2015-2016 Stoornis en Delict
Samenvatting
Annelies Keizer
MINOR WERKEN IN HET GEDWONGEN KADER
,INHOUD
Hoofdstuk 1. de psychische stoornis in het strafrecht. ........................................................................................... 1
De betekenis van de stoornis bij de beperking/uitsluiting van de strafrechtelijke aansprakelijkheid ................ 1
De gevaarprognose ............................................................................................................................................. 2
TBS en plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis ................................................................................................ 2
Hoofdstuk 2. Het deskundigenonderzoek. .............................................................................................................. 3
Diagnose .............................................................................................................................................................. 3
Doorwerking in het delcit. ................................................................................................................................... 4
Prognose ............................................................................................................................................................. 4
Hoofdstuk 3. Schizofrenie en andere psychotische stoornissen. ............................................................................ 5
Schizofrenie ......................................................................................................................................................... 5
Forensische diagnostiek ...................................................................................................................................... 5
Complicaties en toerekeningsvatbaarheid .......................................................................................................... 5
Andere psychotische stoornissen ....................................................................................................................... 6
Hoofdstuk 5. Misbruik en afhankelijkheid van psychoactieve stoffen. ................................................................... 6
Epidemiologie...................................................................................................................................................... 6
Verslaving als concept ......................................................................................................................................... 6
Diagnostiek .......................................................................................................................................................... 7
Behandeling ........................................................................................................................................................ 7
Middelengebruik en toerekening ........................................................................................................................ 8
Delicten gepleegd vanuit de verslaving aan het middel ..................................................................................... 8
Drang en dwang in de verslavingszorg ................................................................................................................ 9
Hoofdstuk 6. Autistische stoornissen. ..................................................................................................................... 9
Psychopathologie en diagnostiek ........................................................................................................................ 9
Prevalentie ........................................................................................................................................................ 10
Behandeling en prognose ................................................................................................................................. 11
Forensische aspecten ........................................................................................................................................ 11
Hoofdstuk 7. ADHD en gedragsstoornissen. ......................................................................................................... 11
Diagnostiek en classificatie van ADHD .............................................................................................................. 11
DIagnostiek en classificatie van gedragsstoornissen ........................................................................................ 11
ADHD en de gedragsstoornissen in de overgang naar volwassenheid ............................................................. 11
De forensische context...................................................................................................................................... 12
HOOFDSTUK 1. DE PSYCHISCHE STOORNIS IN HET STRAFRECHT.
DE BETEKENIS VAN DE STOORNIS BIJ DE BEPE RKING/UITSLUITING VA N DE STRAFRECHTELIJKE
AANSPRAKELIJKHEID
, Samenvattend blijkt de psychische toestand van een verdachte op verschillende manieren een rol te kunnen
spelen bij de beoordeling van de strafrechtelijke aansprakelijkheid. Bij de toerekeningsvatbaarheid is de stoornis
het centrale begrip, maar bij de psychische overmacht en het noodweerexces gaat het juist om externe factoren
die ingrijpen op de psyche van de dader en hem beperken in zijn wilsvrijheid. Complicerend daarbij is dat vanuit
gedragskundig perspectief deze juridische dichotomie (stoornis gerelateerde versus ‘externe’ factoren) niet altijd
is vol te houden. De psychische stoornis, in de zin van psychopathologie, vindt niet zelden zijn oorsprong en
verklaring (mede) in de ‘buitenwereld’ gelegen omstandigheden. Het ontrafelen van endogene en exogene
factoren in de etiologie van de psychische stoornis blijkt gedragskundig niet altijd mogelijk en zinvol te zijn. Het
juridisch onderscheid tussen de in en vanuit de persoon (van de verdachte) te duiden stoornis enerzijds en de
invloed van externe factoren op diens psychische toestand anderzijds is voor de gedragskundige dus lastig te
hanteren. Hierna zullen wij zien dat dit probleem zich ook voordoet bij de inschatting van de kan o herhaling van
strafbare feiten, de gevaar predictie, die zowel in juridische als in gedragskundige termen te vatten is.
Bij de laatst besproken variant waarin de psychische toestand van de verdachte ten tijde van het delict kan leiden
tot strafuitsluiting, namelijk bij het ontbreken van opzet, ligt het weer wat genuanceerder. Doorgaans zal in die
gevallen sprake zijn van een ernstige (psychische) stoornis, maar juridische is dat geen vereiste. Waar het om
gaat is dat betrokkene heeft gehandeld in een zodanige toestand dat hij de reikwijdte van zijn handelen totaal
niet heeft kunnen overzien De reden daarvan kan een psychische stoornis zijn, maar evengoed een geestelijke
toestand die niet als pathologisch is aan te merken, zoals een droomtoestand. Ook een somatische aandoening
kan de verklaring vormen (zoals bijvoorbeeld epilepsie).
