Week 1
Omzetbelasting algemeen
• Verbruiksbelasting: het verbruik (consumptie) wordt belast
• Indirect: niet de gebruiker, maar de ondernemer draagt af (art. 7 Wet OB)
• Aangiftebelasing: art. 9 AWR, dus naheffen en niet navorderen
Ondernemer Art. 7 Wet OB
Lid 1: ieder die een bedrijf zelfstandig uitoefent
1. natuurlijke personen organisatie van kapitaal en arbeid, niet in loondienst
2. rechtspersonen die deelneemt in het economisch
Nationaliteit/vestigingsplaats verkeer, om er duurzaam
doet er niet toe! opbrengsten uit te krijgen / beroep
(lid 2a)
verschil IB: winststreven is niet
noodzakelijk
Geen ondernemerschap:
• Incidentele deelname aan het economisch verkeer
• Uitsluitend presteren in besloten kring
• Uitsluitend prestaties “om niet” verrichten
Art. 7 lid 2b: quasi-ondernemer
à exploitatie van een vermogensbestanddeel (bv: verhuur onroerend goed, auto etc.)
Art. 7 lid 3: publiekrechtelijke lichamen
vb: gemeente à hoofdregel: geen ondernemer
à geen sprake van deelname aan het economisch verkeer
à uitzondering: overheid ook “ondernemer” als in concurrentie met andere
ondernemers
VB: vuilnis ophalen, feest in stad à kan ook door ondernemers worden uitgevoerd (concurrentie)
Art. 7 lid 4: fiscale eenheid
= 2 of meer ondernemers die samen als 1 ondernemer voor de OB worden behandeld
Voorwaarden: Eerst: Allebei OB ondernemer??
1) Financiële verwevenheid: tenminste meerderheid (>50%) van aandelen in de ander
BV 2) Organisatorische verwevenheid: dezelfde leiding
x 3) Economische verwevenheid: dezelfde activiteiten / doel / activiteiten ondergeschikt
• Fiscale eenheid kan ook door de fiscus worden opgelegd:
100%
à Fiscale eenheid
Nadeel fiscale eenheid: aansprakelijkheid OB door elke BV
BV Wanneer ondernemer volgens OB als Holding bv?
y v Alleen aandelen houdt à nee, geen ondernemer, want:
§ geen arbeid
§ geen concurrentie
§ geen vergoeding
v Stel je rekent management fee à (beloning voor werkzaamheden
als directie) dan wel OB ondernemer