Hoofdstuk 1; Inleiding:
variabelen van coachen:
1. sturen ---- volgen
2. verleden ---- toekomst
3. ziek/abnormaal ---- gezond/normaal
4. persoonlijke leefwereld ---- werk/studie
Over het algemeen (met de uitzonderingen daar gelaten) behandelen coaches gezonde en
normale mensen die begeleid worden bij vragen over de toekomst in hun werk of studie
waarbij de meeste coaches een meer volgend dan sturende aanpak kiezen.
samenvattingen geven weer dat de coach actief luistert. samenvattingen worden evocatief
uitgesproken. kek (kort, evocatief en bevat de kern)
Hoofdstuk 2; coachen:
in de rol van coach vanuit een gelijkwaardige coachingsrelatie persoonlijk begeleiden van
een individu met behulp van coachingstechnieken om hem op eigen kracht zelfgekozen
doelen te laten bereiken op het gebied van werk en leven
coachee moet openstaan voor onderzoeken eigen gedrag. drie soorten coachees:
bezoekers; zien eigen probleem niet. zijn gestuurd door anderen
Eerst richten op veiligheid en contact. Uitnodigen uitspreken eigen verlangen.
klagers; oorzaak en mogelijkheid tot oplossing ligt bij anderen
klanten; gericht voor coaching. actieve en onderzoekende houding.
bij coaching ligt de nadruk expliciet op het leerproces en niet zozeer op het wegnemen van
problemen.
Het verschil tussen coachen en een gesprek voeren is de aandacht die gericht is op de
luisteraar. In een gesprek worden meningen. ervaringen en oordelen uitgewisseld.
Je hoeft niets op te lossen. Jouw taak is het proces in gang zetten en te stimuleren.
Het raltionele aspect tussen de coach en de coachee is het meest belangrijke non-verbale
aspect van het traject.
2.4.2 Coachmodel:
bevragen huidige situatie
bevragen gewenste situatie
bevragen hindernissen
bevragen hulpbronnen
STARR model:
situatie, taak, actie, resultaat, reflectie
Waarderend onderzoek (pessimistisch beeld van de coachee):
Ontdek, vorm, ontwerp, voer uit
Coachend spelmateriaal:
kwaliteitenkwadrant
SerendipiteitSpel
In je element
Associatiekaarten