Orthopedagogiek, week 1.
Orthopedagogiek Hoofdstuk: 1;2;3;5;6,3;7;10.6;11;12;13;14
Inleiding in de pedagogiek: h4 en 10
Van Hoof & De Vries (2017) h7 zie canvas link
Toets p3
Orthopedagogiek: open kennisvragen
Psychopathalogie en medische basiskennis 2: open kennisvragen
Casus: open toepassingsvragen en open toepassingsvragen
Wat is pedagogiek: Handelingswetenschap die het opvoeden als object heeft en waarin de theorie
(dus het denken over opvoeden) centraal staat. Richt zich op het opvoedingsproces.
Pedagogiek en orthopedagogiek zijn beide gericht op opvoedingsprocessen.
De orthopedagogiek is een wetenschap die zich bezighoudt met de bijzondere opvoeding.
“De ontwikkeling van het kind komt in geding”
Belemmeringen in de opvoeding welke factoren in het opvoedproces zijn verstoord
Wat zijn de bijzondere omstandigheden
Hoe kunnen we hulp bieden bij de bijzondere
opvoedingsopgaven. Met welke specifieke opvoedingsmiddelen.
Er is dan sprake van een orthopedagogische vraagstelling wanneer de ontwikkeling van het kind in
gedrang komt.
Orthopedische vraagstelling = in zijn gedrag geeft het kind aan waar orthopedagogisch handelen
gewenst en noodzakelijk is.
Als je naar het gedrag van het kind kijkt, kun je als professional lezen en snappen wat het kind nodig
heeft.
4 basis dimensies:
Opvoedingsdoelen: zelfstandigheid en zelfredzaam
Opvoedingsopgave: kinderen hebben een opvoedingstaak
Opvoedingsstijlen:
Opvoedkunde = de vaardigheden van de opvoeder.
Opvoeding is altijd de relatie tussen ouder en kind, de hiërarchie.
Opvoedingsopgave = als ouder zorgen dat je kind zich zo goed mogelijk ontwikkeld
Opvoedingsstijl = de wijze waarop de opvoeder dit doet
Orthopedische vraagstelling = in zijn gedrag geeft het kind aan waar orthopedagogisch handelen
gewenst en noodzakelijk is.
Als je naar het gedrag van het kind kijkt, kun je als professional lezen en snappen wat het kind nodig
heeft. In het gedrag geeft het kind aan waar orthopedagogische handelen gewenst en noodzakelijk is.
De opvoeders ouders kunnen het gedrag over het algemeen goed lezen maar zitten verlegen om
handelingsmogelijkheden.
Kind vraagt vanuit mijn observatie wat hij nodig heeft.
Orthopedagogiek Hoofdstuk: 1;2;3;5;6,3;7;10.6;11;12;13;14
Inleiding in de pedagogiek: h4 en 10
Van Hoof & De Vries (2017) h7 zie canvas link
Toets p3
Orthopedagogiek: open kennisvragen
Psychopathalogie en medische basiskennis 2: open kennisvragen
Casus: open toepassingsvragen en open toepassingsvragen
Wat is pedagogiek: Handelingswetenschap die het opvoeden als object heeft en waarin de theorie
(dus het denken over opvoeden) centraal staat. Richt zich op het opvoedingsproces.
Pedagogiek en orthopedagogiek zijn beide gericht op opvoedingsprocessen.
De orthopedagogiek is een wetenschap die zich bezighoudt met de bijzondere opvoeding.
“De ontwikkeling van het kind komt in geding”
Belemmeringen in de opvoeding welke factoren in het opvoedproces zijn verstoord
Wat zijn de bijzondere omstandigheden
Hoe kunnen we hulp bieden bij de bijzondere
opvoedingsopgaven. Met welke specifieke opvoedingsmiddelen.
Er is dan sprake van een orthopedagogische vraagstelling wanneer de ontwikkeling van het kind in
gedrang komt.
Orthopedische vraagstelling = in zijn gedrag geeft het kind aan waar orthopedagogisch handelen
gewenst en noodzakelijk is.
Als je naar het gedrag van het kind kijkt, kun je als professional lezen en snappen wat het kind nodig
heeft.
4 basis dimensies:
Opvoedingsdoelen: zelfstandigheid en zelfredzaam
Opvoedingsopgave: kinderen hebben een opvoedingstaak
Opvoedingsstijlen:
Opvoedkunde = de vaardigheden van de opvoeder.
Opvoeding is altijd de relatie tussen ouder en kind, de hiërarchie.
Opvoedingsopgave = als ouder zorgen dat je kind zich zo goed mogelijk ontwikkeld
Opvoedingsstijl = de wijze waarop de opvoeder dit doet
Orthopedische vraagstelling = in zijn gedrag geeft het kind aan waar orthopedagogisch handelen
gewenst en noodzakelijk is.
Als je naar het gedrag van het kind kijkt, kun je als professional lezen en snappen wat het kind nodig
heeft. In het gedrag geeft het kind aan waar orthopedagogische handelen gewenst en noodzakelijk is.
De opvoeders ouders kunnen het gedrag over het algemeen goed lezen maar zitten verlegen om
handelingsmogelijkheden.
Kind vraagt vanuit mijn observatie wat hij nodig heeft.