1. Ctenophora onderscheiden zich van cnidaria door
a. afwezigheid anale cellen
b. kleefcellen
c. seksuele voortplanting
d. aseksuele voortplanting
Kleefcellen ipv netelcellen
2. Wat komt niet van het mesoderm?
a. pancreas (endoderm)
b. voortplantingsorganen
c. spieren
d. hart
e. nier
f. skelet
3. Wat geldt voor alle vrouwelijke zoogdieren?
a. ze hebben haren/vacht
b. ze hebben melkklieren
c. ze zijn vivipaar
d. ze kunnen niet vliegen
(Ze hebben niet allemaal melkklieren. Een vogelbekdier bijvoorbeeld niet. Ze hebben wel allemaal haren of een vacht denk ik
toch)
4. Welke extra-embryonale vliezen dragen bij tot de vorming van de placenta?
a. chorion en amnion
b. amnion en dooierzak
c. allantois en amnion
d. chorion en allantois
De placenta ontstaat uit de chorion, de navelstreng ontstaat uit de allantoïs
5. Wat gebeurd er vlak na sperma-penetratie van de eicel
a. verharden zona pellucida
b. meiose vervolledigt
c. stijging in proteïne-synthese
d. alle hierboven tegelijk
Zie les over ontwikkeling à Sperma-penetratie heeft 4 effecten
6. Een speciaal ras van kip heeft verhoogde productie van schildklierhormonen, deze kip
a. groeit minder goed
, b. wordt vetter
c. heeft een hoger metabolisme
d. optie a en b samen
7. Wat maakt geen deel uit van de acties voor spiercontractie
a. ACh bindt aan zijn receptor op de membraan van de spiercel
b. Een motorisch neuron laat neurotransmitter vrij in de neuromusculaire synaptische spleet
(rest weet ik niet meer)
8. Welk hormoon wordt er niet aangemaakt door de hypofyse?
a) Oxytocine
b) Melanocyten stimulerend hormoon
c) Prolactine
d) Groeihormoon
Zie examen 2016
9. welk van volgende tref je aan in een bloedklonter
a) plasmine
b) prothrombine
c) fibrine
d) fibrinogeen
Zie examen 2016
10. Wat klopt er niet in verband met de klievingsdelingen
a) de cellen delen snel
b) de cellen blijven even groot
c) uit de zygote wordt een morulastadium gevormd
d) er ontstaat een blastula met holte
11. Welke uitspraak is fout?
a) neutrofielen gaan microbacteriën fagocyteren JUIST