Paragraaf 1 stijgen en dalen
𝑊= 𝐹 · 𝑠
- W: arbeid ‘hoeveelheid moeite’ in Nm / J
- F: kracht in N
- s: verplaatsing in m
➔ alleen arbeid als kracht (component) werkt in richting van de verplaatsing
➔ als kracht & verplaatsing niet dezelfde richting hebben, wordt component parallel aan
verplaatsing gegeven door 𝐹// = 𝐹 · 𝑐𝑜𝑠(α) ⇒ 𝑊 = 𝐹 · 𝑠 · 𝑐𝑜𝑠(α) ⇒ 𝐹// · 𝑠
● Bij 𝐹𝑧// = 𝐹 · 𝑠𝑖𝑛(α)
Constante snelheid → even grote kracht tegengesteld aan zwaartekracht
- 𝑊= 𝑚·𝑔·ℎ
Paragraaf 2 starten en stoppen
constante kracht → 𝐹 = 𝑚 · 𝑎
- F: kracht in N
- m: massa in kg
- a: versnelling in ms⁻²
eindsnelheid berekenen:
1
𝑠= 2
· 𝑎 · 𝑡²
𝑣=𝑎·𝑡
𝑊 = 𝐹 · 𝑠}
𝐹 = 𝑚 · 𝑎 } 𝑊 = 𝑚 · 𝑎 · 𝑣𝑔𝑒𝑚 · 𝑡
𝑠 = 𝑣𝑔𝑒𝑚 · 𝑡 }
bij vbegin =0 & constante kracht:
1
𝑣𝑔𝑒𝑚 = 2
· 𝑣𝑒𝑖𝑛𝑑 }
1
𝑣𝑒𝑖𝑛𝑑 = 𝑎 · 𝑡 } 𝑊 = 2
· 𝑚 · 𝑣𝑒𝑖𝑛𝑑²
Bij afremmen → W is negatief
- Fres =0 → remmen tot stilstand even lang als optrekken → s & vgem = gelijk
, 1 1
bij begin & eindsnelheid → 𝑊 = 2
· 𝑚 · 𝑣𝑒𝑖𝑛𝑑² − 2
· 𝑚 · 𝑣𝑏𝑒𝑔𝑖𝑛²
Paragraaf 3 spannen en ontspannen
uitrekken van veer = niet-constante kracht, je verricht arbeid (u=s)
de wet van Hooke → 𝐹𝑣 = 𝐶 · 𝑢
- 𝐹𝑣:veerkracht in N
- C: veerconstante in Nm⁻¹
- u: uitrekking in m
arbeid= opp onder (F,s)-diagram
1 1
- 𝑊= 2
· 𝐶 · 𝑢 · 𝑢⇒ 2
· 𝐶 · 𝑢²
1
- als kracht geijkmatig toeneemt → C niet nodig → 𝑊 = 2
·𝐹·𝑢
Bij boogschieten → Wmax wordt belemmerd door uitrekking van arm
- gemiddelde grotere kracht leveren → voorspanning
∆𝐹
- 𝐶= ∆𝑢
Paragraaf 4 behoud van energie: energiesoort wordt omgezet in andere energiesoort,
maar hoeveelheid blijft gelijk
- gesloten systeem: geen energie in/ uit → totale mechanische energie = constant
als voorwerp arbeid kan verrichten → heeft het energie
- voorwerp op hoogste punt → v=0 → alle energie wordt omgezet in ander
energiesoort
- bij 2 hoogtes weergeven →bereken ∆𝐸𝑧= 𝐸𝑘𝑖𝑛/𝐸𝑣𝑒𝑒𝑟 (wet van behoud van energie)
mechanische energie (hebben te maken met krachten & beweging)
- energie omzettingen: veerenergie → kinetische energie → zwaarte-energie
1
1. veerenergie → 𝑊 = 𝐸𝑣 = 2
· 𝐶 · 𝑢²
1
2. kinetische energie → 𝑊 = 𝐸𝑘 = 2
· 𝑚 · 𝑣²
1 1
a. ∆𝐸𝑘𝑖𝑛 = 2
· 𝑚 · 𝑣𝑒𝑖𝑛𝑑² − 2
· 𝑚 · 𝑣𝑏𝑒𝑔𝑖𝑛²
3. zwaarte-energie → 𝑊 = 𝐸𝑧 = 𝑚 · 𝑔 · ℎ
veerenergie & zwaarte-energie: potentiële energie → energie hangt af van positie van het
ene voorwerp tov andere voorwerp
Paragraaf 5: energie om arbeid te verrichten
