Hoofdstuk 18 – Geslachtsverschillen bij sport en
inspanning
Tegenwoordig zijn sporten voor jongens én meisjes.
Lichaamsgrootte en lichaamssamenstelling
In de kindertijd is de lichaamsgrootte en –samenstelling tussen jongens en
meisjes gelijk, pas in de puberteit ontstaan er verschillen waarin meisjes meer
vetmassa creëren en jongens meer vetvrije massa. Deze verschillen ontstaan
door endocriene veranderingen. Tijdens de puberteit begint de voorste hypofyse
grote hoeveelheden van FSH (follikelstimulerend hormoon) en LH (luteïniserend
hormoon) af te geven. Deze stimuleren de ovaria en de testes. Op een gegeven
moment gaan meisjes oestrogeen produceren en jongens testosteron.
Testosteron zorgt voor een verhoogde botvorming, wat tot grotere botten leidt
en voor een toename in eiwitsynthese, wat tot vergroting van spiermassa leidt.
Als gevolg daarvan zijn mannelijke tieners groter en gespierder dan vrouwelijke
(mannen meer in bovenlichaam, vrouwen meer in onderlichaam). Ook stimuleert
het de vorming van epo wat leidt tot een toename van de aanmaak van rode
bloedcellen.
Oestrogeeen heeft invloed op de lichaamsgroei door het verbreden van de
heupen, het stimuleren van de borstontwikkeling en van het verhogen van de
vetopslag, met name op de dijen en heupen. Dit is het gevolg van een groeiende
lipoproteïnelipaseactiviteit. Dit enzym wordt beschouwd als het sleutelenzym
voor de opslag van vet in het vetweefsel. Lipoproteïnelipase wordt
geproduceerd in de vetcellen (adipocyten) en wordt gebonden door de
capillairwanden, die de belangrijkste transporteurs van triglyceriden in het bloed
zijn. Als dit enzym hoog is worden de triglyceriden opgeslagen. Oestrogeen laat
het groeitempo van botten ook toenemen, waardoor een versnelde botgroei
plaatsvindt en vrouwen eerder hun definitieve lengte bereiken dan mannen.
Vrouwen in vergelijking met mannen:
13 cm korter
14 tot 18 kg lichter
Hebben 3 tot 6 kg meer vetmassa
Een 6 tot 10% hoger vetpercentage
Fysiologische reacties op plotselinge inspanning
Kracht
De interne kwaliteiten van spieren en de mechanismen van de motorische
controle ervan zijn voor vrouwen gelijk aan die van mannen.
Vrouwen hebben een hoger percentage van hun spiermassa in hun onderlichaam
dan mannen. Daarnaast, waarschijnlijk in samenhang met dit verschil in
verdeling van de spiermassa, gebruiken vrouwen de spiermassa van hun
onderlichaam veel meer dan de spiermassa van het bovenlichaam, in vergelijking
met mannen.
Mannen en vrouwen hebben dezelfde spiervezelsamenstelling bij dezelfde
hoeveelheid spier zijn er geen verschillen in kracht tussen vrouwen en mannen,
maar vrouwen hebben kleinere dwarsdoorsneden dan mannen en gewoonlijk
minder spiermassa.
Onderzoek geeft aan dat vrouwen een grotere weerstand tegen vermoeidheid
hebben dan mannen. Dit kan te maken hebben met de hoeveelheid
gerekruteerde spiermassa, de compressie van bloedvaten, het substraatverbruik,
het spiervezeltype en de neuromusculaire activering.
Cardiovasculaire en respiratoire functie
Vrouwen hebben over het algemeen een hogere Hf op elk absoluut niveau van
submaximale inspanning. De Hfmax is hetzelfde als bij mannen. Het SV van
inspanning
Tegenwoordig zijn sporten voor jongens én meisjes.
Lichaamsgrootte en lichaamssamenstelling
In de kindertijd is de lichaamsgrootte en –samenstelling tussen jongens en
meisjes gelijk, pas in de puberteit ontstaan er verschillen waarin meisjes meer
vetmassa creëren en jongens meer vetvrije massa. Deze verschillen ontstaan
door endocriene veranderingen. Tijdens de puberteit begint de voorste hypofyse
grote hoeveelheden van FSH (follikelstimulerend hormoon) en LH (luteïniserend
hormoon) af te geven. Deze stimuleren de ovaria en de testes. Op een gegeven
moment gaan meisjes oestrogeen produceren en jongens testosteron.
Testosteron zorgt voor een verhoogde botvorming, wat tot grotere botten leidt
en voor een toename in eiwitsynthese, wat tot vergroting van spiermassa leidt.
Als gevolg daarvan zijn mannelijke tieners groter en gespierder dan vrouwelijke
(mannen meer in bovenlichaam, vrouwen meer in onderlichaam). Ook stimuleert
het de vorming van epo wat leidt tot een toename van de aanmaak van rode
bloedcellen.
Oestrogeeen heeft invloed op de lichaamsgroei door het verbreden van de
heupen, het stimuleren van de borstontwikkeling en van het verhogen van de
vetopslag, met name op de dijen en heupen. Dit is het gevolg van een groeiende
lipoproteïnelipaseactiviteit. Dit enzym wordt beschouwd als het sleutelenzym
voor de opslag van vet in het vetweefsel. Lipoproteïnelipase wordt
geproduceerd in de vetcellen (adipocyten) en wordt gebonden door de
capillairwanden, die de belangrijkste transporteurs van triglyceriden in het bloed
zijn. Als dit enzym hoog is worden de triglyceriden opgeslagen. Oestrogeen laat
het groeitempo van botten ook toenemen, waardoor een versnelde botgroei
plaatsvindt en vrouwen eerder hun definitieve lengte bereiken dan mannen.
Vrouwen in vergelijking met mannen:
13 cm korter
14 tot 18 kg lichter
Hebben 3 tot 6 kg meer vetmassa
Een 6 tot 10% hoger vetpercentage
Fysiologische reacties op plotselinge inspanning
Kracht
De interne kwaliteiten van spieren en de mechanismen van de motorische
controle ervan zijn voor vrouwen gelijk aan die van mannen.
Vrouwen hebben een hoger percentage van hun spiermassa in hun onderlichaam
dan mannen. Daarnaast, waarschijnlijk in samenhang met dit verschil in
verdeling van de spiermassa, gebruiken vrouwen de spiermassa van hun
onderlichaam veel meer dan de spiermassa van het bovenlichaam, in vergelijking
met mannen.
Mannen en vrouwen hebben dezelfde spiervezelsamenstelling bij dezelfde
hoeveelheid spier zijn er geen verschillen in kracht tussen vrouwen en mannen,
maar vrouwen hebben kleinere dwarsdoorsneden dan mannen en gewoonlijk
minder spiermassa.
Onderzoek geeft aan dat vrouwen een grotere weerstand tegen vermoeidheid
hebben dan mannen. Dit kan te maken hebben met de hoeveelheid
gerekruteerde spiermassa, de compressie van bloedvaten, het substraatverbruik,
het spiervezeltype en de neuromusculaire activering.
Cardiovasculaire en respiratoire functie
Vrouwen hebben over het algemeen een hogere Hf op elk absoluut niveau van
submaximale inspanning. De Hfmax is hetzelfde als bij mannen. Het SV van