Een rechtszaak begint met de dagvaarding, waarin een verdachte wordt opgeroepen om
voor de rechter te verschijnen. Hierin staat onder andere de tenlastelegging, dit is het
strafbare feit waar de verdachte van beschuldigd wordt. Hierna volgt de terechtzitting, dit is
de rechtspraak zelf. Een volwassen verdachte hoeft hier niet aanwezig te zijn, een
minderjarige wel.
Stappen tijdens een terechtzitting:
1. Opening: identiteit verdachte wordt vastgesteld en hij krijgt uitleg over het verloop
van de rechtszaak.
2. Tenlastelegging: officier van justitie leest de aanklacht voor.
3. Onderzoek: de rechter stelt vragen aan de advocaat, verdachte, eventuele getuigen
en officier. Ook kijkt de rechter naar persoonlijke omstandigheden van verdachte en
zijn eventuele strafblad.
a. Getuigen moeten beloven de waarheid te spreken, anders plegen ze
meineed.
b. Verdachten zijn niet verplicht de waarheid te spreken en hebben zwijgrecht.
4. Requisitoir: officier van justitie geeft aan waarom de verdachte schuldig is en vraagt
de rechter om een bepaalde straf (strafeis).
5. Pleidooi: advocaat verdedigt de verdachte en vraagt om vrijspraak of lagere straf.
6. Laatste woord: de verdachte mag zijn excuses aanbieden of zijn onschuld proberen
te bewijzen.
7. Vonnis: de rechter doet uitspraak.
Als de verdachte denkt dat hij een te hoge straf heeft gekregen, kan hij in hoger beroep
gaan. Als ook dan nog de straf te hoog blijft, kan hij in cassatie gaan.
Sinds 2017 krijgt elke levenslanggestrafte na 27 jaar een herbeoordeling, hierin wordt
gekeken of het nog nodig is om de gestrafte langer vast te houden.
, Er zijn 2 soorten strafuitsluitingsgronden: rechtvaardigingsgronden en niet schuldig.
Rechtvaardigingsgronden: gepleegde feit is door omstandigheid niet strafbaar.
● Noodweer, als je jezelf moet verdedigen en hierdoor iemand in elkaar geslagen hebt
bijvoorbeeld.
● Overmacht-noodtoestand, als iemand iets doet wat niet mag, maar de reden is
omdat hij een ander hielp. Voorbeeld, een opticien bleef na sluitingstijd open om
iemand te helpen een bril te zoeken omdat die anders niks kon zien.
● Ambtelijk bevel: stel een politieman zegt dat je door rood moet rijden, dat is dan
ambtelijk bevel.
Niet schuldig: feit is wel strafbaar, maar de dader heeft door omstandigheid geen schuld.
● Psychische overmacht, dit is door omstandigheden. Stel dat een vrouw door een
ontvoerder wordt gedwongen door rood te rijden, dan is ze niet schuldig.
● Noodweerexces, je schiet iemand omdat ze bij jou thuis inbreken en ook een geweer
hebben.
● Ontoerekeningsvatbaar, als iemand met een psychische aandoening of stoornis
bijvoorbeeld auto rijdt zonder rijbewijs.
● Afwezigheid van schuld
Soorten straffen:
● Vrijheidsstraf (gevangenis): max. levenslang
● Taakstraf: leerstraf of werkstraf
● Geldboete: max. €820.000
● Bijkomende straffen (altijd in combinatie met andere straf): bijv. ontzegging uit een
beroep of ontzegging van rijbevoegdheid
Een straf kan ook (gedeeltelijk) voorwaardelijk worden opgelegd. Hier geldt een proeftijd bij.
De straf die je krijgt wordt alleen uitgevoerd als je binnen de proeftijd opnieuw de fout in
gaat.
Er zijn ook strafrechtelijke maatregelen:
● Terbeschikkingstelling (TBS): behandeling van psychisch zieke daders waarbij de
kans op herhaling groot is.
● Onttrekking aan het verkeer: goederen worden in beslag genomen, bijvoorbeeld
wapens en drugs.
● Ontneming wederrechtelijk voordeel: criminele winsten moeten worden
teruggevorderd. Dit noemen we de Pluk ze-maatregel.
