Nederlandse Taal - Jaar 3
TAALALBUM
Esther Veenstra - 4553853
,Inhoudsopgave
Taaluitingen................................................................................................................................................... 2
Drie lessen met taaluitingen .................................................................................................................... 12
Les 1 – Niet bestaande woorden ................................................................................................................. 12
Les 2 – Aanleren letter ‘d’ ........................................................................................................................... 16
Les 3 – Letterlijk en figuurlijk ..................................................................................................................... 19
, Taaluitingen
Taaluitspraak 1
Fout op het niveau van: Syntaxis
Uitleg: Je kunt deze zin op twee
manieren opvatten. Je kunt het zien
alsof de bel niet werkt en je a.u.b. moet
kloppen, of dat de bel wel werkt en je
a.u.b. niet moet kloppen. De lezer kan
dus in de war raken.
Taaluitspraak 2
Fout op het niveau van: Orthografie en semantiek
Uitleg: Er is hier een fout gemaakt met het -dt/-d/-t
woorden. Ook kun je zeggen dat dit een fout is in
het semantische niveau, het is een homofoon. Dit
wil zeggen dat woorden hetzelfde klinken, maar
anders geschreven worden. De wijze van het
schrijven maakt ook deel uit van de betekenis van
het woord. Door het geen gebruik te maken van
de -dt, heeft de zin een hele andere betekenis
gekregen dan door wel -dt te gebruiken.
Taaluitspraak 3
Fout op het niveau van: Orthografie
Uitleg: ‘Hebt u’ is niet correct. Het hoort ‘Heeft
uw’ te zijn.