- Bovenste luchtwegen → neus, mond,
pharynx (keelholte) en de
- Onderste luchtwegen → larynx
(strottenhoofd) trachea (luchtpijp), de
twee bronchi, bronchioli, terminale
bronchioli, respiratoire bronchioli en
de alveoli
Fucties respiratoir systeem
- Uitwisseling van gassen: O2 ⇄ CO2
- Creëren van geluid (spraak)
- Reuk
- Afweer (immuniteit tegen ingeademde stoffen)
- Opvangen bloedstolsels
- Homeostatische regulatie van de pH (met nieren)
Reden waarom we ademhalen → zuurstof nodig om energie om te kunnen zetten
In de lucht ongeveer 760 mmHg → druk
voornamelijk veroorzaakt door zuurstof en
stikstofmoleculen
- PO2 in de longvenen (die naar het linker hart
toe gaan) → 100 mmHg
- PCO2 in de long venen → 40 mmHg
- PO2 in de long arteriën (die naar de longen toe
gaan) → 40 mmHg
- PCO2 in de long arteriën → 46 mmHg
,Zuurstofopname in de longen
- Alveoli omgeven met bloedvaten
- Bloedvaten die binnenkomen zijn
zuurstof arm
- En de bloedvaten die weggaan van
de longen zijn zuurstof rijk
- Alveoli omgeven door type I en type II
pneumocyten (minder aanwezig)
- Er zijn macrofagen aanwezig vanwege de
afweer
- Endotheelcellen die de binnenbekleding van de
bloedvaten
- Type II alveolaire epitheiale cellen
produceren surfactant (eiwitten + fosfolipiden)
om de alveolaire oppervlaktespanning te
verlagen → belangrijk voor de rijping en
rekking van de alveoli
- Kinderen die heel vroeg geboren zijn →
surfactant is niet aanwezig (longen
ontwikkelen zich laat in de zwangerschap)
waardoor kun longen niet goed uitrekken → krijgen surfactant toegediend
- Ventilatie-perfusieratio → heel goed geregeld
Hoe worden de longen/longblaasjes gevuld met lucht?
- Drukverschil nodig
- Diafragma gaat zich contraheren en zorgt er voor
dat de longen en borstkast groter wordt
- Volume wordt groter en druk wordt kleiner
- Er komt een luchtstroom (flow) van buiten naar
binnen
𝑷𝒂𝒍𝒗 −𝑷𝒂𝒕𝒎
- Belangrijke formule: F = 𝑹
- Flow is dus afhankelijk van de drukverschil
gedeeld door de weerstand
- Er is een negatieve flow want de Patm is hoger
dan de Palv
- Inademing → negatieve flow
- Uitademing → positieve flow
- Uitademen → diafragma gaat automatisch zakken en de longen worden kleiner → druk
wordt weer groter en er stroomt lucht uit de longen
, Astma
- Verdikking in de bronchiën
- Irritatie waardoor gladde spiercellen gaan
contraheren
- Weerstand gaat omhoog
- Lucht gaat er minder goed doorheen → flow
vermindert
- Hoeveelheid lucht bij in en uitademen verstoord
- Diafragma zorgt voor de grootste volumeverandering
→ belangrijkste ademhalingsspier (ca. 70%)
- De rest wordt veroorzaakt door de spieren tussen de
ribben
Pleurale vloeistof/ ruimte
- Hoe komt het dat als de borstkast vergroot dat
de longen automatisch ook vergroten? → door
de pleurale vloeistof/ruimte tussen de borstkas
en de longweefsels
- De druk is hier lager dan in de longen en lager in
de borstkas
- Hierdoor plakken de longen en borstkas aan
elkaar
- Inhalatie → diafragma gaat naar beneden →
druk wordt lager in de longen dan in de
atmosfeer
- Lucht gaat de longen in
- Druk buiten en binnen is hetzelfde
- Flow stopt
- Diafragma relaxeert
- Longen trekken terug (elastic recoil)
- Lucht stroomt naar buiten
- Druk in de longen wordt hoger in de longen
dan de atmosfeer
- Intrapleurale ruimte altijd negatief → wordt
bij inhalatie negatiever → daardoor blijft het
plakken
, - Transpulmonale druk: intrapulmonale
(alveolaire) druk → verschil tussen
intrapulmonale druk en de intrapleurale druk
- Belangrijk voor de compliantie
- Longcompliantie → mate voor rekbaarheid
- Bepaalt door de hoeveelheid bindweefsel
(collageen want collageen is strak) en de
surfactant
- Hoe meer kracht je moet zetten om een grote
transpulmonale druk te krijgen (dus een groter
volume) hoe lager de compliantie is
- Dus hoe minder ‘energie’ de vergroting van het longvolume kost, hoe groter de compliantie
is
Longziektes
- Obstructieve longziekten: de passage van de lucht door de luchtwegen is belemmerd
• COPD (chronic obstructive pulmonary disease)
o Emfyseem → longaandoening met kortademigheid en hoesten
o Chronische bronchitis → langdurige ontsteking van de luchtpijp vertakkingen
• Astma → chronische ontsteking van de luchtwegen in de longen
- Restrictieve longziekten: verminderende hoeveelheid longweefsel voor de diffusie van
zuurstof
• Longfibrose → te veel bindweefsel in de longen
• Longtumor
• Klaplong
• Aantasting van de ademhalingsspieren
• Vervorming van de borstkaswand (scoliose, trauma)
Emfyseem
- Tussenschotjes van de alveoli fuseren met elkaar
- Ontstaat een grote zak
- CT → donkergrijze gedeeltes, alle longblaasjes die samen
gefuseerd zijn
- Deze stukjes doen niet meer mee aan de uitwisseling van
zuurstof met het bloed
- Diafragma en longen lopen anders → platter