Natuurkunde Samenvatting H2
Paragraaf 1
Elektriciteit is elektrische energie in de vorm van bewegende elektronen
Met magneten breng je elektronen in beweging
230 volt -> in huis, netspanning wisselt 50x per seconde (van +325-325)
Paragraaf 2
Vermogen= spanning*stroomsterkte (P=U*I)
vermogen Watt, Spanning Volt en stroomsterkte Ampère
Energie=vermogen*tijd (E=P*T)
Energie Joule, Vermogen Watt en tijd seconde
Paragraaf 3
Huisinstallatie is verdeeld in groepen
Per groep heb je een groepsschakelaar en een zekering
Per groep meerdere parallel geschakelde vertakkingen: Elk lichtpunt, Stopcontact heeft een
spanning van 230 Volt
Stroomsterkte in een groep is maximaal 16 Ampère , als stroomsterkte groter wordt schakelt
de zekering de stroom uit
Stroomsterkte kan te groot zijn door Kortsluiting en Overbelasting
Paragraaf 4
Stroomsterkte Verschijnsel
1 mA Net voelbaar
10 mA Prikkelende sensatie
15 mA Spiersamentrekking
15-100 mA Pijn, bewusteloosheid, moeite ademhalen
100-500 mA Hartprobleem
Meer dan 1A Levensgevaar, brandwonden
Enkele isolatie dubbele isolatie:
Gehele installatie geïsoleerd met aardlekschakelaars
Met een extra groen-geel draad word de buitenkant van het apparaat geaard
Fasedraad=Bruin(komt uit meterkast gaat stopcontacten+schakelaars spanning)
Nuldraad=Blauw(komt uit meterkast naar stopcontact+lamp geen spanning)
Schakeldraad=zwart(van schakelaar naar apparaat wel/geen spanning)
Aardedraad= groen-geel(uit bodem naar iedere verbruiker geen spanning)
1 MJ=1000.000 Joule
Spanning overal even groot 1 MJ=1000 KJ
U=U1=U2=U3=U 1 KJ=1000 Joule
Totale stroomsterkte 1 Joule=1 Ws
Ltot=L1+L3+ 1 Wh=3600 Joule
Totale vermogen
Ptot=P1+P2+P3 Van J naar Wh->:3600
Van Wh naar J->X3600
Paragraaf 1
Elektriciteit is elektrische energie in de vorm van bewegende elektronen
Met magneten breng je elektronen in beweging
230 volt -> in huis, netspanning wisselt 50x per seconde (van +325-325)
Paragraaf 2
Vermogen= spanning*stroomsterkte (P=U*I)
vermogen Watt, Spanning Volt en stroomsterkte Ampère
Energie=vermogen*tijd (E=P*T)
Energie Joule, Vermogen Watt en tijd seconde
Paragraaf 3
Huisinstallatie is verdeeld in groepen
Per groep heb je een groepsschakelaar en een zekering
Per groep meerdere parallel geschakelde vertakkingen: Elk lichtpunt, Stopcontact heeft een
spanning van 230 Volt
Stroomsterkte in een groep is maximaal 16 Ampère , als stroomsterkte groter wordt schakelt
de zekering de stroom uit
Stroomsterkte kan te groot zijn door Kortsluiting en Overbelasting
Paragraaf 4
Stroomsterkte Verschijnsel
1 mA Net voelbaar
10 mA Prikkelende sensatie
15 mA Spiersamentrekking
15-100 mA Pijn, bewusteloosheid, moeite ademhalen
100-500 mA Hartprobleem
Meer dan 1A Levensgevaar, brandwonden
Enkele isolatie dubbele isolatie:
Gehele installatie geïsoleerd met aardlekschakelaars
Met een extra groen-geel draad word de buitenkant van het apparaat geaard
Fasedraad=Bruin(komt uit meterkast gaat stopcontacten+schakelaars spanning)
Nuldraad=Blauw(komt uit meterkast naar stopcontact+lamp geen spanning)
Schakeldraad=zwart(van schakelaar naar apparaat wel/geen spanning)
Aardedraad= groen-geel(uit bodem naar iedere verbruiker geen spanning)
1 MJ=1000.000 Joule
Spanning overal even groot 1 MJ=1000 KJ
U=U1=U2=U3=U 1 KJ=1000 Joule
Totale stroomsterkte 1 Joule=1 Ws
Ltot=L1+L3+ 1 Wh=3600 Joule
Totale vermogen
Ptot=P1+P2+P3 Van J naar Wh->:3600
Van Wh naar J->X3600