Strafrecht
Opzet en schuld
- Doodslag
- Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan
doodslag, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of
geldboete van de vijfde categorie.
- Dood door schuld
- Hij aan wiens schuld de dood van een ander te wijten is, wordt gestraft met
gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde
categorie.
Opzet
- Opzet
- willens en wetens handelen
- Graden van opzet
a. Opzet met bedoeling
b. Voorwaardelijke opzet, met mogelijkheidsbewustzijn
c. Opzet met noodzakelijkheidsbewustzijn
- Trefwoorden:
- Opzettelijk, wetende dat, wist, met het oogmerk om, mishandeling, opruien,
verzetten e.a.= opzetdelicten
Strafuitsluitingsgronden
Rechtvaardigingsgronden (niet wederrechtelijk) >daad
- Noodweer (art.41 lid 1 Sr.)
- Ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding
- Ogenblikkelijke, dreigend gevaar (niet wachten tot ‘contact’)
- Lijf, eerbaarheid of goed
- Limitatief: alleen deze drie
- Eerbaarheid: seksuele eerbaarheid (aantasting of goede naam niet)
- ‘Eigen’, maar ook ‘eens anders’ lijf, eerbaarheid of goed.
- Geboden en noodzakelijke verdediging
- Subsidiariteit
- Proportionaliteit
- Overmacht als noodtoestand (art.40 Sr.)
Opzet en schuld
- Doodslag
- Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan
doodslag, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of
geldboete van de vijfde categorie.
- Dood door schuld
- Hij aan wiens schuld de dood van een ander te wijten is, wordt gestraft met
gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde
categorie.
Opzet
- Opzet
- willens en wetens handelen
- Graden van opzet
a. Opzet met bedoeling
b. Voorwaardelijke opzet, met mogelijkheidsbewustzijn
c. Opzet met noodzakelijkheidsbewustzijn
- Trefwoorden:
- Opzettelijk, wetende dat, wist, met het oogmerk om, mishandeling, opruien,
verzetten e.a.= opzetdelicten
Strafuitsluitingsgronden
Rechtvaardigingsgronden (niet wederrechtelijk) >daad
- Noodweer (art.41 lid 1 Sr.)
- Ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding
- Ogenblikkelijke, dreigend gevaar (niet wachten tot ‘contact’)
- Lijf, eerbaarheid of goed
- Limitatief: alleen deze drie
- Eerbaarheid: seksuele eerbaarheid (aantasting of goede naam niet)
- ‘Eigen’, maar ook ‘eens anders’ lijf, eerbaarheid of goed.
- Geboden en noodzakelijke verdediging
- Subsidiariteit
- Proportionaliteit
- Overmacht als noodtoestand (art.40 Sr.)