De student heeft kennis van en inzicht in:
De bouw en de functie van het hart en de bloedvaten
Het fenomeen ‘bloeddruk’ De aandoening ‘hypertensie’
De samenstelling en functies van het bloed; de uitwisseling van stoffen tussen
bloed en weefsel
De bouw en functie van het lymfatisch systeem
Functies van het bloed:
- Transport
tussen m.i. en m.e.
tussen organen/weefsels onderling
- Verdeling
ook warmte!
constant houden m.i. = homeostase
Samenstelling van het bloed:
- tussenstof (vloeibaar!)
plasma (zonder fibrinogeen = serum)
- cellen
trombocyten
leukocyten
erytrocyten
Het bloedplasma:
- water
‘oplosmiddel’
warmtebuffer
- elektrolyten
kristalloïd-osmotische waarde (Na+; bloeddruk!)
pH-buffer (HCO3-)
- eiwitten
colloïd-osmotische druk (albumine)
transport (α- en β-globulinen)
afweer (γ-globulinen = antilichamen)
bloedstolling (fibrinogeen)
- gassen
O2, CO2, N2
, - passageaire stoffen
voedingsstoffen, afbraakproducten, hormonen, vitamines
De bloedcellen:
- erytrocyten
hemoglobine
functie: transport van O2
- leukocyten
granulocyten, functie: afweer m.b.v. fagocytose
-neutrofiel
-eosinofiel
-basofiel
Monocyten, functie: fagocytose van dood materiaal (celresten e.d.)
macrofagen
Lymfocyten, functie: specifieke afweer (immuniteit) T-lymfocyten:
fagocytose (killer cells)
B-lymfocyten: plasmacellen:
antilichaamproductie
- Trombocyten, functie: bloedstolling.
lymfoï
d
,Circulatie
1. Grote circulatie (lichaamscirculatie)
aan- en afvoer van stoffen naar/van ‘het lichaam’
L ventrikel
Aorta
Arteriën
Arteriolen
Capillairen
Venulen
Venen
Vena Cava Superior en Inferior
R atrium
2. Portale circulatie
darmen en lever
Darmcapillairen
Vena Porta
Levercapillairen
Venulen
Venen
Vena Cava Inferior
R atrium
3. Kleine circulatie (longcirculatie)
opname van zuurstof, afgifte van kooldioxide
R ventrikel
truncus pulmonalis
a. pulmonalis (d en s)
…
vv. pulmonales (4x) L atrium
Circulatie hart
ventrikels
atria
kransslagaderen
v. cava inf. en v. cava sup.
aorta
truncus pulmonalis
- Endocard
- Myocard
, - Pericard
ventrikel- en atriumseptum
semilunairkleppen
AV-kleppen (bicuspidaal en tricuspidaal)
chordeae tendiniae
mm. Papillares
sinusknoop
annulus fibrosus
AV-knoop
bundel van His
- r. en l. bundeltak
vezels van Purkinje
systole – actie
diastole – ontspannen
circulatie bloedvaten
1. Tunica intima
2. Tunica media
3. Tunica adventitia
4. Lumen
Hoorcollege 2
De student heeft kennis van en inzicht in:
, De manieren waarop het lichaam weerstand biedt tegen ziekteverwekkers
(afweer)
Het fenomeen ontsteking (mechanisme, oorzaken, vormen, beloop)
Het fenomeen immuniteit (mechanisme, wijze waarop immuniteit tot stand
komt)
De belangrijkste bloedgroepen (AB0-systeem en resus-systeem)
Enkele stoornissen in de afweer
Algemene tumorleer: ontstaan, goed- en kwaadaardige tumoren, onderzoek en
behandeling
Afweer
1. natuurlijke weerstand (aspecifiek)
- barrières
mechanisch (huid, slijm), chemisch (slijm, pH), normale flora
- humorale factoren
bacteriedodende stoffen in de weefselvloeistof
- cellulaire weerstand
fagocytose door o.a. neutrofiele granulocyten; ontstekingsproces
2. verworven weerstand (specifiek), reactie op antigeen (Ag)
- humoraal
antilichamen (Ab) geproduceerd door plasmacellen (B-lymfocyten)
- cellulair
T-lymfocyten (‘killer cells’)
Ontsteking (inflammatie) is:
plaatselijke reactie van het lichaam op weefselbeschadiging
Ontsteking is in principe nuttig want gericht op:
- bescherming (weerstand, afweer) tegen beschadigende
factoren
- herstel (reparatie) van de beschadiging
, Oorzaken van weefselbeschadiging (laesie):
- microbiologisch (pathogene micro-organismen)
besmetting infectie
- fysisch
acuut mechanisch (trauma) wonden
overbelasting, bijv. tennisarm
thermisch: bevriezing, verbranding (ook elektrisch)
- chemisch
zuren en logen (etsing)
- immunologisch
allergie
auto-immuniteit
ontstekingskenmerken:
Al bij de Grieken Romeinen:
Calor: warmte
Rubor: roodheid
Tumor: zwelling
Dolor: pijn
Functio Laesa: gestoorde functie
Dolor
Functio
Laesa