Hoofdstuk 25:
25.1 Overheidsbestuur
Het bestuursrecht heeft betrekking op het gedrag van het overheidsbestuur tegen de burger. In het
bestuursrecht zijn de bestuursorganen bevoegd om publiekrechtelijke rechtsgevolgen teweeg te
brengen.
25.2 Algemeen bestuursrecht
In het algemeen bestuursrecht zijn er bepaalde begrippen en regels die gelden voor het gehele
bestuursrecht. Eerst werden deze in allerlei bestuursrechtelijke wetten apart opgeschreven, maar
de Awb heeft daar verandering in gebracht. De grondwet heeft namelijk voorgeschreven dat de
algemene regels van bestuursrecht vastgesteld moesten worden (Art. 107 lid 2 Gw).
Bepaalde jurisprudentie is in de Awb gecodificeerd, dat wil zeggen in de Awb vastgelegd. De Awb
komt in gedeelten tot stand (tranches) omdat het teveel is om in een keer vast te leggen. De Awb
begint vaak met algemene bepalingen over het betreffende onderwerp, en wordt daarna
specifieker.
25.3 Bijzonder bestuursrecht
De rechtsregels in het bijzonder bestuursrecht zijn uitsluitend van toepassing op een bijzonder
onderdeel van het overheidsoptreden, zoals het belastingrecht, het vreemdelingenrecht en het
omgevingsrecht. Bijzonder bestuursrecht bestaat dus uit regels die zich beperken tot een specifiek
gebied van het bestuursrecht. Deze speciale wetten richten zich met name op ordenende en
verzorgende taken van de overheid.
Voorbeelden hiervan zijn:
- wetten op het terrein van ruimtelijke ordening, economie, milieu, defensie en belastingen
- wetten op het terrein van onderwijs en gezondheidszorg
Bijzondere wetten gaan vóór algemene wetten. LET OP! dit geldt alleen als er strijd is tussen de 2
wetten!
, Hoofdstuk 26:
26.1 Legaliteitsbeginsel
Het legaliteitsbeginsel = de bevoegdheden van een bestuursorgaan moeten wel ergens op
gebaseerd zijn: de wet moet deze bevoegdheden aan het bestuursorgaan hebben verleend. Ook
regelt de wet de grenzen van de bevoegdheden. Deze bevoegdheid kan via verschillende
manieren verkregen worden, zoals attributie, delegatie of mandaat.
26.2 Attributie
Attributie = het bestuursorgaan verkrijgt zijn bevoegdheden via de wet. De wetgever in materiële
zin schept dan een (nieuwe) bestuursbevoegdheid die wordt toegekend aan een bestuursorgaan.
Dit staat dus in een wet in materiële zin, omdat deze niet maar eenmalig geldt, maar elke keer in
voorkomende gevallen toegepast wordt. (titel 10.1 Awb).
26.3 Delegatie
Delegatie = een bestuursorgaan dat een bevoegdheid geattribueerd heeft gekregen draagt deze
bevoegdheid over aan een ander orgaan, dat deze als een eigen bevoegdheid gaat hanteren.
(Art.10:13 Awb). Dit mag alleen als er in de wet staat: bij of krachtens de wet / de wet regelt / de
wet stelt regels. Ook is het zo dat een delegatiebesluit schriftelijk vastgelegd en naar buiten
bekendgemaakt moet worden (Art. 10:19 Awb).
26.4 Mandaat
Mandaat = een bestuursorgaan laat een ander het werk doen, maar blijft zelf verantwoordelijk. Dit
om de werklast te verminderen. Voor mandaat is geen wettelijke basis of bekendmaking nodig. Je