Voorraad= goederen met een stoomsnelheid van nul.
Het verloop van de afname in tijd is niet identiek aan dat van het aanbod,
voorraden ontstaan meestal op een punt waar aanvoer en afvoer niet met elkaar
overeenstemmen. Voorraadhoogte= hoeveelheid stuk die men in voorraad heeft.
Het voorraadverloop is afhankelijk van de wijze van aanvulling van de vooraad
en/of van afnamepatroon.
Voorraad naar traject: de plaats in de goederenstoom gerekend vanaf de bron tot
de gebruiker. De centrale voorraadvorming in de keten hoor, meestal in één punt
van de goederenstroom plaats te vinden: klantenorderkoppelpunt (KOOP).
Voorraad naar soort: stratgische voorraad = wordt aangelgd om grote stagnaties
in de aanvoer op te vangen van die goederen die voor de voortzetting van het
productieproces van essentieel belang zijn. Voorraadvorming van blijvende aard.
Speculatieve voorraad =tijdelijk van aard. Doorgaans voorraden van essentiële
grondstoffen en inkoopdelen die aangelgd worden omdat men ban is voor
onverwachte en vrij hebige verstoringen in de inkoopprijzen. Buffervoorraad =
hoeveelheid materiaal die wacht op verdere bewerking. Van de twee belangrijke
elementen van iedere productvoorraad is de cyclusvoorraad (roulerende
voorraad) = de voorraad geleidelijk afneemt en periodiek word aangevuld
wanneer er orders worden ontvangen. Veiligheidsvoorraad = een buffer vormt
tegen onzekerheden in de vraag of in de aanvoer gedurende de
bevoorradingsdoorlooptijd. Seizoensvoorraad = voorraad die word opgebouwd
om de vraag gedurende seizoensschommelingen te kunnen voldoen in het geval
het productniveau in zijn geheel niet of minder meefluctueert met de
schommmelingen in de vraag. Restantpartijen = voorraden van gerede producten
die na afloop in de markt overblijven en niet meer volgens normale patroon
verkocht kunnen worden. Incourante = voorraden grondstoffen of halffabricaten
waarvan het onwaarschijnlijk is dat in toekomstige productieprocessen verbruikt
kunnen worden. Afgekeurde producten voldoen niet aan de eisen die gelden bij
normaal gebruik
Theoretische voorraad= gegevens in adminstratie in computer. Technische
voorraad (fysieke voorraad)= volgens de administratie, werkelijk hoeveelheid in
het magazijn aanwezige goederen. Bestelde voorraad= goederen waartegnover
een bestelling bij een leverancier staat die nog niet zijn ogenomen in de
magazijnvoorraad. Beschikbare voorraad = alleen die goederen waar, op dat
moment, nog geen bestelling tegenover staat. Gereserveerde voorraad =
goederen waar een order van een klant tegenover staat. De technische/fysieke
voorraad = de werkelijke aanwezige hoeveelheid. Hierin zijn ook de nog uit te
leveren bestellingen opgenomen. De effectieve voorraad = de som van de
fysieke voorraad en de bestelde voorraad.
Economische voorraad(geplande voorraad aan het einde van de tijdsperiode)=
het bedrag waarover de onderneming een finincieel risco loopt. De som van de
fysieke voorraad en de besteld, maar nog niet ontvangen goederen minus de
reeds verkocht maar nog niet aan de klant geleverde goederen. Geplande
voorraad kan de ondernemer blijven zitten als er geen enkele order meer binnen
komt = risico incourant.
Voorraadbeheer in één punt = slecht afzonderlijk voorraadpunten in de totlae
logistieke keten.
Voorraden leggen beslag op de geldstroom in een onderneming. Drie soorten
kosten:
- Bestelkosten = de kosten voor het bestellen en laten leveren van het
product. De kosten die gerelateerd zijn aan het administratieve proces om
een bestelling voor te bereiden, vrij te geven, te volgen bij de leverancier,
te ontvangen, te inspecteren, op te slaan en de rekening te voldoen.
, - Voorraadkosten= kosten van rente, ruimte en risco
- Kosten van neeverkoop= kosten van het niet beschikbaar zijn van een
product
Formule van Camp (EOQ= economic order quantity), hierbij gaat men ervan uit
dat de totale kosten per periode van een artikel bestaan uit alle bestelkosten en
alle voorraadkosten in die periode.
BQ-bestelmethode= een systeem voor het bestellen op basis van een teboren
berekend bestelniveau (B)= het punt waarbij de voorraad zo gering is geworden
dat er weer een bestelling moet worden geplaats. Op het moment dat de
voorraad gelijk aan of minder is dan het bestelniveau wordt een vaste
hoeveelheid (Q) besteld.
De sS-bestelmethode = een vast bestelmoment; nu s genoemd. De bestelserie is
variabel. De bestelmomenten zijn vast. Als op het vastgestelde bestelmoment de
(economische) voorraad kleiner is dan s, wordt een zodanige bestelling geplaatst
dat de (economische) voorraad hierdoor gelijk wordt aan het niveau S. De hoogte
s en S zijn vooraf berekend en worden periodiek in overeenstemming gebracht
met veranderingen in de vraag en/of de levertijd en andere bepalende
grootheden. De grootte van de bestelserie wordt bepaald door het verschil van S
en het niveau van de (economische) voorraad op het bestelmoment.
De BS-methode wordt toegepas ingeval er beperkingen zijn in de maximale
voorraadhoogte en/of de maximale hoeveelheid geld die aan een enkel artikel
mag worden besteed. De sQ-bestelmethode kan gebruikt worden als er bij een
leverancier veel bestellingen binnenkomen van verschillende artikelenen met een
vaste bestelgrootte.
Voorspellingsmethodes:
1. Intuïtie, sujectieve keuzen een dominante rol
2. Kwalitatieve modellen, verloop door (consumenten) onderzoek tot stan
komt
3. Causale modellen, gedrag word bepaald door een of meer variabelen
4. Tijdreeksmodellen, de trend vanuit historische waarden wordt bepaald
Hoofdstuk 6
Processen binnen de inkoopfuncitie:
1. Specificeren
2. Selecteren
3. Contracteren
4/5. Bestellen/bewaken
6 . nazorg
Inkoopontwikkelingsmodel:
1. Transactieoriëntatie
2. Commerciële oriëntatie
3. Gecoördineerde inkoop
4. Interne integratie
5. Externe integratie
6. Ketenintegratie
Inkoopfunctie dient er in de eerste plaats voor zorg te dragen dat de materialen
en diensten overeenkomstig de wensen van de aanvrager ter beschikking komen.
Commerciële inkoop omvat de analyse, planning, implementatie en beheersing
van activiteiten die gericht zijn op het ontwikkelen, uitbouwen en onderhouden
van relaties met de leveranciersmarkt ter bevrediging van de inkoopbehoeften
van de onderneming op korte en lange termijn, teneinde een optimale bijdrage
aan de ondernemingsdoelstellingen te bewerkstelligen.
Inkooplogistiek is de activiteit en/of de functie die ervoor zorgdraagt, dat de juiste
hoeveelheden product tegen de juiste prijs ter beschikking komen van de
aanvrager.