1.2 kantelt het economisch wereldbeeld?
De afgelopen jaren is er een daling ontstaan in het percentage van de industriegoederen
gemaakt in westerse landen.
Het ging van 70% in 1990 naar 45% in 2012.
Tegelijkertijd steeg het aandeel van de BRICS-landen van 10 naar 25%.
Bedenk wel dat het de westerse multinationale ondernemingen zijn die deze verschuiving
aanjagen.
Dat doen ze om twee redenen:
- Al sinds 1980 verplaatsen westerse mno’s hun maakindustrie naar de
lagelonenlanden.
Een gevolg is dat in de verenigde staten de industriële werkgelegenheid daalde.
Een ander gevolg is dat in 2011, China de VS passeerde als grootste producent van
industriële goederen.
Naast het maken van goederen, ontwikkelen de opkomende landen deze ook steeds
vaker, ze hebben de kennis hiervoor namelijk steeds meer in huis.
China telt nu al twee keer zo veel wetenschappers als Japan.
En niet alleen de maakindustrie wordt verplaatst, het gebeurt ook steeds meer met
diensten.
- De opkomende landen vormen een interessante afzetmarkt.
De koopkracht neemt immers toe. Wil je die markt veroveren, dan kun je er maar
beter in zitten, is de gedachte van veel mno’s.
Een flink deel van de wereldhandel verschuift van de centrumlanden naar de landen in de
periferie en vooral de semiperiferie.
Hier worden immers veel goederen gemaakt die bestemd zijn voor westerse landen, en dat
levert handel op.
De wereldhandel is vanaf 1975 enorm toegenomen.
Oorzaken daarvoor zijn:
- De opdeling van de productieketen, de weg die een product aflegt van grondstof tot
eindproduct.
Een Volkswagen die in Duits land in elkaar wordt gezet, bestaat uit onderdelen die al
een hele wereldreis achter de rug hebben.
Elk onderdeel wordt daar geproduceerd waar dat het goedkoopste kan. Dat leidt tot
handel en transport.
- Het transport van goederen is veel sneller en goedkoper geworden, vooral door de
komst van de container.