BA1A2 De gezonde mens
WEEK 7
HC.1 & ZO.1 Milieu interieur en homeostase
14 oktober
Functie bloed
- Transportfunctie (gassen, voedings-, afval- en signaalstoffen)
- Afweerfunctie
Milieu interieur: de extracellulaire vloeistof (ook weefselvocht of interstitiële vloeistof genoemd)
- Volume bij een volwassene 10-15 L
- Sepoint: waarde die is ingesteld
- Sensor: meet de waarde van de extracellulaire vloeistof
- Comparator: meet verschil sensor en setpoint
- Effector: werkt om het verschil te laten verdwijnen
Homeostase: constant houden van milieu interieur
- Enkele constant gehouden grootheden
o Bloedvolume
o Plasmaniveaus
o Concentraties van ionen
- Regelsystemen
o Open regelsysteem (feedforward)
Je moet nog maar zien wat de uitkomst is
Met een soort aan/uit mechanisme
Bijv. ledigen blaas
In het lichaam: anticiperend en zeer snel
o Gesloten: waarbij het uitgangssignaal het ingangssignaal beïnvloedt
Homeostaat: voornaamste taak constant houden te regelen
Volg-/servosysteem: de te regeleen grootheid zo goed mogelijk een
variërende ingangswaarde te laten volgen
Feedback/terugkoppeling
Negatief: remmend => stabilisatie proces
Positief: stimulerend => vicieuze cirkel
Lichaamtemperatuur
- Setpoint: 36.8 oC ± 0.5 oC
o ´s Ochtends iets lager, ´s middags iets hoger
- Constante lichaamstemperatuur betekent warmteafgifte =
warmteproductie
- Hyperthermie: meer warmteproductie dan afgifte
- Hypothermie: kern °C < 35°C (warmteafgifte > warmteproductie)
- Het constant houden is een regulateursysteem
Warmteafgifte
, - Straling/radiatie: met voorwerpen op afstand
- Geleiding/conductie: door contact met stilstaand medium
- Stroming/convectie: door contact met bewegend medium (e.g. wind)
- Verdamping/evaporatie: onttrekking van verdampingswarmte
- Regulatie
o Door verhoogde huiddoorbloeding
o Zweten
Zweetklieren sympathisch geïnnerveerd oor acetylcholine (NB. Normaal
postganglionair (nor)adrenaline dus uitzondering!)
Activatie cholinerge sympathische huidvezels => zweten en vasodilatie
Activatie adrenerge sympatische huidvezels => vezel vasoconstrictie in de
huid
Temperatuurregulatie
- Sensoren
o Perifeer
Warmte- en koude receptoren
Bij hogere temperatuur gaat de vuurfrequentie omhoog
Bij kou vuurfrequentie omhoog
Transiënt (tijdelijk) verhoging
frequentie bij acute verlaging
Met ionkanalen die gevoelig zijn voor
warmte of kou
o In preoptica/hypothalamus
Fungeert door neuronen
Meten kerntemperatuur
Vuren afhankelijk van de temperatuur
(verhoogde frequentie bij hogere
temperatuur)
Rillen en bruin vetverbranding (warmteproductie omhoog)
Minder warmteafgifte
Warmteproductie
- Verhoogde spiertonus (bijv. gamma lus)
- Rillen/klappertanden
- Willekeurige bewegingen
- Bruin vetweefsel verbranden (orthosympatisch door bèta-adrenerge receptoren
o Bevindt zich rond schouders en sympathische ganglia
Vasoconstrictie: door binding noradrenaline aan alfa1-adrenerge receptoren (sympathisch) (in huid
en spijsverteringsysteem)
Glomuslichaam (arterioveneus anastomosis): short cut in de bloedbaan voor warmteafgifte (ook door
sympathicus, beetje tegenstrijdig en onduidelijk in de wetenschap)
Koorts
