De opgenomen begrippen worden in het CE bekend verondersteld en worden daarin dus
zonder toelichting gebruikt.
Betogende tekst (betoog)
Een tekst of tekstgedeelte waarin de schrijver of spreker een
beargumenteerd standpunt inneemt.
Het betoog heeft als doel de lezer van het standpunt te
overtuigen.
Beschouwende tekst (beschouwing)
Een tekst of tekstgedeelte waarin de schrijver of spreker
interpretaties, verklaringen en opinies ter overweging aanbiedt.
De beschouwing heeft als doel de lezer over een kwestie te laten
nadenken. Een beschouwing kan ook de argumenten voor en
tegen een of meer standpunten behandelen, maar is er niet op
gericht de lezer voor een van die standpunten te winnen.
Uiteenzettende tekst (uiteenzetting)
Een tekst of tekstgedeelte waarin de schrijver of spreker iets
uitlegt, beschrijft, verklaart of meedeelt.
De uiteenzetting heeft als doel de lezer te informeren over een
stand van zaken of gang van zaken.
Standpunt
Een uitspraak die op twijfel of tegenspraak stuit of zou kunnen
stuiten volgens de schrijver of spreker. Ook: stelling(name),
bewering, mening. Een standpunt kan in een tekst impliciet zijn:
dat wil zeggen dat het standpunt niet in de tekst is geformuleerd
maar er wel uit afgeleid kan worden.
Argument
Een uitspraak waarmee een schrijver of spreker een standpunt
onderbouwt.
Een argument dient om het standpunt aanvaardbaar of
aanvaardbaarder te maken; de bedoeling ervan is de twijfelaars of
tegenstanders te overtuigen van het standpunt.
Tegenargument
Een uitspraak waarmee een schrijver of spreker een standpunt of
een argument probeert te weerleggen of te ontkrachten.
Een tegenargument dient om een standpunt of een argument
minder aanvaardbaar te maken.