Major 2
Bijeenkomst 1
9 november ’15
Filosofie:
Mens-
Maatschappijbeelden
Descriptief (=beschrijvend) 44
Wat is de/een mens?
Levend wezen, geen dier, loopt op 2 benen, bestaat uit stoffen/moleculen,
handelt uit instinct en ervaring, kan communiceren, allemaal verschillend,
afstamming van apen, sociaal wezen.
Prescriptief (=voorschrijvend) 44
Hoe de mens zou moeten zijn
Normatief
Normatieve professionaliteit 25
Visie op de mens
Constructie
Dominante beelden
Plaats- en periode afhankelijk
Bijeenkomst 2
16 november ’15
Pluriforme samenleving 32
Autonomie (zelfbeschikking)
Gelijkwaardigheid
J-F Lyotard 31, 32, 35
Mensbeeld in grote verhalen 31
Mensbeeld in kleine verhalen (niet individueel) 31,32
Mensbeeld in sterk verhaal 33
Hoofdstuk 2
Geluk & Welzijn
Geluk <-> Keuze.
Satisficers en Maximizers. 50
Maximizers: alles eruit halen wat erin zit.
Satisficers: snelle bevrediging, zich prettig voelen in het moment.
, Intrinsiek en extrinsiek.
Extrinsiek: dat wat je nodig hebt om gelukkig te worden komt van buiten jezelf.
Intrinsiek: komt vanuit jezelf, van binnenuit.
Kwantiteit en kwaliteit
Kwantiteit: veel willen.
Kwaliteit: je kan wel alles willen, maar wat stelt het nou eigenlijk voor als je het
eenmaal hebt?
Maakbaarheid doelethiek
Mimentische principe 48
Filosoof:
Aristoteles (384 – 322 Voor Christus) Heeft de basis gelegd voor bepaalde
opvattingen 54 t/m 58, 60 t/m 63
Animal rationale. De mens is een rationaal dier. 55
Zelfverwerkelijking. Je moet jezelf echt maken. 55
Potentie en actualisering. Wij kunnen lichamelijk en geestelijk volgroeid
raken. Potentie = aanleg en actualisering = hier en nu worden.
Geluk = gelukken. Het gaat in het leven om te gelukken. Dus zorgen dat
alle aanleg die je in jezelf hebt wordt ontplooit. Zodat je jezelf
verwerkelijkt.
Hoogste doel/voltooiing 56
Deugdethiek: de juiste maat/kiezen 58
Burgerschap/sociaal werk/karakter.
Maslov sluit hier mooi op aan. (piramide)
Je kan iets bereiken en dan komt er weer iets nieuws. Het is heel erg
gericht op een bepaald doel.
Seneca (4 – 65 Na Christus) 54, 63, 64, 65, 67
Leven volgens de natuur: vrijheid. 63
Rust, onverstoorbaarheid, acceptatie. 63
emoties zijn irrationeel.
Geluk geen hedonisme. 64
Morele kwaliteit. 65
Verzoening met het lot: vrijheid.
Bijeenkomst 3
23 november ’15
J.S. Mill (1806 – 1873) 55, 67 t/m 71
Utilisme/hedonisme (streven naar genot ernaar streven om zoveel
mogelijk plezier te hebben en zo weinig mogelijk pijn) 55, 67
Grootst mogelijk geluk voor zoveel mogelijk mensen.
Pijn en genot
Kwantitatief (Bentham)
Kwalitatief (Mill)
Redelijkheid (geestelijk genot) 68, 69