1. Welke 2 grondslagen staan er in het gezondheidsrecht?
A. Zelfbeschikkingsbeginsel en recht op gezondheidszorg
B. Recht op gezondheidszorg en marktwerving
C. Onbeperkte zorg en vrijheid
2. Wat is het doel van de wet BIG?
A. Bevorderen en bewaken kwaliteit van beroepsuitoefening
B. Beroepscode nastreven
C. Professionalisering
3. Welke beroepen van onder de zogeheten “lichte regeling”?
A. Verzorgende, diëtist, logopedist, mondhygiënist
B. Verpleegkundigen, helpende, logopedist
C. Artsen, tandarts en verpleegkundigen
4. Wat wordt er bedoeld met functionele bevoegdheid?
A. Zelfstandig uitvoeren van handelingen
B. In opdracht uitvoeren terwijl bevoegde meekijkt
C. Zonder direct toezicht maar wel in opdracht uitvoeren
5. Wat is de IGZ?
a. Inspectie voor gezondheidszorg
b. Inspectie voor ziekenhuizen
c. Inspectie voor bevoegdheid toetsen
6. Wat is een voorbeeld van Bestuursrecht?
A. Koopovereenkomst
B. Arbeidsovereenkomst
C. Milieuwetgeving
7. Wat staat er in de WGBO?
a. Regels over gedwongen zorg
b. Regels voor verplichte zorg
c. Regels voor beroepsgeheim, inzagerecht etc.
8. Wat zijn de 3 belangrijkste rechtsbeginselen voor gezondheidsrecht?
a. Vrijheid, gelijkheid, blijheid
b. Zelfbeschikking, bescherming, gelijkheid
c. Gelijkheid, bescherming, autonomie
9. Wat is een voorbeeld van een artikel 3 beroep?
a. Verloskundigen
b. Chirurg
c. Orthodontist
10. Hoelang is registratie in het BIG-register geldig?
a. 10 jaar
b. 2 jaar
c. 5 jaar
11. Wat geldt er voor art. 34 beroepen?
A. Geen opleidingstitel
B. Geen beroepstitel
C. Geen wettelijke registratie
12. Wat wordt er bedoeld met voorbehouden handelingen?
, A. Handelingen die de professional zelf op eigen indicatie mag uitvoeren
B. Handelingen die eerst door een HBO-v’er moeten worden gecontroleerd
C. Handelingen waarbij een arts moet meekijken
13. Welke professional mag injecties uitvoeren?
A. Verpleegkundigen, verzorgenden en artsen
B. Verpleegkundig specialisten, artsen
C. Verzorgenden en helpenden
14. Welke vpk mogen bepaalde medicijnen wel uitdelen?
A. DM, COPD, oncologie
B. Kindervpk
C. Alleen artsen mogen dat doen
15. Welke beroepen vallen onder het tuchtrecht
A. Art. 13 en art. 34 beroepen
B. Art.3 en art. 36a beroepen
C. Art. 13 en art. 45 beroepen
16. Waar wordt een waarschuwing gemeld?
A. In het BIG-register
B. In het profiel van de zorgverlener
C. Nergens
17. Waar richten art. 98,99 en 100 zich op in BIG?
A. Zorgverlener die onzorgvuldig handelt
B. Zorgverlener die zich niets aantrekt van maatregel door de tuchtrechter
C. Zorgverlener die regels van de opdracht overtreedt
18. Wat is het doel van de WGBO?
A. Bescherming van in afhankelijke positie kwetsbare patiënt
B. Zorgen voor verplichte zorg
C. Zorgen voor gedwongen opnames bij complexiteit
19. Wat houdt therapeutische exceptie in?
A. Het inzagerecht beperken
B. Het beroepsgeheim doorbreken
C. Onthouden van info aan patiënt
20. Wat wordt er bedoeld met zwaarwegende belangen?
A. Handhaving van beroepsgeheim schaadt een ander zwaarwegend belang
B. Handhaving inzagerecht schaadt belangen van familie
C. Handhaving van dossierplicht schaadt zorgverlener
21. Wat is de straf bij opzettelijk schenden beroepsgeheim?
A. 1 jaar gevangenisstraf en 25.000 euro
B. 2 jaar gevangenisstraf of 20.000 euro
C. 1 jaar gevangenisstraf of 20.000 euro
22. Wat doet de WMO?
A. Geeft alle functionarissen met zwijgplicht het recht om vermoeden huiselijk
geweld te melden
B. Geeft alle functionarissen met zwijgplicht het recht om alleen met toestemming
huiselijk geweld te melden
23. Waarop is de WGBO vooral gericht?
A. Een algemeen behandelingsprogramma
B. De individuele patiënt