Hoofdstuk 2 - Theorieën over behandeling
Een belangrijk onderdeel van de begeleiding van jongeren met
gedragsproblemen en stoornissen is de psycho-educatie. Deze maakt de
verschillende probleemgebieden inzichtelijker, waardoor het vaak beter mogelijk
wordt het probleem en het kind te accepteren. De orthopedagogiek is de
wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van de aanpak van het
verstoorde opvoedingsproces, bijvoorbeeld als gevolg van allerlei ontwikkelings-
en gedragsstoornissen.
5 hoofdstromingen van de aanpak van probleemgedragingen die voortvloeien uit
een stoornis of een probleem:
Psychodynamische (inzichtsgevende) benadering. Hierin staan
vooral de intermenselijke relaties centraal en gaat het om het ontwikkelen
van een vertrouwensrelatie door een goede basishouding en een adequate
pedagogische aanpak.
(Cognitieve) gedragstherapie. Dit is een methode voor planmatige
gedragsverandering. Gedrag is zowel aan als af te leren door de ‘juiste’
gevolgen aan het gedrag te koppelen. De basisveronderstelling is dat aan
gedrag gedachten ten grondslag liggen. Door deze gedachten goed in
kaart te brengen, te toetsen en te veranderen, kan het gedrag veranderen.
Experiëntiële, ervaringsgerichte benadering. Hierbij ligt de nadruk op
het proces, waarbij het ervaringsleren sterk op de voorgrond staat. Een
andere benadering die momenteel veel toegepast wordt, is de
oplossingsgerichte werkwijze. Daarbij kijkt men niet naar het probleem,
maar vooral naar situaties waarin de oplossing van het probleem zich
voordoet.
Systeemtheoretische benadering. Deze gaat ervan uit dat iemands
gedrag zijn weerslag heeft of andere personen binnen dat systeem. En dat
de reacties van anderen weer zorgen voor veranderingen bij de eerste
persoon.
Neurobiologische benadering. Benadering die uit gaat van de
hersenwetenschap.
Psychodynamische benadering
De psychodynamische benadering is als eerste gericht op de mens als subject die
zijn problemen alleen kan oplossen in relatie met de ander, een persoonsgerichte
benadering dus. Deze benadering wil het waarom van het probleemgedrag
proberen te begrijpen.
Bij gedragsproblemen is het belangrijk te achterhalen wat de betekenis is van dat
gedrag en daar je aanpak op af te stemmen. Zit het probleem in het denken,
doen, voelen of willen?
Er wordt gesproken over stagnering (kan niet meer verder) in het opvoedproces
over een orthopedagogische vraagstelling: een vraagstelling om specifiek
opvoeden die het kind door zijn gedrag demonstreert. Er worden drie aspecten
beschreven in de ontwikkeling van de persoon die mogelijk extra nadruk nodig
hebben. Het affectieve, gevoelsmatige aspect waarbij de relatie een belangrijke
rol speelt. Dit bevat de functie gevoelens te kunnen ervaren, gevoelsmatig
aanspreekbaar of aangedaan te kunnen zijn. Het cognitieve aspect, dit is het
vermogen om met allerlei structuren in de leefwereld om te gaan, deze te
analyseren en te ordenen, te relativeren en verbanden aan te brengen. Het
Een belangrijk onderdeel van de begeleiding van jongeren met
gedragsproblemen en stoornissen is de psycho-educatie. Deze maakt de
verschillende probleemgebieden inzichtelijker, waardoor het vaak beter mogelijk
wordt het probleem en het kind te accepteren. De orthopedagogiek is de
wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van de aanpak van het
verstoorde opvoedingsproces, bijvoorbeeld als gevolg van allerlei ontwikkelings-
en gedragsstoornissen.
5 hoofdstromingen van de aanpak van probleemgedragingen die voortvloeien uit
een stoornis of een probleem:
Psychodynamische (inzichtsgevende) benadering. Hierin staan
vooral de intermenselijke relaties centraal en gaat het om het ontwikkelen
van een vertrouwensrelatie door een goede basishouding en een adequate
pedagogische aanpak.
(Cognitieve) gedragstherapie. Dit is een methode voor planmatige
gedragsverandering. Gedrag is zowel aan als af te leren door de ‘juiste’
gevolgen aan het gedrag te koppelen. De basisveronderstelling is dat aan
gedrag gedachten ten grondslag liggen. Door deze gedachten goed in
kaart te brengen, te toetsen en te veranderen, kan het gedrag veranderen.
Experiëntiële, ervaringsgerichte benadering. Hierbij ligt de nadruk op
het proces, waarbij het ervaringsleren sterk op de voorgrond staat. Een
andere benadering die momenteel veel toegepast wordt, is de
oplossingsgerichte werkwijze. Daarbij kijkt men niet naar het probleem,
maar vooral naar situaties waarin de oplossing van het probleem zich
voordoet.
Systeemtheoretische benadering. Deze gaat ervan uit dat iemands
gedrag zijn weerslag heeft of andere personen binnen dat systeem. En dat
de reacties van anderen weer zorgen voor veranderingen bij de eerste
persoon.
Neurobiologische benadering. Benadering die uit gaat van de
hersenwetenschap.
Psychodynamische benadering
De psychodynamische benadering is als eerste gericht op de mens als subject die
zijn problemen alleen kan oplossen in relatie met de ander, een persoonsgerichte
benadering dus. Deze benadering wil het waarom van het probleemgedrag
proberen te begrijpen.
Bij gedragsproblemen is het belangrijk te achterhalen wat de betekenis is van dat
gedrag en daar je aanpak op af te stemmen. Zit het probleem in het denken,
doen, voelen of willen?
Er wordt gesproken over stagnering (kan niet meer verder) in het opvoedproces
over een orthopedagogische vraagstelling: een vraagstelling om specifiek
opvoeden die het kind door zijn gedrag demonstreert. Er worden drie aspecten
beschreven in de ontwikkeling van de persoon die mogelijk extra nadruk nodig
hebben. Het affectieve, gevoelsmatige aspect waarbij de relatie een belangrijke
rol speelt. Dit bevat de functie gevoelens te kunnen ervaren, gevoelsmatig
aanspreekbaar of aangedaan te kunnen zijn. Het cognitieve aspect, dit is het
vermogen om met allerlei structuren in de leefwereld om te gaan, deze te
analyseren en te ordenen, te relativeren en verbanden aan te brengen. Het