- Ontsteking => productie prostaglandine E2 => remmen warmte-gevoelige neuronen in area
preoptica
, o Setpoint is dus verhoogd (prod. Prostaglandine E2 wordt geremd door aspirine)
- Verhoging van het setpoint leidt tot een vase met vasoconstrictie => bleekheid, stoppen
zweetsecretie en verhogen stofwisseling (ook rillen etc)
- Daarna verhoging zweetproductie en warmteafgifte
- NB: hyperthermie ≠ koorts (hyperthermie moet je koelen, koorts niet)
HC.2 Anatomie van het hart
14 oktober
Mediastinum: ruimte tussen beide longen
- Hart ligt hierin
- Transversaal: lijkt op een omgekeerde fles
- Sagitaal: van 1e rib tot diafragma
- Superior van het hart: bevat grote vaten
- Posterior van het hart: oesophagus en aorta
- Anterior van het hart: thymus (zweverik)
o Thymus: klierachtig, voornamelijk belangrijk bij kinderen voor
afweerfunctie
- Veel vetweefsel om de ruimte verder op te vullen
Pericard: hartzakje
- Dubbelwandig
o Binnen en buitenkant met vloeistof ertussen=> geen wrijving
o Sereus pericardium: binnenkant
2 bladen: parietaal (vergroeid met fibreus deel) en visceraal (vergroeid
met hart = epicard)
o Fibreus pericardium: buitenkant, stevig met collagene vezels
o 2 omslagplekken: rond arteriën en rond venen
Hier zit pericard vast
Door vouwing ontstaan 2 holtes
Sinus transversus: ruimte tussen omslagpunt van de venen en
arteriën
Sinus obliquus: ruimte onder omslagpunt venen
Kleine bloedsomloop: vena cava inferior en
superior >> r. atrium >> r. ventrikel >>
truncus pulmonalis >> vena pulmonalis >> l.
atrium >> l. ventrikel >> aorta
Hart
- Ontstaat uit buis
- Vouwt zich
- Apex naar beneden
- Schuift door diafragma naar links en draait een beetje
o Rechterkant ligt nu aan de voorkant/ventraal
- Auricula: oortje (soort flapje, je hebt een dextra en sinistra)
Ventrikelwand
, - Linkerwand is dikker gespierd
o Moet het hele lichaam doorpompen
o Goed transversaal te zien
- Linker ventrikel: mooi rond lumen
- Rechter ventrikel: een beetje rond de linker gevouwen
- Septum interventriculare: wand tussen de 2 ventrikels
Veneuze kleppen
- Instroomkleppen
- Voorkomen terugstroom bloed van ventrikel naar atrium
- Actieve kleppen
- Atrioventriculaire kleppen (valva)
- Valva tricuspidalis
o Tussen RA en RV
o Drieslippig
o Met touwtjes (chordae tendineae)(zitten aan de onderkant) vast aan verdikking van
de ventrikelwand met spieren
Papillairspieren (hier 3)
Voor sluiting kleppen en voorkomen van terugstroom bloed
- Valva mitralis (meitervormig)
o Tussen LA en LV
o 2 slippen => 2 papillairspieren
Arteriële kleppen
- Afhankelijk van druk gaan ze open
- Passieve kleppen
- Werken als een soort ventiel
- Voorkomen terugstroming bloed naar de ventrikels
- Semilunaire kleppen
- Valva aortae
- Valva trunci pulmonalis
Diastole: ontspannen van het hart
Systole: contraheren van het hart
Hartskelet: hard fibreus, stevig bindweefsel, ringvorming waaraan de kleppen hangen, vormt een
blokkade voor de atriumprikkel
Auscultatie: beluisteren harttonen
- Lubdub
- Eerst sluiten tricuspidalis en mitralis
- Dan sluiten
- Systole tussen lub en dub
- Diastole tussen dub en lub
SA-knoop: ongeveer op overgang vena cava superior en RA
