SAMENVATTING WFT VERMOGEN 2022 – 2023
,Inhoud
Hoofdstuk 1 – Zorgplicht......................................................................................................................... 4
Hoofdstuk 2 – Aansprakelijkheidsrisico’s................................................................................................ 5
Hoofdstuk 3 – Wetgeving met betrekking tot medische keuring ........................................................... 6
Hoofdstuk 4 – Algemene wet gelijke behandeling en privacywetgeving ............................................... 9
Hoofdstuk 5 – WFT Vergunningsplicht en precontractuele informatie bij aanbieden
beleggingsproducten ............................................................................................................................ 10
Hoofdstuk 6 – De onderneming ............................................................................................................ 12
Hoofdstuk 7 – De verhouding tussen de vennootschap en zijn dga ..................................................... 16
Hoofdstuk 8 – Pensioen-oudedagsvoorzieningen ................................................................................ 18
Hoofdstuk 9 – Overgang van de onderneming ..................................................................................... 22
Hoofdstuk 10 – De Integrale financiële positie van de IB-ondernemer en de dga ............................... 25
Hoofdstuk 11 – Huwelijksvermogensrecht ........................................................................................... 27
Hoofdstuk 12 – Het erfrecht ................................................................................................................. 31
Hoofdstuk 13 – Inkomstenbelasting ..................................................................................................... 37
Hoofdstuk 14 – Successiewet ............................................................................................................... 48
Hoofdstuk 15 – Zorgplicht beleggen ..................................................................................................... 54
Hoofdstuk 16 – Klantprofiel .................................................................................................................. 56
Hoofdstuk 17 – Het risicoprofiel ........................................................................................................... 59
Hoofdstuk 18 – De drie pijlers .............................................................................................................. 62
Hoofdstuk 19 – Sociale zekerheid ......................................................................................................... 64
Hoofdstuk 20 – Langlevenrisico ............................................................................................................ 68
Hoofdstuk 21 – Kortlevenrisico............................................................................................................. 75
Hoofdstuk 22 – Werkloosheidswet....................................................................................................... 77
Hoofdstuk 23 – Ziekte en arbeidsongeschiktheid................................................................................. 81
Hoofdstuk 24 – Echtscheiding ............................................................................................................... 85
Hoofdstuk 25 – Inkomensrisico’s en vermogensopbouw en -afbouw ................................................. 88
Hoofdstuk 26 – De levensverzekeringsovereenkomst.......................................................................... 90
Hoofdstuk 27 – De lijfrente ................................................................................................................... 93
Hoofdstuk 28 – De kapitaalverzekering .............................................................................................. 103
Hoofdstuk 29 – Passende dienstverlening en beleggen ..................................................................... 109
Hoofdstuk 30 – Beleggingscategorieën .............................................................................................. 112
Hoofdstuk 31 – Beleggingsfondsen..................................................................................................... 118
Hoofdstuk 32 – Beleggingsinstellingen ............................................................................................... 121
Hoofdstuk 33 – Economische factoren ............................................................................................... 123
Hoofdstuk 34 – Risico en rendement.................................................................................................. 126
2
,Hoofdstuk 35 – Risicoreductie ............................................................................................................ 130
Hoofdstuk 36 – Beheer en mutatie ..................................................................................................... 131
3
, Hoofdstuk 1 – Zorgplicht
De financieel dienstverlener heeft een wettelijke zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de
dienstverlener moet handelen in het belang van de klant.
Concreet betekent dit dat de invulling van het begrip zorgplicht per geval afhankelijk is van de
omstandigheden. Voorbeelden van deze omstandigheden zijn: de aard van de opdracht, de aard en
de ernst van de betrokken belangen en de positie van de opdrachtnemer. Verder kan de zorgplicht
ingevuld worden aan de hand van de wet en de normen van de beroepsgroep. De opdrachtgever
mag verwachten dat de opdrachtnemer zijn belangen optimaal behartigt.
De zorgplicht van de Wft bestaat daarnaast uit het inventariseren van relevante informatie over de
situatie van de klant, onderzoeks- en waarschuwingsplicht van de financiële dienstverlener en het
verstrekken van relevante informatie. De geïnventariseerde gegevens van de klant legt de financieel
dienstverlener vast in een klantprofiel.
De informatie aan de klant moet:
- Feitelijk juist zijn;
- Voor de klant begrijpelijk zijn;
- Niet misleidend zijn.
Het opnemen van de zorgplicht in de Wft maakt het mogelijk dat de toezichthouder vanuit de
overheid financiële instellingen aansprakelijk kan stellen voor het overtreden van hun zorgplicht.
Daarbij is het niet nodig dat burgers schade hebben geleden.
Dat is een belangrijk verschil met de zorgplicht die voortvloeit uit het BW. Omdat dat privaatrecht
betreft, heeft de overheid daar geen mogelijkheden op te treden en kunnen financieel
dienstverleners voor het overtreden van hun zorgplicht alleen worden aangesproken door burgers
die schade hebben geleden.
