Probleem 1: Best interest of the child
Definities (Juffer & van IJzendoorn):
Adoptie Legale plaatsing van verlaten, afgestaande of weeskinderen in een
adoptiegezin. Deze situatie heeft risico- en protectieve factoren. Bij cumulatie van
risicofactoren heeft het kind de minst optimale ontwikkeling.
Cijfers (uit Van Leeuwen):
In Nederland zijn er ruim 35.000 buitenlandse kinderen geadopteerd sinds eind jaren
’60.
De meeste adoptiekinderen komen uit het buitenland, elk jaar ongeveer 600. De meeste
uit het buitenland afkomstige adoptiekinderen komen uit landen als China, Colombia,
Zuid-Afrika, Ethiopië, India en Haïti.
De laatste jaren neemt het aantal interlandelijke adopties wereldwijd af. Dit heeft te
maken met het de implementatie van het Haags Adoptieverdrag (1993) in de landen
van herkomst.
Het subsidiariteitsprincipe bepaalt dat er voor kinderen die een gezin nodig hebben
allereerst moet worden gezocht in eigen land, en pas als dat niet lukt, dan mag er
overgegaan worden op internationale adoptie.
Trends (uit Borstein):
Tienduizend kinderen zijn geadopteerd in de United States per jaar, 2-4% van kinderen
in de US zijn geadopteerd.
De demografie van adoptiekinderen is over de laatste jaren veranderd. Eerst waren
kinderen gezond, Westerse zuigelingen die binnen een paar dagen na geboorte
geadopteerd werden. Dit veranderde in 1960, toen kwam het één-ouderschap opzetten.
Ook door legalisatie van abortie nam het aantal Westelijke zuigelingen af. Een volgende
optie werd transraciale adoptie. Dit is sinds de Multi-Ethnic Placement Act (1994) en
Inter-Ethnic Placement Act (1996) mogelijk.
Bovendien zijn de adoptieouders ook veranderd. Meeste ouders waren middel-SES tot
een hoog SES, getrouwd, onvruchtbaar, Westers en rond de 30-40 jaar. Tegenwoordig
wordt er geen onderscheid meer gemaakt naar inkomen, ook kunnen alleenstaanden
kinderen adopteren, hetzelfde geldt voor homoseksuele mannen en vrouwen.
Wat is de invloed van adoptie op de ontwikkeling van een kind?
Onderzoek naar Pleegzorg
Artikel Juffer en Van Ijzendoorn (2009) – International Adoption Comes of Age:
Development of International Adoptees from a Longitudinal and Meta-Analytical
Perspective.
Pleegzorg: Bowlby (1951/1982) concludeerde dat kinderen leden door de effecten van
de zorg uit de instelling, alhoewel aan hun fysieke behoefte voldaan werd. De kinderen
hadden geen ouderlijke zorg en hadden geen kans om een continue hechtingspatroon te
ontwikkelen.
, - Ouderlijke deprivatie lijdt tot mentale gezondheidsproblemen bij de kinderen. Door
deze reden kwamen alternatieven als pleegzorg en adoptie (Bowlby, 1982), zo
hadden de kinderen toch vervangende ouders.
Is adoptie een adequate optie, zowel vervangend voor institutional care en na
institutional care, dus de kinderen die met verwaarlozing en deprivatie te maken
hebben gehad?
Wanneer kinderen gescheiden zijn van hun biologische ouders starten ze in de
institutional care. Daarna kunnen kinderen geadopteerd worden (naar een ander land),
dan zijn er mogelijkheden voor een inhaalslag. (Zie figuur 8.1)
Centrale vraag: Ontwikkelen adoptiekinderen bijna zo goed als niet-adoptiekinderen?
Adoptiekinderen hebben meer
tegenspoed en risico’s in het
begin van hun leven. Kinderen
komen vaak in institutional care
wanner er gebrek is aan sensitiviteit
en een risico van ondervoeding,
verwaarlozing en mishandeling
(Gunnar, Bruce & Grotevant, 2000)
Dit kan de fysieke groei,
hechtingspatroon en cognitieve
ontwikkeling negatief beïnvloeden.
De situatie tijdens de institutional
care:
De eerste parameter is fysieke groei, gebaseerd op 8 studies (n=919). Hoe langer
kinderen in deze zorg zitten, hoe meer de groei belemmerd wordt (Van Ijzendoorn,
Bakermans-Kranenburg & Juffer, 2007).
Toch bleek uit een andere studie in India dat lengte, gewicht en hoofdomtrek na
overplaatsing naar een adoptiegezin na 9 maanden tijd een inhaalslag maakten, (n=18),
(Van Geest & Juffer, 2007).
Het bereiken van een veilige hechting is een grote mijlpaal, door de slechte
responsiviteit tijdens de zorginstelling. Kinderen hebben vaak een desorganiseerde
hechting (Solomon & George, 1999).
Intelligentie is een belangrijk aspect van de cognitieve ontwikkeling. In een meta-
analyse (n=3888) werd het IQ getest. Gemiddeld hadden kinderen in een instelling een IQ
van 84, dit is een vertraagde cognitieve ontwikkeling, normaliter hebben kinderen
gemiddeld een IQ van 100.
Zorginstellingen hebben negatieve impact op de kinderen. Ook heeft
neurobiologisch onderzoek aangetoond dat instellingen in stress-omgevingen invloed
hadden op de hersenontwikkeling, wat leidt tot cognitieve en socio-emotionele
vertragingen.
Adoptiekinderen
Gezinnen in soorten – Van Leeuwen & Van Crombrugge (Boek)
Adoptiekinderen: De achtergronden van adoptiekinderen lopen sterk uiteen. Sommigen
zaten in een pleeghuis, anderen moesten op straat overleven. Bij de grootste groep is
niets bekend, zij zijn ter vondeling achtergelaten.
Het afstaan van kinderen heeft verschillende redenen:
- Schande of ongehuwd moederschap;