Actiepotentiaal
Actiepotentialen
Zijn zich voortplantende veranderingen in de membraanpotentiaal die, als ze
eenmaal begonnen zijn, het hele stimuleerbare oppervlak van het axon
depoliseren
Actiepotentialen zij afhankelijk van de aanwezigheid van spanningsgevoelige
natrium- en kaliumionenkanalen
Het ontstaan ven een actiepotentiaal
Rustpotentiaal
De axonmembraan bevat zowel potentiaal gestuurde natriumkanalen als potentiaal
gestuurde kaliumkanalen, die gesloten zijn als de cel zijn rustpotentiaal heeft.
, 1. Depolarisatie tot drempelwaarde
De stimulus die een actiepotentiaal in gang zet is een geleidelijke depolarisatie die groot
genoeg is om de potentiaal gestuurde natriumkanalen te openen. Dit gebeurt wanneer
de membraanpotentiaal de zogenaamde drempelwaarde overschrijdt.
2. Activatie van natriumkanalen en snelle depolarisatie
Wanneer de potentiaal gestuurde natriumkanalen zich openen, stromen natriumionen
het cytoplasma in en treedt een snelle depolarisatie op. Het inwendig
membraanoppervlak heeft nu meer positieve ionen dan negatieve en de
membraanpotentiaal is veranderd van -60 mV naar een positieve waarde (+10 mV).
3. Inactivatie van natriumkanalen en activatie van kaliumkanalen
Als de membraanpotentiaal de +30 mV nadert, sluiten de natriumkanalen zich. Deze
stop valt samen met het openen van de kaliumkanalen
Actiepotentialen
Zijn zich voortplantende veranderingen in de membraanpotentiaal die, als ze
eenmaal begonnen zijn, het hele stimuleerbare oppervlak van het axon
depoliseren
Actiepotentialen zij afhankelijk van de aanwezigheid van spanningsgevoelige
natrium- en kaliumionenkanalen
Het ontstaan ven een actiepotentiaal
Rustpotentiaal
De axonmembraan bevat zowel potentiaal gestuurde natriumkanalen als potentiaal
gestuurde kaliumkanalen, die gesloten zijn als de cel zijn rustpotentiaal heeft.
, 1. Depolarisatie tot drempelwaarde
De stimulus die een actiepotentiaal in gang zet is een geleidelijke depolarisatie die groot
genoeg is om de potentiaal gestuurde natriumkanalen te openen. Dit gebeurt wanneer
de membraanpotentiaal de zogenaamde drempelwaarde overschrijdt.
2. Activatie van natriumkanalen en snelle depolarisatie
Wanneer de potentiaal gestuurde natriumkanalen zich openen, stromen natriumionen
het cytoplasma in en treedt een snelle depolarisatie op. Het inwendig
membraanoppervlak heeft nu meer positieve ionen dan negatieve en de
membraanpotentiaal is veranderd van -60 mV naar een positieve waarde (+10 mV).
3. Inactivatie van natriumkanalen en activatie van kaliumkanalen
Als de membraanpotentiaal de +30 mV nadert, sluiten de natriumkanalen zich. Deze
stop valt samen met het openen van de kaliumkanalen