THEMA 1: VROEGE ONTWIKKELING
Van dag 0 tot week 4
Bevruchting- week 1
Een zaadcel (spermatozoön) bestaat uit:
· Kop: kern, acrosoom met hydrolytische enzymen
· Middenstuk: mitochondriën
· Staart: eiwitten, o.a. dyneïne die ATP omzetten in motorische energie
à De productie van zaadcellen vindt plaats in de testis en start tijdens de puberteit.
Per leven worden ongeveer 1013 zaadcellen geproduceerd.
De eicel (oöcyt) bestaat uit:
· Corona radiata bestaande uit voedings- en steuncellen
· Zona pellucida
· Kern en cytoplasma
à De productie van oöcyten vindt plaats in het ovarium en start voor de geboorte.
Bij de geboorte bevat een vrouw al ongeveer 2 miljoen primaire oöcyten, in de
puberteit zijn dit er nog ± 40.000. Bevruchting vindt vaak plaats in de ampulla.
Het transport van zaadcellen naar eicellen wordt
gestimuleerd door chemotactische signalen en warmte.
De zaadcel ondergaat capacitatie in de tuba uterina.
· Veranderingen in membraan samenstelling
· Deblokkering van receptoren op de zaadcel
· Hyperactiviteit
Eicel-zaadcel interactie
1. De zaadcel moet binden aan de zona pellucida
à eiwit ZP3 speelt een belangrijke rol
2. Eiwit ZP3 initieert de acrosoom reactie
à vrijkomen van acrosomale enzymen uit het
acrosoom van de zaadcel
à zona pellucida wordt afgebroken (meerdere zaadcellen zijn hiervoor nodig)
à zaadcel kan binden aan de membraan van de eicel
3. Penetratie door zona pellucida
4. Fusie van plasmamembranen, reactie van eicel door corticale reactie
à uit corticale granulae komen enzymen vrij die het eiwit ZP3 in de zona
pellucida modificeren
à zona reactie: zaadcellen die gebonden zijn aan de zona laten los en
nieuwe zaadcellen kunnen niet meer binden
5. Kern zaadcel in cytoplasma eicel
à pronucleus zaadcel versmelt met pronucleus eicel
, THEMA 1: VROEGE ONTWIKKELING
Van dag 0 tot week 4
Kortom:
Capacitatie → binding aan de zona pellucida → acrosoomreactie →
corticale reactie → zonareactie
Resultaat bevruchting:
· Meiose II wordt afgemaakt
· Herstel 2n
· Bepaling geslacht
· Metabole activatie eicel
· Initiatie ontwikkeling (dag 1)
POLYSPERMIE
Polyspermie is de situatie waarbij 2 of meer zaadcellen 1 eicel bevruchten. Er kan
dan triploïdie of multiploïdie optreden wat tevens een molazwangerschap kan
veroorzaken. Polyspermie wordt voorkomen door zowel de corticale als de zona
reactie.
ZONA PELLUCIDA
De zona pellucida kent verschillende functies:
· Preventie nidatie in tuba uterina
· Preventie polyspermie
· Filterfunctie embryo
· Houdt blastomeren bij elkaar in klievingsdelingen
· Initieert acrosoom reactie
, THEMA 1: VROEGE ONTWIKKELING
Van dag 0 tot week 4
Zygote tot vorming 2-lagige kiemschijf - week 2
Ongeveer 30 uur na de bevruchting zal de zygote zal klievingsdelingen ondergaan.
De cellen die ontstaan heten blastomeren en worden hierdoor steeds kleiner, want
het cytoplasma neemt niet toe. De eerste klievingsdeling vindt plaats in aansluiting
op de versmelting van de beide pronucleï en leidt tot de vorming van een twee-
cellig embryo. Als na 3 dagen 12-16 cellen zijn ontstaan spreken we van een morula
(moerbei). Na 4-5 dagen ontstaat er een holte in het centrum van de morula. De
vrucht wordt dan blastocyste genoemd en de holte blastocoel of blastulaholte. De
cellen die aan de buitenzijde van de blastocyste liggen zijn afgeplat en ze zijn
daardoor te onderscheiden van de cellen die meer centraal liggen. De blastocyst is
ongeveer ontstaan als het embryo bij de uterus aankomt.