● Schadevergoeding aan het slachtoffer.
voor de rechter te verschijnen. Hierin staat onder andere de tenlastelegging, dit is het
strafbare feit waar de verdachte van beschuldigd wordt. Hierna volgt de terechtzitting, dit is
de rechtspraak zelf. Een volwassen verdachte hoeft hier niet aanwezig te zijn, een
minderjarige wel.
Stappen tijdens een terechtzitting:
1. Opening: identiteit verdachte wordt vastgesteld en hij krijgt uitleg over het verloop
van de rechtszaak.
2. Tenlastelegging: officier van justitie leest de aanklacht voor.
3. Onderzoek: de rechter stelt vragen aan de advocaat, verdachte, eventuele getuigen
en officier. Ook kijkt de rechter naar persoonlijke omstandigheden van verdachte en
zijn eventuele strafblad.
a. Getuigen moeten beloven de waarheid te spreken, anders plegen ze
meineed.
b. Verdachten zijn niet verplicht de waarheid te spreken en hebben zwijgrecht.
4. Requisitoir: officier van justitie geeft aan waarom de verdachte schuldig is en vraagt
de rechter om een bepaalde straf (strafeis).
5. Pleidooi: advocaat verdedigt de verdachte en vraagt om vrijspraak of lagere straf.
6. Laatste woord: de verdachte mag zijn excuses aanbieden of zijn onschuld proberen
te bewijzen.
7. Vonnis: de rechter doet uitspraak.
Als de verdachte denkt dat hij een te hoge straf heeft gekregen, kan hij in hoger beroep
gaan. Als ook dan nog de straf te hoog blijft, kan hij in cassatie gaan.
Sinds 2017 krijgt elke levenslanggestrafte na 27 jaar een herbeoordeling, hierin wordt
gekeken of het nog nodig is om de gestrafte langer vast te houden.
, Er zijn 2 soorten strafuitsluitingsgronden: rechtvaardigingsgronden en niet schuldig.
Rechtvaardigingsgronden: gepleegde feit is door omstandigheid niet strafbaar.
● Noodweer, als je jezelf moet verdedigen en hierdoor iemand in elkaar geslagen hebt
bijvoorbeeld.
● Overmacht-noodtoestand, als iemand iets doet wat niet mag, maar de reden is
omdat hij een ander hielp. Voorbeeld, een opticien bleef na sluitingstijd open om
iemand te helpen een bril te zoeken omdat die anders niks kon zien.
● Ambtelijk bevel: stel een politieman zegt dat je door rood moet rijden, dat is dan
ambtelijk bevel.
Niet schuldig: feit is wel strafbaar, maar de dader heeft door omstandigheid geen schuld.
● Psychische overmacht, dit is door omstandigheden. Stel dat een vrouw door een
ontvoerder wordt gedwongen door rood te rijden, dan is ze niet schuldig.
● Noodweerexces, je schiet iemand omdat ze bij jou thuis inbreken en ook een geweer
hebben.
● Ontoerekeningsvatbaar, als iemand met een psychische aandoening of stoornis
bijvoorbeeld auto rijdt zonder rijbewijs.
● Afwezigheid van schuld
Soorten straffen:
● Vrijheidsstraf (gevangenis): max. levenslang
● Taakstraf: leerstraf of werkstraf
● Geldboete: max. €820.000
● Bijkomende straffen (altijd in combinatie met andere straf): bijv. ontzegging uit een
beroep of ontzegging van rijbevoegdheid
Een straf kan ook (gedeeltelijk) voorwaardelijk worden opgelegd. Hier geldt een proeftijd bij.
De straf die je krijgt wordt alleen uitgevoerd als je binnen de proeftijd opnieuw de fout in
gaat.
Er zijn ook strafrechtelijke maatregelen:
● Terbeschikkingstelling (TBS): behandeling van psychisch zieke daders waarbij de
kans op herhaling groot is.
● Onttrekking aan het verkeer: goederen worden in beslag genomen, bijvoorbeeld
wapens en drugs.
● Ontneming wederrechtelijk voordeel: criminele winsten moeten worden
teruggevorderd. Dit noemen we de Pluk ze-maatregel.
● Schadevergoeding aan het slachtoffer.