Inleiding in de ontwikkelingspsychologie
College 1: Themes, context & research methods
Ontwikkelingspsychologie hoe ontwikkelen mensen (kinderen) zich
op psychologisch vlak?
Verandering en tijd zijn belangrijk!
Kernbegrippen
Nature (Nativism) biologische ontwikkeling (genetica),
‘aangeboren’ = ‘Menselijke ontwikkeling vooral gaat om aangeboren
processen’.
* Eysenck
Nurture (Empiricism) leerprocessen, ‘aangeleerd’ = ‘Menselijke
ontwikkeling vooral gaat om aangeleerde processen’.
* Skinner & Watson
Continu model van ontwikkeling vaardigheden veranderen op
een geleidelijke en soepele manier (bv: meer studietijd, meer
woordjes leren)
Discontinu model van ontwikkeling veranderingen treden
plots op, resulterend in verschillende ontwikkelingsstadia (bv:
kruipen, staan en lopen bij baby’s)
Overlapping waves één strategie gebruiken, totdat we een
betere strategie leren
, Critical period een periode (leeftijd) waarbinnen een
gebeurtenis/gebeurtenissen noodzakelijk zijn voor de typische
ontwikkeling
Sensitive period een periode (leeftijd) waarbinnen een
gebeurtenis/gebeurtenissen belangrijk zijn voor een typische
ontwikkeling. Zonder de gebeurtenis/gebeurtenissen kan de typische
ontwikkeling nog steeds plaatsvinden
Ontwikkeling stopt niet na de kindertijd, als volwassenen ontwikkel je je
nog steeds!
Individu genetica, persoonlijkheid & intelligentie
Omgeving ouders, vrienden & thuisomgeving
Individu en omgeving beïnvloeden elkaar, individu en omgeving
interacteren dus!
Ecological perspective benadrukt het belang van het begrijpen
van niet alleen relaties tussen organismen en verschillende
systemen, maar ook de relaties tussen die systemen
Belangrijke theorieën
, Psychodynamic theory (Freud) ontwikkeling vindt plaats in
afzonderlijke fasen (= ontwikkelingsstadia) en wordt grotendeels
bepaald door biologisch gebaseerde drijfveren, gevormd door de
ontmoetingen met de omgeving en door de interactie van de drie
componenten van de persoonlijkheid: het ID, ego en superego.
* ID bevat basisinstincten (verlangens & impulsen). Staat los van
regels, verwachtingen en gevoelens van anderen
* Ego balanceert ID en superego met de ‘echte wereld’
* Superego moreel kompas, set aan regels die we hebben wijst de
mens op wat wel en niet moeten doen
Ontwikkelingsstadia Freud
1. Orale fase focus ligt op aangename activiteiten (eten)
2. Anale fase leert om het bevredigen van behoeften uit te stellen.
Leert hoe het toilet te gebruiken
3. Fallische fase wordt nieuwsgierig naar de anatomie van het
geslacht en de seksualiteit
4. Latency fase seksuele driften zakken tijdelijk weg en kinderen
vermijden relaties met leeftijdsgenoten van het andere geslacht
5. Genitale fase seksuele verlangens komen naar voren en richten
zich op leeftijdsgenoten
Theorie van Erikson doorlopen van een reeks van acht fasen
die zich over de levensduur ontvouwen. Elke fase wordt gekenmerkt
door de persoonlijke en sociale taken die het individu moet
volbrengen, evenals de risico's die het individu loopt als hij/ zij faalt
1. Infancy basisvertrouwen in zichzelf en anderen
2. Early childhood zelfcontrole en autonomie
3. Play age initiatief ontwikkelen in beheersen van omgeving
4. School age industrie ontwikkelen
5. Adolescence identiteit ontdekken
6. Young adulthood intimiteit met anderen
7. Adulthood jezelf uitdrukken door generativiteit
8. Mature age integriteit bereiken
Classical & operant conditioning ontwikkeling als leerproces,
bijna uitsluitend gericht op ‘nurture’.
Maturational theory (Gesell & McGraw) evolutie geeft ons
een ‘biologische agenda’ en door deze ‘agenda’ zullen vaardigheden
vanzelf tevoorschijn komen in een vaste volgorde (bv: volgorde
, controle baby’s). Gaat vanzelf, dus wees terughoudend met
ingrijpen.
Ethological theory (Lorenz) bepaald gedrag komt voor in een
bepaalde context en heeft adaptieve of overlevingswaarde.
Imprinting: biologische en plotselinge vorm van attachment
(ganzen experiment). Heeft een kritieke periode!
* Ethologische methode uitwerken
Hypothese van Bowlby inspiratie uit Freud en de ethologische
methode. ‘Scheiding van moeder leidt tot probleemgedrag,
moeilijkere relaties met anderen en psychopathie’. In kritieke fase
band met moeder nodig voor goede ontwikkeling.
