Hoofdstuk 18 Vermogen, Verhaal en faillissement
18.1 Schulden
→ Een debiteur staat met zijn gehele vermogen in voor zijn tegenwoordige en
toekomstige schulden: artikel 3:276 BW.
→ 1. Debiteur voldoet niet aan zijn verplichtingen
2. crediteur moet eerst (schriftelijke) sommeren en hem een termijn gunnen
waarbinnen hij moet betalen
3. daarna gerechtelijke maatregelen zoals conservatoir beslag laten leggen op
eigendommen van debiteur.
18.1.1 preventief debiteurenbeheer(voorkomen dat problemen ontstaan)
→ Debiteurenrisico’s voorkomen door:
1. Voorafgaand onderzoek doen naar de financiële positie en betrouwbaarheid van de
debiteur doormiddel van:
o KVK; in de handelsregister staat veel informatie over de
ondernemingen(financiële jaarcijfers)
o Sommige ondernemingen verstrekken kredietinformatie tegen betaling over
je klanten
2. Het hanteren van algemene voorwaarden
o Eigendomsvoorbehoud
o Recht van reclame
o Opschortingsrecht; bijzondere vorm hiervan is retentierecht ( wederpartij
voldoet niet aan zijn verplichtingen dan worden mijn eigen verplichtingen
opgeschort) degene die retentierecht heeft is bevoegd om zich te
verhalen op de opbrengst van de zaak, en wel bij voorrang boven al degene
tegen wie het retentierecht kan inroepen(zie voorbeeld blz 546): artikel
3:290 BW
18.1.2 gelijkheid van schuldeisers
→ uitgangspunt: Alle crediteuren delen naar evenredigheid van hun vordering in de
netto-opbrengst van de goederen waarop verhaal wordt gezocht: artikel 3:277 BW
18.2 voorrang
→ bepaalde vorderingen hebben een voorrangsrecht, dat betekent dat de crediteur zich
voor een bepaalde vordering op een bepaalde goed of alle goederen van de debiteur bij
voorrang mag verhalen.
1. Pandrecht
2. Hypotheekrecht
3. Bijzondere voorrechten
4. Algemene voorrechten
3: bijzondere voorrechten deze recht rust op bepaalde goederen die tot het vermogen
van de debiteur behoren. De crediteur met het bijzondere voorrecht heeft voorrang bij het
verhaal boven andere crediteuren: artikel 3:280 BW.
4: algemene voorrechten deze recht rust op alle tot het vermogen van debiteur
behorende goederen. Artikel 3:288 BW
18.3 conservatoire en executoriaal beslag
18.1 Schulden
→ Een debiteur staat met zijn gehele vermogen in voor zijn tegenwoordige en
toekomstige schulden: artikel 3:276 BW.
→ 1. Debiteur voldoet niet aan zijn verplichtingen
2. crediteur moet eerst (schriftelijke) sommeren en hem een termijn gunnen
waarbinnen hij moet betalen
3. daarna gerechtelijke maatregelen zoals conservatoir beslag laten leggen op
eigendommen van debiteur.
18.1.1 preventief debiteurenbeheer(voorkomen dat problemen ontstaan)
→ Debiteurenrisico’s voorkomen door:
1. Voorafgaand onderzoek doen naar de financiële positie en betrouwbaarheid van de
debiteur doormiddel van:
o KVK; in de handelsregister staat veel informatie over de
ondernemingen(financiële jaarcijfers)
o Sommige ondernemingen verstrekken kredietinformatie tegen betaling over
je klanten
2. Het hanteren van algemene voorwaarden
o Eigendomsvoorbehoud
o Recht van reclame
o Opschortingsrecht; bijzondere vorm hiervan is retentierecht ( wederpartij
voldoet niet aan zijn verplichtingen dan worden mijn eigen verplichtingen
opgeschort) degene die retentierecht heeft is bevoegd om zich te
verhalen op de opbrengst van de zaak, en wel bij voorrang boven al degene
tegen wie het retentierecht kan inroepen(zie voorbeeld blz 546): artikel
3:290 BW
18.1.2 gelijkheid van schuldeisers
→ uitgangspunt: Alle crediteuren delen naar evenredigheid van hun vordering in de
netto-opbrengst van de goederen waarop verhaal wordt gezocht: artikel 3:277 BW
18.2 voorrang
→ bepaalde vorderingen hebben een voorrangsrecht, dat betekent dat de crediteur zich
voor een bepaalde vordering op een bepaalde goed of alle goederen van de debiteur bij
voorrang mag verhalen.
1. Pandrecht
2. Hypotheekrecht
3. Bijzondere voorrechten
4. Algemene voorrechten
3: bijzondere voorrechten deze recht rust op bepaalde goederen die tot het vermogen
van de debiteur behoren. De crediteur met het bijzondere voorrecht heeft voorrang bij het
verhaal boven andere crediteuren: artikel 3:280 BW.
4: algemene voorrechten deze recht rust op alle tot het vermogen van debiteur
behorende goederen. Artikel 3:288 BW
18.3 conservatoire en executoriaal beslag