Privaatrecht: tussen burgers onderling. Wanneer overheid iets doet wat een particulier ook
kan doen, dan ook privaatrecht. Bijvoorbeeld: stuk grond verkopen.
• Familierecht
• Erfrecht
• Verbintenissenrecht
• Goederenrecht etc.
Publiekrecht: tussen burger en overheid.
• Staatsrecht
• Bestuursrecht
• Strafrecht
Privaatrecht = civiel recht = burgerlijk recht
o Vermogensrecht = alle op geld waardeerbare handelingen.
Notatie burgerlijk wetboeken: Art. 3:4 BW = artikel 4, Burgerlijk wetboek 3.
Verbintenissenrecht
Verbintenissen uit overeenkomst:
Bijvoorbeeld: koopovereenkomst of samenwerkingsovereenkomst.
Verbintenissen uit de wet:
o Zaakwaarneming = rechtshandeling, zoals iets voor iemand gerepareerd, wat volgens
de wet zorgt voor een verbintenis.
o Onrechtmatige verrijking: bijvoorbeeld tuinieren bij de verkeerde voortuin.
o Onverschuldigde betaling: bijvoorbeeld overmaken van geld naar verkeerde rekening.
Goederenrecht vs. Verbintenissenrecht
o Goederenrecht = geldt t.o.v iedereen, kun je inroepen tegenover iedereen.
(=absoluut recht)
o gekoppeld aan eigendom goed
o zaaksgevolg: blijft rusten op de zaak
o gesloten systeem: alleen de in de wet benoemde mogelijkheden
o publiciteitsvereiste: uittreksel openbaar register
o prioriteitsregel: oudste recht gaat voor
o Verbintenissenrecht = geldt alleen tussen bepaalde personen. (=relatief)
o Verbintenis: Een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen twee (of
meer) personen, op grond waarvan de ene persoon (schuldeiser) recht heeft
op prestatie, waartoe de ander (schuldenaar) is verplicht.
Bijvoorbeeld: recht van overpad in overeenkomst is relatief, dus verbintenissenrecht. Als het
recht in een akte staat of verjaard is, dan is het absoluut en dus goederenrecht.
Burgerlijk wetboek gaat van algemeen naar bijzonder:
o Boek 3: algemene regels vermogensrecht (wilsgebreken etc.)
o Boek 5: zakelijke rechten
o Boek 6: algemeen verbintenissenrecht
o Boek 7: bijzondere verbintenissen zoals koop, ruil en huur
o Boek 7A: vervolg bijzondere verbintenissen
, Begripsbepaling goederen
Wat is een goed?
Vruchtgebruik: recht om eigendom van iemand anders te gebruiken om voordeel uit te
halen. Valt onder zaken (tastbaar) en vermogensrechten (ontastbaar). Bijvoorbeeld:
aandelen en dividend.
Juridische kwalificatie van feiten
o Een rechtsfeit zorgt voor een rechtsgevolg, andere feiten niet.
o Rechtsfeiten bestaan uit menselijk handelen en blote rechtsfeiten (gebeurd
gewoon, bijvoorbeeld geboorte of dood.)
o Menselijk handelen kan een rechtshandeling (met beoogd rechtsgevolg) of
feitelijke handeling (zonder beoogd rechtsgevolg, dus niet bewust) zijn.
o Bij feitelijke handeling kan het onrechtmatige daad (bijvoorbeeld stelen of kapot
maken) of rechtmatige daad (zaakwarneming, onrechtmatige verrijking en
onverschuldigde betaling)
o Rechtshandelingen kunnen eenzijdig (gericht of ongericht) of meerzijdig zijn.
“een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een
verklaring heeft geopenbaard”. Rechtshandelingen kunnen zijn:
o Eenzijdig en meerzijdig
o Gericht en ongericht
o Verricht onder tijdsbepaling of voorwaarde:
o Opschortende voorwaarde
o Ontbindende voorwaarde
Zie aantekeningen driehoek in schrift!