Coronair vaten
WEEK 7
HC.1 & ZO.1 Milieu interieur en homeostase
14 oktober
Functie bloed
- Transportfunctie (gassen, voedings-, afval- en signaalstoffen)
- Afweerfunctie
Milieu interieur: de extracellulaire vloeistof (ook weefselvocht of interstitiële vloeistof genoemd)
- Volume bij een volwassene 10-15 L
- Sepoint: waarde die is ingesteld
- Sensor: meet de waarde van de extracellulaire vloeistof
- Comparator: meet verschil sensor en setpoint
- Effector: werkt om het verschil te laten verdwijnen
Homeostase: constant houden van milieu interieur
- Enkele constant gehouden grootheden
o Bloedvolume
o Plasmaniveaus
o Concentraties van ionen
- Regelsystemen
o Open regelsysteem (feedforward)
Je moet nog maar zien wat de uitkomst is
Met een soort aan/uit mechanisme
Bijv. ledigen blaas
In het lichaam: anticiperend en zeer snel
o Gesloten: waarbij het uitgangssignaal het ingangssignaal beïnvloedt
Homeostaat: voornaamste taak constant houden te regelen
Volg-/servosysteem: de te regeleen grootheid zo goed mogelijk een
variërende ingangswaarde te laten volgen
Feedback/terugkoppeling
Negatief: remmend => stabilisatie proces
Positief: stimulerend => vicieuze cirkel
Lichaamtemperatuur
- Setpoint: 36.8 oC ± 0.5 oC
o ´s Ochtends iets lager, ´s middags iets hoger
- Constante lichaamstemperatuur betekent warmteafgifte =
warmteproductie
- Hyperthermie: meer warmteproductie dan afgifte
- Hypothermie: kern °C < 35°C (warmteafgifte > warmteproductie)
- Het constant houden is een regulateursysteem
Warmteafgifte
, - Straling/radiatie: met voorwerpen op afstand
- Geleiding/conductie: door contact met stilstaand medium
- Stroming/convectie: door contact met bewegend medium (e.g. wind)
- Verdamping/evaporatie: onttrekking van verdampingswarmte
- Regulatie
o Door verhoogde huiddoorbloeding
o Zweten
Zweetklieren sympathisch geïnnerveerd oor acetylcholine (NB. Normaal
postganglionair (nor)adrenaline dus uitzondering!)
Activatie cholinerge sympathische huidvezels => zweten en vasodilatie
Activatie adrenerge sympatische huidvezels => vezel vasoconstrictie in de
huid
Temperatuurregulatie
- Sensoren
o Perifeer
Warmte- en koude receptoren
Bij hogere temperatuur gaat de vuurfrequentie omhoog
Bij kou vuurfrequentie omhoog
Transiënt (tijdelijk) verhoging
frequentie bij acute verlaging
Met ionkanalen die gevoelig zijn voor
warmte of kou
o In preoptica/hypothalamus
Fungeert door neuronen
Meten kerntemperatuur
Vuren afhankelijk van de temperatuur
(verhoogde frequentie bij hogere
temperatuur)
Rillen en bruin vetverbranding (warmteproductie omhoog)
Minder warmteafgifte
Warmteproductie
- Verhoogde spiertonus (bijv. gamma lus)
- Rillen/klappertanden
- Willekeurige bewegingen
- Bruin vetweefsel verbranden (orthosympatisch door bèta-adrenerge receptoren
o Bevindt zich rond schouders en sympathische ganglia
Vasoconstrictie: door binding noradrenaline aan alfa1-adrenerge receptoren (sympathisch) (in huid
en spijsverteringsysteem)
Glomuslichaam (arterioveneus anastomosis): short cut in de bloedbaan voor warmteafgifte (ook door
sympathicus, beetje tegenstrijdig en onduidelijk in de wetenschap)
Koorts
