuur te forceren > was niet
succesvol.
Tweede helft van de jaren ’60: duidelijke breuk in Nederlandse politieke geschiedenis > Nederland
ontzuilde.
Christendemocratische partijen verloren verkiezingen, maar bleven centrum van macht: zonder hun
medewerking geen meerderheidsregering.
1970-1993: katholieken en protestanten hadden altijd zitting gehad in de regering.
1994: Wim Kok wordt premier van een ‘paars’ kabinet (PVDA, VVD en D66).
2002: christendemocraten kwamen weer in de regering.
Abraham Kuyper: formuleerde in de late 19e eeuw de leer van de ‘antithese’:
Katholieken en protestanten dienden hun onderlinge tegenstellingen terzijde te schuiven als
het geloofsleven in geding was.
Tijdens de schooltijd sprake van mariage de raison:
Katholieken en protestanten staan op veel andere terreinen tegenover elkaar. En
samenwerking op regeringsniveau verliep moeilijk.
1939: sociaaldemocraten worden tot regering toegelaten na een tijd als het ‘rode gevaar’ bekend te
staan.
1918-1939: Nederland had 10 regeringen in deze periode, veel langdurige kabinetscrises en
moeizame regeringsvormingen.
1918: eerste katholieke minister-president.