𝑊= 𝐹 · 𝑠
- W: arbeid ‘hoeveelheid moeite’ in Nm / J
- F: kracht in N
- s: verplaatsing in m
➔ alleen arbeid als kracht (component) werkt in richting van de verplaatsing
➔ als kracht & verplaatsing niet dezelfde richting hebben, wordt component parallel aan
verplaatsing gegeven door 𝐹// = 𝐹 · 𝑐𝑜𝑠(α) ⇒ 𝑊 = 𝐹 · 𝑠 · 𝑐𝑜𝑠(α) ⇒ 𝐹// · 𝑠
● Bij 𝐹𝑧// = 𝐹 · 𝑠𝑖𝑛(α)
Constante snelheid → even grote kracht tegengesteld aan zwaartekracht
- 𝑊= 𝑚·𝑔·ℎ
Paragraaf 2 starten en stoppen
constante kracht → 𝐹 = 𝑚 · 𝑎
- F: kracht in N
- m: massa in kg
- a: versnelling in ms⁻²
eindsnelheid berekenen:
1
𝑠= 2
· 𝑎 · 𝑡²
𝑣=𝑎·𝑡
𝑊 = 𝐹 · 𝑠}
𝐹 = 𝑚 · 𝑎 } 𝑊 = 𝑚 · 𝑎 · 𝑣𝑔𝑒𝑚 · 𝑡
𝑠 = 𝑣𝑔𝑒𝑚 · 𝑡 }
bij vbegin =0 & constante kracht:
1
𝑣𝑔𝑒𝑚 = 2
· 𝑣𝑒𝑖𝑛𝑑 }
1
𝑣𝑒𝑖𝑛𝑑 = 𝑎 · 𝑡 } 𝑊 = 2
· 𝑚 · 𝑣𝑒𝑖𝑛𝑑²
Bij afremmen → W is negatief
- Fres =0 → remmen tot stilstand even lang als optrekken → s & vgem = gelijk
, 1 1
bij begin & eindsnelheid → 𝑊 = 2
· 𝑚 · 𝑣𝑒𝑖𝑛𝑑² − 2
· 𝑚 · 𝑣𝑏𝑒𝑔𝑖𝑛²
Paragraaf 3 spannen en ontspannen
uitrekken van veer = niet-constante kracht, je verricht arbeid (u=s)
de wet van Hooke → 𝐹𝑣 = 𝐶 · 𝑢
- 𝐹𝑣:veerkracht in N
- C: veerconstante in Nm⁻¹
- u: uitrekking in m
arbeid= opp onder (F,s)-diagram
1 1
- 𝑊= 2
· 𝐶 · 𝑢 · 𝑢⇒ 2
· 𝐶 · 𝑢²
1
- als kracht geijkmatig toeneemt → C niet nodig → 𝑊 = 2
·𝐹·𝑢
Bij boogschieten → Wmax wordt belemmerd door uitrekking van arm
- gemiddelde grotere kracht leveren → voorspanning
∆𝐹
- 𝐶= ∆𝑢
Paragraaf 4 behoud van energie: energiesoort wordt omgezet in andere energiesoort,
maar hoeveelheid blijft gelijk
- gesloten systeem: geen energie in/ uit → totale mechanische energie = constant
als voorwerp arbeid kan verrichten → heeft het energie
- voorwerp op hoogste punt → v=0 → alle energie wordt omgezet in ander
energiesoort
- bij 2 hoogtes weergeven →bereken ∆𝐸𝑧= 𝐸𝑘𝑖𝑛/𝐸𝑣𝑒𝑒𝑟 (wet van behoud van energie)
mechanische energie (hebben te maken met krachten & beweging)
- energie omzettingen: veerenergie → kinetische energie → zwaarte-energie
1
1. veerenergie → 𝑊 = 𝐸𝑣 = 2
· 𝐶 · 𝑢²
1
2. kinetische energie → 𝑊 = 𝐸𝑘 = 2
· 𝑚 · 𝑣²
1 1
a. ∆𝐸𝑘𝑖𝑛 = 2
· 𝑚 · 𝑣𝑒𝑖𝑛𝑑² − 2
· 𝑚 · 𝑣𝑏𝑒𝑔𝑖𝑛²
3. zwaarte-energie → 𝑊 = 𝐸𝑧 = 𝑚 · 𝑔 · ℎ
veerenergie & zwaarte-energie: potentiële energie → energie hangt af van positie van het
ene voorwerp tov andere voorwerp
Paragraaf 5: energie om arbeid te verrichten