Conclusie is eigenlijk alleen in het geval de verdachte een beroep doet op ontoerekeningsvatbaarheid of
vermindering van toerekeningsvatbaarheid voor de rechter vast moet staan dat er sprake is van pathologie en
dat die pathologie verklarend is voor het delict gedrag.
DE GEVAARPROGNOSE
De gevaarprognose in strafzaken heeft twee kanten: een juridische en een gedragsdeskundige. Aan de ene kant
hebben we te maken met de strafrechtelijke relevantie van de gevaarprognose. De wet biedt de mogelijkheid
het gedrag van de justitiabele in de toekomst te sturen, als de verwachting bestaat dat deze opnieuw tot delict
gedrag komt. Aan de andere kant staat de gedragsdeskundige benadering. Hierbij gaat het om (de ontwikkeling
van) gedragsdeskundige technieken die het mogelijk maken uitspraken te doen over de recidivekans. Zowel in
de juridische als in de gedragskundige benadering kan eventuele pathologie bij de verdachte een rol spelen, maar
dit is lang niet altijd het geval.
Voor het opleggen van een strafrechtelijke maatregel geldt als wettelijk vereiste dat is voldaan aan het
zogenaamde ‘gevaarcriterium’. Anders dan bij het opleggen van een straf vormt niet de ‘schuld’ of de
‘aansprakelijkheid’ van de verdachte de legitimatie voor het strafrechtelijk ingrijpen, maar de verwachting dat
de betrokkene in de toekomst wederom voor zijn omgeving een gevaar zal opleveren.
De wetgever biedt de rechter de mogelijkheid zowel straffen als maatregelen voorwaardelijk op te leggen. De
voorwaarden richten zich tot de justitiabele en betreffen zijn gedrag. In de rechtspraak wordt wel aangenomen
dat, hoewel de wet daar niet over rept, de voorwaarde altijd in het verlengde moet liggen van het (strafrechtelijk)
belang van de onderliggende straf of maatregel.
TBS EN PLAATSING IN EEN PSYCHIATRISCH ZIEKENHUIS
Voor het opleggen van een TBS of een PPZ ( plaatsing psychiatrisch ziekenhuis) moet, op grond van de wet,
vaststaan dat ten tijde van het plegen van het strafbaar feit bij de verdachte sprake was van een psychiatrische
stoornis of zoals de wet dat zegt, een ‘gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens’.
Samenvatting
Annelies Keizer
MINOR WERKEN IN HET GEDWONGEN KADER
,INHOUD
Hoofdstuk 1. de psychische stoornis in het strafrecht. ........................................................................................... 1
De betekenis van de stoornis bij de beperking/uitsluiting van de strafrechtelijke aansprakelijkheid ................ 1
De gevaarprognose ............................................................................................................................................. 2
TBS en plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis ................................................................................................ 2
Hoofdstuk 2. Het deskundigenonderzoek. .............................................................................................................. 3
Diagnose .............................................................................................................................................................. 3
Doorwerking in het delcit. ................................................................................................................................... 4
Prognose ............................................................................................................................................................. 4
Hoofdstuk 3. Schizofrenie en andere psychotische stoornissen. ............................................................................ 5
Schizofrenie ......................................................................................................................................................... 5
Forensische diagnostiek ...................................................................................................................................... 5
Complicaties en toerekeningsvatbaarheid .......................................................................................................... 5
Andere psychotische stoornissen ....................................................................................................................... 6
Hoofdstuk 5. Misbruik en afhankelijkheid van psychoactieve stoffen. ................................................................... 6
Epidemiologie...................................................................................................................................................... 6
Verslaving als concept ......................................................................................................................................... 6
Diagnostiek .......................................................................................................................................................... 7
Behandeling ........................................................................................................................................................ 7
Middelengebruik en toerekening ........................................................................................................................ 8
Delicten gepleegd vanuit de verslaving aan het middel ..................................................................................... 8
Drang en dwang in de verslavingszorg ................................................................................................................ 9
Hoofdstuk 6. Autistische stoornissen. ..................................................................................................................... 9
Psychopathologie en diagnostiek ........................................................................................................................ 9
Prevalentie ........................................................................................................................................................ 10
Behandeling en prognose ................................................................................................................................. 11
Forensische aspecten ........................................................................................................................................ 11
Hoofdstuk 7. ADHD en gedragsstoornissen. ......................................................................................................... 11
Diagnostiek en classificatie van ADHD .............................................................................................................. 11
DIagnostiek en classificatie van gedragsstoornissen ........................................................................................ 11
ADHD en de gedragsstoornissen in de overgang naar volwassenheid ............................................................. 11
De forensische context...................................................................................................................................... 12
HOOFDSTUK 1. DE PSYCHISCHE STOORNIS IN HET STRAFRECHT.
