Aardrijkskunde
Hoofdstuk 6 & 7
Hoofdstuk 6, grondstoffen en energie
Paragraaf 1, van brandstof naar energie
Grondstoffen en delfstoffen
● Delfstoffen → grondstoffen die we uit de bodem halen.
● Steenkool, aardolie en aardgas zijn delfstoffen. Het zijn fossiele
brandstoffen.
Van brandstof naar elektriciteit
● Energie → kracht die dingen laat werken.
● Elektriciteit wordt opgewekt in een elektriciteitscentrale met
behulp van fossiele brandstoffen.
● Werking elektriciteitscentrale:
,Fossiele brandstoffen in Nederland
● In Nederland zijn 3 soorten fossiele brandstoffen:
○ aardgas
○ aardolie
○ steenkool
● Ontstaan steenkool:
1. dode dieren- en plantenresten komen op de bodem terecht.
2. de resten worden bedekt met een dikke laag zand en klei.
3. de druk van de lagen erboven en de temperatuur neemt toe.
4. het inkolingsproces begint en steenkool wordt gevormd.
● Ontstaan aardgas
1. dode dieren- en plantenresten komen op de bodem terecht.
2. de resten worden bedekt met een dikke laag zand en klei.
3. de druk van de lagen erboven en de temperatuur neemt toe.
4. aardgas wordt gevormd.
● Onstaan aardolie:
1. dode dieren- en plantenresten komen op de bodem terecht.
2. de resten worden bedekt met een dikke laag zand en klei.
3. de druk van de lagen erboven en de temperatuur neemt toe.
4. aardolie wordt gevormd.
Paragraaf 2, de gevolgen van energieverbruik
Energiegebruik
● Twee oorzaken voor de toename van energiegebruik:
○ De bevolking groeit.
○ De welvaart stijgt
, Milieuproblemen
● Er zijn drie soorten milieuproblemen:
○ milieuvervuiling: schadelijke stoffen komen in de lucht,
bodem of het water terecht.
■ Voorbeeld: plasticvervuiling
○ milieuaantasting: kwaliteit van het milieu vermindert door
grote veranderingen.
■ Voorbeeld: aanleggen snelweg door natuurgebied.
○ milieu-uitputting: voorraad raakt op —> denk aan steenkool,
aardolie en aardgas. We gebruiken meer dan dat er nieuw
ontstaat.
De gevolgen van energieverbruik
● Een toename van CO² in de lucht is een voorbeeld van
milieuvervuiling.
● Door verbranding van fossiele brandstoffen komt er meer CO² in de
lucht. Hierdoor wordt meer warmte vastgehouden.
○ Gevolg: versterkt broeikaseffect, het wordt overal op aarde
warmer.
Paragraaf 3, bronnen: dreigend energietekort
Duurzame energie
● Zonne-energie, windenergie, biomassa en aardwarmte zijn
duurzame energiebronnen.
● Duurzame energiebronnen zijn nodig omdat:
○ Ze niet vervuilend zijn.
○ Ze niet opraken.
Energie in de toekomst
● In de toekomst gaan we steeds meer
gebruik maken van duurzame
energiebronnen.
In 2050 moet alle elektriciteit door duurzame
energiebronnen worden opgewekt.
Hoofdstuk 6 & 7
Hoofdstuk 6, grondstoffen en energie
Paragraaf 1, van brandstof naar energie
Grondstoffen en delfstoffen
● Delfstoffen → grondstoffen die we uit de bodem halen.
● Steenkool, aardolie en aardgas zijn delfstoffen. Het zijn fossiele
brandstoffen.
Van brandstof naar elektriciteit
● Energie → kracht die dingen laat werken.
● Elektriciteit wordt opgewekt in een elektriciteitscentrale met
behulp van fossiele brandstoffen.
● Werking elektriciteitscentrale:
,Fossiele brandstoffen in Nederland
● In Nederland zijn 3 soorten fossiele brandstoffen:
○ aardgas
○ aardolie
○ steenkool
● Ontstaan steenkool:
1. dode dieren- en plantenresten komen op de bodem terecht.
2. de resten worden bedekt met een dikke laag zand en klei.
3. de druk van de lagen erboven en de temperatuur neemt toe.
4. het inkolingsproces begint en steenkool wordt gevormd.
● Ontstaan aardgas
1. dode dieren- en plantenresten komen op de bodem terecht.
2. de resten worden bedekt met een dikke laag zand en klei.
3. de druk van de lagen erboven en de temperatuur neemt toe.
4. aardgas wordt gevormd.
● Onstaan aardolie:
1. dode dieren- en plantenresten komen op de bodem terecht.
2. de resten worden bedekt met een dikke laag zand en klei.
3. de druk van de lagen erboven en de temperatuur neemt toe.
4. aardolie wordt gevormd.
Paragraaf 2, de gevolgen van energieverbruik
Energiegebruik
● Twee oorzaken voor de toename van energiegebruik:
○ De bevolking groeit.
○ De welvaart stijgt
, Milieuproblemen
● Er zijn drie soorten milieuproblemen:
○ milieuvervuiling: schadelijke stoffen komen in de lucht,
bodem of het water terecht.
■ Voorbeeld: plasticvervuiling
○ milieuaantasting: kwaliteit van het milieu vermindert door
grote veranderingen.
■ Voorbeeld: aanleggen snelweg door natuurgebied.
○ milieu-uitputting: voorraad raakt op —> denk aan steenkool,
aardolie en aardgas. We gebruiken meer dan dat er nieuw
ontstaat.
De gevolgen van energieverbruik
● Een toename van CO² in de lucht is een voorbeeld van
milieuvervuiling.
● Door verbranding van fossiele brandstoffen komt er meer CO² in de
lucht. Hierdoor wordt meer warmte vastgehouden.
○ Gevolg: versterkt broeikaseffect, het wordt overal op aarde
warmer.
Paragraaf 3, bronnen: dreigend energietekort
Duurzame energie
● Zonne-energie, windenergie, biomassa en aardwarmte zijn
duurzame energiebronnen.
● Duurzame energiebronnen zijn nodig omdat:
○ Ze niet vervuilend zijn.
○ Ze niet opraken.
Energie in de toekomst
● In de toekomst gaan we steeds meer
gebruik maken van duurzame
energiebronnen.
In 2050 moet alle elektriciteit door duurzame
energiebronnen worden opgewekt.