Kennistoets samenvatting OWE 4, HBO-V, leerjaar
1, 2021/2022
Onderwerpen Aantal vragen
CVA 12
Syndroom van Down 12
Huid 11
Visus 12
Ketenzorg 10
(F)ACT team GGZ 5
Ethiek 5
Zorgtechnologie 8
Communicatieve vaardigheden 9
Verpleegtechnische vaardigheden 15
Student: Tessa Peters
Groep: VB21
Datum: 22 juni 2022
,Inhoudsopgave
Anatomie en Fysiologie...........................................................................................................................................3
Week 1: CVA........................................................................................................................................................3
Week 2: Syndroom van down.............................................................................................................................39
Week 3: Huid......................................................................................................................................................58
Week 4: Visus.....................................................................................................................................................83
WG........................................................................................................................................................................136
Week 1: Ketenzorg...........................................................................................................................................136
Week 2 Syndroom van down en zorgtechnologie.............................................................................................149
Week 3 Huid & FACT – WG: FACT GGZ & Evidence Based Practice..........................................................156
Week 4: Visus en gehoor..................................................................................................................................169
Week 5: Complementaire zorg en EBP............................................................................................................171
Week 6: Ketenzorg forensische psychiatrie.....................................................................................................172
Verpleegtechnische vaardigheden......................................................................................................................179
Robotsimulatie onderwijs + neurologische controles......................................................................................179
Blaaskatheterisatie 1........................................................................................................................................182
Blaaskatheterisatie 2........................................................................................................................................191
Infusie...............................................................................................................................................................194
Thema les..............................................................................................................................................................199
Ethiek................................................................................................................................................................199
Communicatieve vaardigheden..........................................................................................................................202
Grensoverschrijdend gedrag............................................................................................................................219
Agressief gedrag...............................................................................................................................................221
,Anatomie en Fysiologie
Week 1: CVA
12.1 Algemene functies
Alle functies van het zenuwstelsel zijn erop gericht om in te spelen op
gebeurtenissen om je heen, in de buitenwereld, en binnenin het lichaam,
in het inwendige milieu. Om inzicht te krijgen in de complexe werking van
het zenuwstelsel onderscheiden we vijf algemene functies: regulatie van
activiteiten van weefsels en organen, coördinatie van activiteiten
van weefsels en organen, regulatie en coördinatie van
vegetatieve functies, coördinatie van contacten met de
buitenwereld en coördinatie van de psychische functies.
Regulatie van activiteiten van weefsels en organen
Deze functie houdt in dat organen en weefsels geremd of gestimuleerd
worden in hun activiteiten wanneer veranderingen in of buiten het lichaam
daartoe aanleiding geven.
Coördinatie van activiteiten van weefsels en organen
Weefsels en organen moeten in hun werking nauwkeurig op elkaar
afgestemd zijn. Het doel hiervan is dat er een optimale samenwerking tot
stand komt tussen weefsels binnen een orgaan of tussen organen
onderling.
Regulatie en coördinatie van vegetatieve functies
De vijf vegetatieve functies zijn: circulatie, spijsvertering, uitscheiding,
ademhaling en begrenzing door de huid. Deze stelsels moeten in nauwe
samenwerking hun werk doen. Regulatie en coördinatie van de
vegetatieve functies gebeuren meestal buiten de wil om; je kunt er geen
of weinig invloed op uitoefenen.
Coördinatie van contacten met de buitenwereld
Het coördineren van de contacten met de wereld om je heen is een
belangrijke functie van het zenuwstelsel. Bewustwording van
omstandigheden in de buitenwereld en er eventueel op reageren zijn
noodzakelijk voor zelfbehoud.
Coördinatie van de psychische functies
De coördinatie van de psychische functies spreekt misschien wel het
meest tot de verbeelding. Deze functie van het zenuwstelsel heeft te
maken met bewustzijn en zelfbewustzijn, met leren en herinneren, met
, stemmingen en emoties, met denken, dromen en fantaseren, met driften
en beheersing, met talent, karakter en creativiteit.
12.2 Algemene werking
De werking van het zenuwstelsel verloopt in een bepaald patroon dat uit
drie functionele fasen bestaat: sensorische input, verwerking en
motorische output.
Sensorische input
Een verandering – inwendig of uitwendig – zal door het lichaam
waargenomen moeten worden. Dat gebeurt door middel van sensoren.
Een sensor is een gespecialiseerde cel, vaak verwant aan een zenuwcel,
die gevoelig is voor een bepaalde verandering in zijn omgeving. De sensor
wordt door de verandering geprikkeld, hij ‘vertaalt’ de prikkels in impulsen
(elektrische signalen), en stuurt ze via zenuwen naar het centrale
zenuwstelsel. Het opvangen van prikkels door sensoren heet sensorische
input.
Verwerking
In het centrale zenuwstelsel vindt verwerking van de sensorische input
plaats. Dat begint met het doorgeven van de informatie naar een
bepaalde plaats in de hersenen of het ruggenmerg. Daar wordt de
informatie bewust of onbewust ‘beoordeeld’, vooral in verband met een
mogelijke bedreiging van de homeostase of met een fysieke beschadiging
van het lichaam. Vervolgens bepaalt het centrale zenuwstelsel of en hoe
het lichaam erop gaat reageren.
Motorische output
Wanneer het lichaam moet of wil reageren op een inwendige of
uitwendige verandering sturen de hersenen of het ruggenmerg remmende
of stimulerende impulsen naar de organen die de reactie moeten
uitvoeren. Deze organen noem je effectoren; het zijn altijd spieren of
klieren. Het aansturen door het zenuwstelsel van de effectoren wordt
motorische output genoemd.