De blastocyst bestaat uit:
1. Embryoblast
à epiblast (met amnionholte, wordt embryo)
à hypoblast (wordt dooierzak)
2. Zona pellucida
3. Trofoblast à cytotrofoblast, syncytiotrofoblast
4. Blastulaholte/blastocoel
Embryoblast cellen à pluripotent (geen trofoblast meer worden, dit wordt tegen
gehouden door het hormoon dif uit trofoblaten)
Blastomeren à toti/omnipotent (kunnen nog alles worden)
Zolang de zona pellucida bestaat, kan het embryo niet innestelen. Het embryo zal
uit de zona pellucida 'ontsnappen', dit wordt ook wel hatching genoemd. Rond dag
5-6 is er een blastocyst gevormd die zich gaat innestelen (nideren of implanteren).
Dit wordt nidatie genoemd en is voltooid als er een sluitplug zichtbaar is.
De trofoblasten zullen snel gaan delen en op een gegeven moment gaat het te snel
en ontstaat er tumorachtig weefsel (heel invasief). Dat tumorachtige gedeelte wordt
uiteindelijk de syncytiotrofoblast genoemd. Het normale gedeelte (d.w.z. cellen zijn
normaal van elkaar te onderscheiden) van de trofoblast de cytotrofoblast. In de
syncytiotrofoblast zullen op een gegeven moment lacunae ontstaan.
De cellen van de hypoblast zullen de blastocystholte gaan bekleden, dit wordt het
membraan van Heuser genoemd. Zodra het membraan geheel de blastocystholte
bekleed, spreekt men van een dooierzak.
Van dag 0 tot week 4
Bevruchting- week 1
Een zaadcel (spermatozoön) bestaat uit:
· Kop: kern, acrosoom met hydrolytische enzymen
· Middenstuk: mitochondriën
· Staart: eiwitten, o.a. dyneïne die ATP omzetten in motorische energie
à De productie van zaadcellen vindt plaats in de testis en start tijdens de puberteit.
Per leven worden ongeveer 1013 zaadcellen geproduceerd.
De eicel (oöcyt) bestaat uit:
· Corona radiata bestaande uit voedings- en steuncellen
· Zona pellucida
· Kern en cytoplasma
à De productie van oöcyten vindt plaats in het ovarium en start voor de geboorte.
Bij de geboorte bevat een vrouw al ongeveer 2 miljoen primaire oöcyten, in de
puberteit zijn dit er nog ± 40.000. Bevruchting vindt vaak plaats in de ampulla.
Het transport van zaadcellen naar eicellen wordt
gestimuleerd door chemotactische signalen en warmte.
De zaadcel ondergaat capacitatie in de tuba uterina.