4
,Inhoud
Hoofdstuk 1 – Zorgplicht......................................................................................................................... 4
Hoofdstuk 2 – Aansprakelijkheidsrisico’s................................................................................................ 5
Hoofdstuk 3 – Wetgeving met betrekking tot medische keuring ........................................................... 6
Hoofdstuk 4 – Algemene wet gelijke behandeling en privacywetgeving ............................................... 9
Hoofdstuk 5 – WFT Vergunningsplicht en precontractuele informatie bij aanbieden
beleggingsproducten ............................................................................................................................ 10
Hoofdstuk 6 – De onderneming ............................................................................................................ 12
Hoofdstuk 7 – De verhouding tussen de vennootschap en zijn dga ..................................................... 16
Hoofdstuk 8 – Pensioen-oudedagsvoorzieningen ................................................................................ 18
Hoofdstuk 9 – Overgang van de onderneming ..................................................................................... 22
Hoofdstuk 10 – De Integrale financiële positie van de IB-ondernemer en de dga ............................... 25
Hoofdstuk 11 – Huwelijksvermogensrecht ........................................................................................... 27
Hoofdstuk 12 – Het erfrecht ................................................................................................................. 31
Hoofdstuk 13 – Inkomstenbelasting ..................................................................................................... 37
Hoofdstuk 14 – Successiewet ............................................................................................................... 48
Hoofdstuk 15 – Zorgplicht beleggen ..................................................................................................... 54
Hoofdstuk 16 – Klantprofiel .................................................................................................................. 56
Hoofdstuk 17 – Het risicoprofiel ........................................................................................................... 59
Hoofdstuk 18 – De drie pijlers .............................................................................................................. 62
Hoofdstuk 19 – Sociale zekerheid ......................................................................................................... 64
Hoofdstuk 20 – Langlevenrisico ............................................................................................................ 68
Hoofdstuk 21 – Kortlevenrisico............................................................................................................. 75
Hoofdstuk 22 – Werkloosheidswet....................................................................................................... 77
Hoofdstuk 23 – Ziekte en arbeidsongeschiktheid................................................................................. 81
Hoofdstuk 24 – Echtscheiding ............................................................................................................... 85
Hoofdstuk 25 – Inkomensrisico’s en vermogensopbouw en -afbouw ................................................. 88
Hoofdstuk 26 – De levensverzekeringsovereenkomst.......................................................................... 90
Hoofdstuk 27 – De lijfrente ................................................................................................................... 93
Hoofdstuk 28 – De kapitaalverzekering .............................................................................................. 103
Hoofdstuk 29 – Passende dienstverlening en beleggen ..................................................................... 109
Hoofdstuk 30 – Beleggingscategorieën .............................................................................................. 112
Hoofdstuk 31 – Beleggingsfondsen..................................................................................................... 118
Hoofdstuk 32 – Beleggingsinstellingen ............................................................................................... 121
Hoofdstuk 33 – Economische factoren ............................................................................................... 123
Hoofdstuk 34 – Risico en rendement.................................................................................................. 126
2
,Hoofdstuk 35 – Risicoreductie ............................................................................................................ 130
Hoofdstuk 36 – Beheer en mutatie ..................................................................................................... 131
3
, Hoofdstuk 1 – Zorgplicht
De financieel dienstverlener heeft een wettelijke zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de
dienstverlener moet handelen in het belang van de klant.
Concreet betekent dit dat de invulling van het begrip zorgplicht per geval afhankelijk is van de
omstandigheden. Voorbeelden van deze omstandigheden zijn: de aard van de opdracht, de aard en
de ernst van de betrokken belangen en de positie van de opdrachtnemer. Verder kan de zorgplicht
ingevuld worden aan de hand van de wet en de normen van de beroepsgroep. De opdrachtgever
mag verwachten dat de opdrachtnemer zijn belangen optimaal behartigt.
De zorgplicht van de Wft bestaat daarnaast uit het inventariseren van relevante informatie over de
situatie van de klant, onderzoeks- en waarschuwingsplicht van de financiële dienstverlener en het
verstrekken van relevante informatie. De geïnventariseerde gegevens van de klant legt de financieel
dienstverlener vast in een klantprofiel.
De informatie aan de klant moet:
- Feitelijk juist zijn;
- Voor de klant begrijpelijk zijn;
- Niet misleidend zijn.
Het opnemen van de zorgplicht in de Wft maakt het mogelijk dat de toezichthouder vanuit de
overheid financiële instellingen aansprakelijk kan stellen voor het overtreden van hun zorgplicht.
Daarbij is het niet nodig dat burgers schade hebben geleden.
Dat is een belangrijk verschil met de zorgplicht die voortvloeit uit het BW. Omdat dat privaatrecht
betreft, heeft de overheid daar geen mogelijkheden op te treden en kunnen financieel
dienstverleners voor het overtreden van hun zorgplicht alleen worden aangesproken door burgers
die schade hebben geleden.
4