1, 2021/2022
Onderwerpen Aantal vragen
CVA 12
Syndroom van Down 12
Huid 11
Visus 12
Ketenzorg 10
(F)ACT team GGZ 5
Ethiek 5
Zorgtechnologie 8
Communicatieve vaardigheden 9
Verpleegtechnische vaardigheden 15
Student: Tessa Peters
Groep: VB21
Datum: 22 juni 2022
,Inhoudsopgave
Anatomie en Fysiologie...........................................................................................................................................3
Week 1: CVA........................................................................................................................................................3
Week 2: Syndroom van down.............................................................................................................................39
Week 3: Huid......................................................................................................................................................58
Week 4: Visus.....................................................................................................................................................83
WG........................................................................................................................................................................136
Week 1: Ketenzorg...........................................................................................................................................136
Week 2 Syndroom van down en zorgtechnologie.............................................................................................149
Week 3 Huid & FACT – WG: FACT GGZ & Evidence Based Practice..........................................................156
Week 4: Visus en gehoor..................................................................................................................................169
Week 5: Complementaire zorg en EBP............................................................................................................171
Week 6: Ketenzorg forensische psychiatrie.....................................................................................................172
Verpleegtechnische vaardigheden......................................................................................................................179
Robotsimulatie onderwijs + neurologische controles......................................................................................179
Blaaskatheterisatie 1........................................................................................................................................182
Blaaskatheterisatie 2........................................................................................................................................191
Infusie...............................................................................................................................................................194
Thema les..............................................................................................................................................................199
Ethiek................................................................................................................................................................199
Communicatieve vaardigheden..........................................................................................................................202
Grensoverschrijdend gedrag............................................................................................................................219
Agressief gedrag...............................................................................................................................................221
,Anatomie en Fysiologie
Week 1: CVA
12.1 Algemene functies
Alle functies van het zenuwstelsel zijn erop gericht om in te spelen op
gebeurtenissen om je heen, in de buitenwereld, en binnenin het lichaam,
in het inwendige milieu. Om inzicht te krijgen in de complexe werking van
het zenuwstelsel onderscheiden we vijf algemene functies: regulatie van
activiteiten van weefsels en organen, coördinatie van activiteiten
van weefsels en organen, regulatie en coördinatie van
vegetatieve functies, coördinatie van contacten met de
buitenwereld en coördinatie van de psychische functies.
Regulatie van activiteiten van weefsels en organen
Deze functie houdt in dat organen en weefsels geremd of gestimuleerd
worden in hun activiteiten wanneer veranderingen in of buiten het lichaam
daartoe aanleiding geven.
Coördinatie van activiteiten van weefsels en organen
Weefsels en organen moeten in hun werking nauwkeurig op elkaar
afgestemd zijn. Het doel hiervan is dat er een optimale samenwerking tot
stand komt tussen weefsels binnen een orgaan of tussen organen
onderling.
Regulatie en coördinatie van vegetatieve functies
De vijf vegetatieve functies zijn: circulatie, spijsvertering, uitscheiding,
ademhaling en begrenzing door de huid. Deze stelsels moeten in nauwe
samenwerking hun werk doen. Regulatie en coördinatie van de
vegetatieve functies gebeuren meestal buiten de wil om; je kunt er geen
of weinig invloed op uitoefenen.
Coördinatie van contacten met de buitenwereld
Het coördineren van de contacten met de wereld om je heen is een
belangrijke functie van het zenuwstelsel. Bewustwording van
omstandigheden in de buitenwereld en er eventueel op reageren zijn
noodzakelijk voor zelfbehoud.
Coördinatie van de psychische functies
De coördinatie van de psychische functies spreekt misschien wel het
meest tot de verbeelding. Deze functie van het zenuwstelsel heeft te
maken met bewustzijn en zelfbewustzijn, met leren en herinneren, met
, stemmingen en emoties, met denken, dromen en fantaseren, met driften
en beheersing, met talent, karakter en creativiteit.
12.2 Algemene werking
De werking van het zenuwstelsel verloopt in een bepaald patroon dat uit
drie functionele fasen bestaat: sensorische input, verwerking en
motorische output.
Sensorische input
Een verandering – inwendig of uitwendig – zal door het lichaam
waargenomen moeten worden. Dat gebeurt door middel van sensoren.
Een sensor is een gespecialiseerde cel, vaak verwant aan een zenuwcel,
die gevoelig is voor een bepaalde verandering in zijn omgeving. De sensor
wordt door de verandering geprikkeld, hij ‘vertaalt’ de prikkels in impulsen
(elektrische signalen), en stuurt ze via zenuwen naar het centrale
zenuwstelsel. Het opvangen van prikkels door sensoren heet sensorische
input.
Verwerking
In het centrale zenuwstelsel vindt verwerking van de sensorische input
plaats. Dat begint met het doorgeven van de informatie naar een
bepaalde plaats in de hersenen of het ruggenmerg. Daar wordt de
informatie bewust of onbewust ‘beoordeeld’, vooral in verband met een
mogelijke bedreiging van de homeostase of met een fysieke beschadiging
van het lichaam. Vervolgens bepaalt het centrale zenuwstelsel of en hoe
het lichaam erop gaat reageren.
Motorische output
Wanneer het lichaam moet of wil reageren op een inwendige of
uitwendige verandering sturen de hersenen of het ruggenmerg remmende
of stimulerende impulsen naar de organen die de reactie moeten
uitvoeren. Deze organen noem je effectoren; het zijn altijd spieren of
klieren. Het aansturen door het zenuwstelsel van de effectoren wordt
motorische output genoemd.