gliclazide: diabetes
➢
➢ hydrochloorthiazide: bloeddrukverlager
➢ omeprazol: maagbeschermer/protonpompremmer
➢ pioglitazon: bloedglucosoverlager
➢ valsartan: angiotensinereceptorblokkers (bloeddrukverlagers)
Zelfstudie
1. Prevalentie, symptomen en diagnostiek van DM type 2
De prevalentie van diabetes in Nederland is 40 op de 1000 voor mannen en 41 per 1000
vrouwen.
In de leeftijdsgroep 40-70 jaar komt diabetes vaker voor bij mannen dan bij vrouwen.
In de groep 75 jaar en ouder komt diabetes meer voor bij vrouwen.
● oorzaken, risicofactoren (etiologie)
➔ Bij het ontstaan van diabetes spelen omgevingsfactoren en genetische factoren een
rol. - Als je ouders diabetes hebben heb jij zelf ook een verhoogde kans op het krijgen
van diabetes, dan ouders en familieleden die geen diabetes hebben.
, - Bij omgevingsfactoren spelen factoren als overgewicht en lichamelijke
activiteit een rol. Hierbij neemt de incidentie van diabetes af bij
toename van lichamelijke activiteit en afname van overgewicht. *Het
risico op diabetes wordt hierbij mede bepaald door de aanwezigheid
van overgewicht (BMI>25kg/m2), middelomtrek, en de mate van
lichamelijke activiteit.
Dus de risicofactoren voor diabetes zijn overgewicht, genen, fysieke activiteit,
middelomtrek.
➔ Oorzaken:
- diabetes ontstaan door een onvoldoende insulinesecretie door de bètacel
disfunctie.
- door insulineresistentie in de lever-, spier- en vetweefsel → leidt tot
vetstapeling in niet-vetweefsel, in bijzonder in de lever/hart/spieren. Dit gaat
gepaard met structurele en functionele afwijking van de organen→ dit is ook
wel bekend als de insulineresistentie of metabool syndroom.
→ kenmerken van dit syndroom zijn:
● een groot middelomvang (centrale adipositas/vetopstapeling in
organen)
● verhoogde bloeddruk
● licht verhoogde bloedglucose-en insuline waarden
● verhoogde triglyceridenwaarden en verlaagde HDL-
cholesterolwaarden.
● (stollingsneiging, ontstekingsreactie, endotheeldysfunctie)
*roken, familiegeschiedenis en verhoogd totaal cholesterol geen deel
uit van het metabool syndroom.
*metabool syndroom→ clustering van belangrijke risicofactoren voor hart-en vaatziekten,
diabetes en nierziekten.
- Hormonen (incretines), geproduceerd door de dunne darm een rol, op het
moment dat het voedsel passeert.
● GLP-1 (glucagon-like peptide-1) & GIP (glucagon dependent insulinotropic
peptide)
● Normaliter bevorderen de incretines de insulinesecretie en remmen de
glucagonafgifte op glucose afhankelijke wijze.
Bij diabetes type 2 ontstaat een verminderde secretie van GLP-1 en een
resistentie voor GIP. Hierdoor wordt bij glucosebelasting de insulineproductie
onvoldoende gestimuleerd en de glucagonafgifte onvoldoende geremd→ met
als gevolg hyperglykemie.
*Bij diabetespatiënten is het incretine-effect verminderd door onvoldoende
GLP-2 productie na glucose-inname.
Note: insulinerespons na orale inname van glucose is groter dan na
intraveneuze glucose toediening, omdat bij orale glucose wel en bij
, intraveneuze glucosetoediening geen stimulatie van GLP-1 secretie in de
darmwand plaatsvindt.
● acute symptomen
- Aanhoudende verhoogde bloedglucosewaardes geven hyperglykemie symptomen:
● dorst
● polyurie (vaak moeten plassen)
● vermagering
● recidiverende urineweginfecties
● neurogene pijn
● sensibiliteitsstoornissen
● mononeuropathie: aantasting van 1 zenuw.
● pruritus vulvae op hogere leeftijd (jeuk-vrouwelijke geslacht)
● complicaties
- Op lange termijn kan aanhoudende hogere glucosewaardes leiden tot een aantal
complicaties die onderverdeeld kunnen worden in microvasculaire complicatie &
macrovasulaire complicaties:
➢ microvasculaire complicaties:
● nefropathie;nierschade
● retinopathie; beschadiging netvlies
● neuropathie; zenuwbeschadiging (perifere zenuwschade→
handen/voeten)
● diabetische voet; doorbloedingsprobleem voet door vaatvernauwing
voet.
➢ macrovasculaire complicaties, zoals:
● angina pectoris; pijn op de borst
● myocardinfarct; afsluiting kransslagader hart
● cerebrovasculair accident; beroerte/afsluiting bloedvat hersenen.
● perifeer vaatlijden; vernauwing slagaders beenspieren
*diabetes voet, cardiovasculaire, neuropathie, retinopathie en
chronische nierschade.
● HBA1c-gehalte, meetmethoden capillaire glucosespiegels;
creatinine, eGFR, albumine,bloeddruk.
➢ HBA1c-gehalte: weerspiegelt de gemiddelde glucosespiegel gedurende ongeveer
de voorafgaande 3 maanden
- niet voor opsporing of diagnostiek, alleen ter aanvulling van het
diagnose criterium.
- HBA1c waarde > 48 mmol/mol (6.5%) → diabetes (in afwezigheid van
klachten /of abnormale waarden moet een 2e meting worden
uitgevoerd)