· Veranderingen in membraan samenstelling
· Deblokkering van receptoren op de zaadcel
· Hyperactiviteit
Eicel-zaadcel interactie
1. De zaadcel moet binden aan de zona pellucida
à eiwit ZP3 speelt een belangrijke rol
2. Eiwit ZP3 initieert de acrosoom reactie
à vrijkomen van acrosomale enzymen uit het
acrosoom van de zaadcel
à zona pellucida wordt afgebroken (meerdere zaadcellen zijn hiervoor nodig)
à zaadcel kan binden aan de membraan van de eicel
3. Penetratie door zona pellucida
4. Fusie van plasmamembranen, reactie van eicel door corticale reactie
à uit corticale granulae komen enzymen vrij die het eiwit ZP3 in de zona
pellucida modificeren
à zona reactie: zaadcellen die gebonden zijn aan de zona laten los en
nieuwe zaadcellen kunnen niet meer binden
5. Kern zaadcel in cytoplasma eicel
à pronucleus zaadcel versmelt met pronucleus eicel
, THEMA 1: VROEGE ONTWIKKELING
Van dag 0 tot week 4
Kortom:
Capacitatie → binding aan de zona pellucida → acrosoomreactie →
corticale reactie → zonareactie
Resultaat bevruchting:
· Meiose II wordt afgemaakt
· Herstel 2n
· Bepaling geslacht
· Metabole activatie eicel
· Initiatie ontwikkeling (dag 1)
POLYSPERMIE
Polyspermie is de situatie waarbij 2 of meer zaadcellen 1 eicel bevruchten. Er kan
dan triploïdie of multiploïdie optreden wat tevens een molazwangerschap kan
veroorzaken. Polyspermie wordt voorkomen door zowel de corticale als de zona
reactie.
ZONA PELLUCIDA
De zona pellucida kent verschillende functies:
· Preventie nidatie in tuba uterina
· Preventie polyspermie
· Filterfunctie embryo
· Houdt blastomeren bij elkaar in klievingsdelingen
· Initieert acrosoom reactie
, THEMA 1: VROEGE ONTWIKKELING
Van dag 0 tot week 4
Zygote tot vorming 2-lagige kiemschijf - week 2
Ongeveer 30 uur na de bevruchting zal de zygote zal klievingsdelingen ondergaan.
De cellen die ontstaan heten blastomeren en worden hierdoor steeds kleiner, want
het cytoplasma neemt niet toe. De eerste klievingsdeling vindt plaats in aansluiting
op de versmelting van de beide pronucleï en leidt tot de vorming van een twee-
cellig embryo. Als na 3 dagen 12-16 cellen zijn ontstaan spreken we van een morula
(moerbei). Na 4-5 dagen ontstaat er een holte in het centrum van de morula. De
vrucht wordt dan blastocyste genoemd en de holte blastocoel of blastulaholte. De
cellen die aan de buitenzijde van de blastocyste liggen zijn afgeplat en ze zijn
daardoor te onderscheiden van de cellen die meer centraal liggen. De blastocyst is
ongeveer ontstaan als het embryo bij de uterus aankomt.
De blastocyst bestaat uit:
1. Embryoblast
à epiblast (met amnionholte, wordt embryo)
à hypoblast (wordt dooierzak)
2. Zona pellucida
3. Trofoblast à cytotrofoblast, syncytiotrofoblast
4. Blastulaholte/blastocoel
Embryoblast cellen à pluripotent (geen trofoblast meer worden, dit wordt tegen
gehouden door het hormoon dif uit trofoblaten)
Blastomeren à toti/omnipotent (kunnen nog alles worden)
Zolang de zona pellucida bestaat, kan het embryo niet innestelen. Het embryo zal
uit de zona pellucida 'ontsnappen', dit wordt ook wel hatching genoemd. Rond dag
5-6 is er een blastocyst gevormd die zich gaat innestelen (nideren of implanteren).
Dit wordt nidatie genoemd en is voltooid als er een sluitplug zichtbaar is.
De trofoblasten zullen snel gaan delen en op een gegeven moment gaat het te snel
en ontstaat er tumorachtig weefsel (heel invasief). Dat tumorachtige gedeelte wordt
uiteindelijk de syncytiotrofoblast genoemd. Het normale gedeelte (d.w.z. cellen zijn
normaal van elkaar te onderscheiden) van de trofoblast de cytotrofoblast. In de
syncytiotrofoblast zullen op een gegeven moment lacunae ontstaan.
De cellen van de hypoblast zullen de blastocystholte gaan bekleden, dit wordt het
membraan van Heuser genoemd. Zodra het membraan geheel de blastocystholte
bekleed, spreekt men van een dooierzak.