Artikel van Jo Hermans. “het opvoeden verleerd”
Kritiek op de jeugd en de opvoeders is van alle tijden. Ongeveer 2500 jaar
geleden werd en een uitspraak gedaan, die nu nog steeds relevant is.
‘Onze jeugd heeft tegenwoordig een sterke hang naar luxe, heeft slechte
manieren, minachting voor het gezag en geen eerbied voor ouderen. Ze geven
de voorkeur aan kletspraatjes in plaats van training. Zij spreken hun ouders
tegen, houden niet hun mond in gezelschap en tiranniseren hun leraren’.
Een paradox (tegenstelling)
Grote toename van zorggebruik
De Nederlandse jeugd ontwikkelt zich goed
Hieronder staan uitspraken waaruit blijkt dat het goed gaat met de Nederlandse
jeugd.
Nederlandse ouders gebruiken vooral autoritatieve in plaats van autoritaire
controle en disciplineringtechnieken. Ze maken dus vooral gebruik van
uitleg en wijzen op eerdere afspraken of de gevolgen van bepaald gedrag
en maken minder gebruik van straf, negeren en machtsuitoefening.
Met de meeste kinderen in Nederland gaat het goed. Ongeveer 5% heeft
daadwerkelijk te maken met een opeenstapeling van problemen.
De meeste ouders voeren hun taak als opvoedende ouder goed uit
Uit grootschalig onderzoek blijkt dat er geen toename van problemen zijn
en de jeugdcriminaliteit neemt niet toe (zelfrapportage). Ook het
middelengebruik in Nederland neemt niet toe.
Nederlandse jeugd is het gelukkigst van de wereld
Feitjes over de jeugdzorgvoorzieningen in Nederland
19% van de gezinnen en jeugdigen in Nederland maakt gebruik van
jeugdzorgvoorzieningen, Dit betreft zowel de eerste- als
tweedelijnsjeugdzorg.
3% van de gezinnen zonder ernstige problemen, maakte toch gebruik van
jeugdzorg.
Van de gezinnen met ernstige problemen, maakt meer dan de helft geen
gebruik van jeugdzorg.
De problemen ontwikkelen zich vooral bij een relatief klein deel van de
jeugd, dat een onevenredig sterk beroep op zorg doet.
, Verklaring van de paradox
De verklaring heeft te maken met de wijze waarop in de huidige samenleving
opvoedproblemen en opgroeiproblemen gedefinieerd worden. Langs de drie
lijnen van deze dimensies worden problemen van ouders en kinderen te vroeg, te
vaak en te ingrijpend ‘geëxporteerd’ naar speciale voorzieningen.
Drie dimensies
1. Jeugdtolerantieniveau
De samenleving kan nog maar weinig hebben van de jeugd. Krijsende
baby’s worden als overlast ervaren. Jongens van 12 jaar die een opstootje
hebben, worden gezien als gewelddadig gedrag. Een ander voorbeeld zijn
de hangjongeren. Zij doen vaak niets fout, maar worden toch al snel gezien
als overlast en gevaarlijk.
‘gat in de opvoeding’
Jongeren niet welkom in publieke domeinen (één jongeren tegelijk in
de supermarkt)
‘Iemand’ bellen om problemen op te lossen (politie, meldpunt)
In publieke domeinen zijn we het opvoeden verleerd (we hebben
professionals nodig)
2. Psychopathologisering
Het op een specifieke orthopedagogische wijze interpreteren van
opvoedingsopgaven. Zowel problemen van kinderen als problemen van
ouders worden dus vaak en snel gepsychopathologiseerd of
georthopedagogiseerd. Dit heeft geleid tot een enorme vlucht van
gespecialiseerde zorg, maar ook van preventieve programma’s voor
opvoed- en opgroeiproblemen.
3. Criminalisering
Regel overtredend gedrag van kinderen wordt eerder en vaker
gedefinieerd als crimineel gedrag en het wordt ook als zodanig behandeld.
Het probleem is dus dat we te ver zijn doorgeschoten en dat steeds meer
kinderen de boodschap krijgen dat er iets met hen is. De vraag is of dit wel altijd
terecht is. Het gevolg is dat de verantwoordelijke opvoeders en andere burgers
niet meer bereid zijn om die problemen te lijf te gaan. Er worden daarvoor
professionals ingezet en daardoor zijn wij het opvoeden verleerd.
Oplossingen
Kinderen moeten weer worden opgevoed en niet te snel behandeld worden
Het versterken van de opvoedingssituatie in gezinnen
Beroep doen op de sociale netwerken van gezinnen
Ouders moeten gesteund worden en niet te snel naar een
‘gedragsmanagement programma’ gestuurd worden
Scholen moeten de moeilijkste kinderen niet als last zien maar als een
professionele uitdaging
Burgers in publieke domeinen moeten weer plezier in kinderen op straat
krijgen en zich mede verantwoordelijk moeten voelen voor hun welzijn
Opvoeders en kinderen hebben recht op gespecialiseerde zorg die op tijd
komt en die echt helpt.