- Ontsteking => productie prostaglandine E2 => remmen warmte-gevoelige neuronen in area
preoptica
, o Setpoint is dus verhoogd (prod. Prostaglandine E2 wordt geremd door aspirine)
- Verhoging van het setpoint leidt tot een vase met vasoconstrictie => bleekheid, stoppen
zweetsecretie en verhogen stofwisseling (ook rillen etc)
- Daarna verhoging zweetproductie en warmteafgifte
- NB: hyperthermie ≠ koorts (hyperthermie moet je koelen, koorts niet)
HC.2 Anatomie van het hart
14 oktober
Mediastinum: ruimte tussen beide longen
- Hart ligt hierin
- Transversaal: lijkt op een omgekeerde fles
- Sagitaal: van 1e rib tot diafragma
- Superior van het hart: bevat grote vaten
- Posterior van het hart: oesophagus en aorta
- Anterior van het hart: thymus (zweverik)
o Thymus: klierachtig, voornamelijk belangrijk bij kinderen voor
afweerfunctie
- Veel vetweefsel om de ruimte verder op te vullen
Pericard: hartzakje
- Dubbelwandig
o Binnen en buitenkant met vloeistof ertussen=> geen wrijving
o Sereus pericardium: binnenkant
2 bladen: parietaal (vergroeid met fibreus deel) en visceraal (vergroeid
met hart = epicard)
o Fibreus pericardium: buitenkant, stevig met collagene vezels
o 2 omslagplekken: rond arteriën en rond venen
Hier zit pericard vast
Door vouwing ontstaan 2 holtes
Sinus transversus: ruimte tussen omslagpunt van de venen en
arteriën
Sinus obliquus: ruimte onder omslagpunt venen
Kleine bloedsomloop: vena cava inferior en
superior >> r. atrium >> r. ventrikel >>
truncus pulmonalis >> vena pulmonalis >> l.
atrium >> l. ventrikel >> aorta
Hart
- Ontstaat uit buis
- Vouwt zich
- Apex naar beneden
- Schuift door diafragma naar links en draait een beetje
o Rechterkant ligt nu aan de voorkant/ventraal
- Auricula: oortje (soort flapje, je hebt een dextra en sinistra)
Ventrikelwand
, - Linkerwand is dikker gespierd
o Moet het hele lichaam doorpompen
o Goed transversaal te zien
- Linker ventrikel: mooi rond lumen
- Rechter ventrikel: een beetje rond de linker gevouwen
- Septum interventriculare: wand tussen de 2 ventrikels
Veneuze kleppen
- Instroomkleppen
- Voorkomen terugstroom bloed van ventrikel naar atrium
- Actieve kleppen
- Atrioventriculaire kleppen (valva)
- Valva tricuspidalis
o Tussen RA en RV
o Drieslippig
o Met touwtjes (chordae tendineae)(zitten aan de onderkant) vast aan verdikking van
de ventrikelwand met spieren
Papillairspieren (hier 3)
Voor sluiting kleppen en voorkomen van terugstroom bloed
- Valva mitralis (meitervormig)
o Tussen LA en LV
o 2 slippen => 2 papillairspieren
Arteriële kleppen
- Afhankelijk van druk gaan ze open
- Passieve kleppen
- Werken als een soort ventiel
- Voorkomen terugstroming bloed naar de ventrikels
- Semilunaire kleppen
- Valva aortae
- Valva trunci pulmonalis
Diastole: ontspannen van het hart
Systole: contraheren van het hart
Hartskelet: hard fibreus, stevig bindweefsel, ringvorming waaraan de kleppen hangen, vormt een
blokkade voor de atriumprikkel
Auscultatie: beluisteren harttonen
- Lubdub
- Eerst sluiten tricuspidalis en mitralis
- Dan sluiten
- Systole tussen lub en dub
- Diastole tussen dub en lub
SA-knoop: ongeveer op overgang vena cava superior en RA
Coronair vaten