Kennistoets 3
Inleiding in de fysiologie
&
Pathologie en biomechanica
Eerste jaar van de opleiding Fysiotherapie
Antwoorden zijn op de laatste pagina weergegeven
, Oefenvragen
1. Wat gebeurt er bij een isometrische contractie?
a. Spier wordt langer
b. Spier wordt korter
c. Lengte van de spier blijft gelijk
2. Waar ligt het epimysium?
a. Bindweefsellaag rondom individuele cel
b. Bindweefsellaag rondom hele spier
c. Bindweefsellaag rondom fasciculi
d. Bindweefsellaag rondom sacrolemma
3. Zet de processen die energie leveren bij inspanning in de juiste volgorde
a. CP-ATP-anaeroob-aeroob
b. ATP-anaeroob-CP-aeroob
c. ATP-CP-aeroob-anaeroob
d. ATP-CP-anaeroob-aeroob
4. Witte (snelle) spiervezels hebben een aerobe verbranding?
a. Waar
b. Niet waar
5. Hoeveel paar chromosomen heeft een cel?
a. 23
b. 24
c. 46
d. 48
6. B = bruin, b = blauw. Wat is de kans dat het kind
bruine ogen krijgt?
a. 25%
b. 50%
c. 75%
d. 100%
Figuur 1 Vraag 6