DE BETEKENIS VAN DE STOORNIS BIJ DE BEPE RKING/UITSLUITING VA N DE STRAFRECHTELIJKE
AANSPRAKELIJKHEID
, Samenvattend blijkt de psychische toestand van een verdachte op verschillende manieren een rol te kunnen
spelen bij de beoordeling van de strafrechtelijke aansprakelijkheid. Bij de toerekeningsvatbaarheid is de stoornis
het centrale begrip, maar bij de psychische overmacht en het noodweerexces gaat het juist om externe factoren
die ingrijpen op de psyche van de dader en hem beperken in zijn wilsvrijheid. Complicerend daarbij is dat vanuit
gedragskundig perspectief deze juridische dichotomie (stoornis gerelateerde versus ‘externe’ factoren) niet altijd
is vol te houden. De psychische stoornis, in de zin van psychopathologie, vindt niet zelden zijn oorsprong en
verklaring (mede) in de ‘buitenwereld’ gelegen omstandigheden. Het ontrafelen van endogene en exogene
factoren in de etiologie van de psychische stoornis blijkt gedragskundig niet altijd mogelijk en zinvol te zijn. Het
juridisch onderscheid tussen de in en vanuit de persoon (van de verdachte) te duiden stoornis enerzijds en de
invloed van externe factoren op diens psychische toestand anderzijds is voor de gedragskundige dus lastig te
hanteren. Hierna zullen wij zien dat dit probleem zich ook voordoet bij de inschatting van de kan o herhaling van
strafbare feiten, de gevaar predictie, die zowel in juridische als in gedragskundige termen te vatten is.
Bij de laatst besproken variant waarin de psychische toestand van de verdachte ten tijde van het delict kan leiden
tot strafuitsluiting, namelijk bij het ontbreken van opzet, ligt het weer wat genuanceerder. Doorgaans zal in die
gevallen sprake zijn van een ernstige (psychische) stoornis, maar juridische is dat geen vereiste. Waar het om
gaat is dat betrokkene heeft gehandeld in een zodanige toestand dat hij de reikwijdte van zijn handelen totaal
niet heeft kunnen overzien De reden daarvan kan een psychische stoornis zijn, maar evengoed een geestelijke
toestand die niet als pathologisch is aan te merken, zoals een droomtoestand. Ook een somatische aandoening
kan de verklaring vormen (zoals bijvoorbeeld epilepsie).
Conclusie is eigenlijk alleen in het geval de verdachte een beroep doet op ontoerekeningsvatbaarheid of
vermindering van toerekeningsvatbaarheid voor de rechter vast moet staan dat er sprake is van pathologie en
dat die pathologie verklarend is voor het delict gedrag.
DE GEVAARPROGNOSE
De gevaarprognose in strafzaken heeft twee kanten: een juridische en een gedragsdeskundige. Aan de ene kant
hebben we te maken met de strafrechtelijke relevantie van de gevaarprognose. De wet biedt de mogelijkheid
het gedrag van de justitiabele in de toekomst te sturen, als de verwachting bestaat dat deze opnieuw tot delict
gedrag komt. Aan de andere kant staat de gedragsdeskundige benadering. Hierbij gaat het om (de ontwikkeling
van) gedragsdeskundige technieken die het mogelijk maken uitspraken te doen over de recidivekans. Zowel in
de juridische als in de gedragskundige benadering kan eventuele pathologie bij de verdachte een rol spelen, maar
dit is lang niet altijd het geval.
Voor het opleggen van een strafrechtelijke maatregel geldt als wettelijk vereiste dat is voldaan aan het
zogenaamde ‘gevaarcriterium’. Anders dan bij het opleggen van een straf vormt niet de ‘schuld’ of de
‘aansprakelijkheid’ van de verdachte de legitimatie voor het strafrechtelijk ingrijpen, maar de verwachting dat
de betrokkene in de toekomst wederom voor zijn omgeving een gevaar zal opleveren.
De wetgever biedt de rechter de mogelijkheid zowel straffen als maatregelen voorwaardelijk op te leggen. De
voorwaarden richten zich tot de justitiabele en betreffen zijn gedrag. In de rechtspraak wordt wel aangenomen
dat, hoewel de wet daar niet over rept, de voorwaarde altijd in het verlengde moet liggen van het (strafrechtelijk)
belang van de onderliggende straf of maatregel.
TBS EN PLAATSING IN EEN PSYCHIATRISCH ZIEKENHUIS
Voor het opleggen van een TBS of een PPZ ( plaatsing psychiatrisch ziekenhuis) moet, op grond van de wet,
vaststaan dat ten tijde van het plegen van het strafbaar feit bij de verdachte sprake was van een psychiatrische
stoornis of zoals de wet dat zegt, een ‘gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens’.