Social learning theory het belang van observatie en imitatie bij
het verwerven van nieuw gedrag, waarbij leren wordt gemedieerd
door cognitieve processen. Piaget benadrukt de discontinue
ontwikkeling (dat mensen zich in fasen ontwikkelen) en benadrukt
ook erg het individu.
Sociocultural theory ziet de ontwikkeling als voortkomend uit de
interacties van kinderen met meer bekwame mensen en de
instellingen en instrumenten die door hun cultuur worden geboden.
Vygotsky benadrukt de rol van de omgeving.
College 2: Physical development & the biology of development
Prenatale groei
3 fasen:
1. Zygote ongeveer de eerste 2 weken. Begint wanneer spermacel
een eicel bevrucht. Relatief gezien veel groei (celdeling), maar
absoluut gezien is de zygote klein.
2. Embryo vanaf de 2e tot ongeveer de 8e week. Handen vormen
zich. Aan het eind van deze fase lijkt ongeboren kind op een mens.
3. Foetus vanaf ongeveer 2 maanden. Ontwikkelt veel functies. Na
5 maanden is overleven buiten de baarmoeder mogelijk, maar
zeldzaam. Vanaf 7 maanden is de kans op overleving redelijk groot.
Teratogenen
Factoren uit de omgeving die de ontwikkeling van een ongeboren kind
kunnen verstoren.
Effecten kunnen verschillen in heftigheid
Langere blootstelling leidt tot meer schade
College 1: Themes, context & research methods
Ontwikkelingspsychologie hoe ontwikkelen mensen (kinderen) zich
op psychologisch vlak?
Verandering en tijd zijn belangrijk!
Kernbegrippen
Nature (Nativism) biologische ontwikkeling (genetica),
‘aangeboren’ = ‘Menselijke ontwikkeling vooral gaat om aangeboren
processen’.
* Eysenck
Nurture (Empiricism) leerprocessen, ‘aangeleerd’ = ‘Menselijke
ontwikkeling vooral gaat om aangeleerde processen’.
* Skinner & Watson
Continu model van ontwikkeling vaardigheden veranderen op
een geleidelijke en soepele manier (bv: meer studietijd, meer
woordjes leren)
Discontinu model van ontwikkeling veranderingen treden
plots op, resulterend in verschillende ontwikkelingsstadia (bv:
kruipen, staan en lopen bij baby’s)
Overlapping waves één strategie gebruiken, totdat we een
betere strategie leren
, Critical period een periode (leeftijd) waarbinnen een
gebeurtenis/gebeurtenissen noodzakelijk zijn voor de typische
ontwikkeling
Sensitive period een periode (leeftijd) waarbinnen een
gebeurtenis/gebeurtenissen belangrijk zijn voor een typische
ontwikkeling. Zonder de gebeurtenis/gebeurtenissen kan de typische
ontwikkeling nog steeds plaatsvinden
Ontwikkeling stopt niet na de kindertijd, als volwassenen ontwikkel je je
nog steeds!
Individu genetica, persoonlijkheid & intelligentie
Omgeving ouders, vrienden & thuisomgeving
Individu en omgeving beïnvloeden elkaar, individu en omgeving
interacteren dus!
Ecological perspective benadrukt het belang van het begrijpen
van niet alleen relaties tussen organismen en verschillende
systemen, maar ook de relaties tussen die systemen
Belangrijke theorieën
, Psychodynamic theory (Freud) ontwikkeling vindt plaats in
afzonderlijke fasen (= ontwikkelingsstadia) en wordt grotendeels
bepaald door biologisch gebaseerde drijfveren, gevormd door de
ontmoetingen met de omgeving en door de interactie van de drie
componenten van de persoonlijkheid: het ID, ego en superego.
* ID bevat basisinstincten (verlangens & impulsen). Staat los van
regels, verwachtingen en gevoelens van anderen
* Ego balanceert ID en superego met de ‘echte wereld’
* Superego moreel kompas, set aan regels die we hebben wijst de
mens op wat wel en niet moeten doen
Ontwikkelingsstadia Freud
1. Orale fase focus ligt op aangename activiteiten (eten)
2. Anale fase leert om het bevredigen van behoeften uit te stellen.
Leert hoe het toilet te gebruiken
3. Fallische fase wordt nieuwsgierig naar de anatomie van het
geslacht en de seksualiteit
4. Latency fase seksuele driften zakken tijdelijk weg en kinderen
vermijden relaties met leeftijdsgenoten van het andere geslacht
5. Genitale fase seksuele verlangens komen naar voren en richten
zich op leeftijdsgenoten
Theorie van Erikson doorlopen van een reeks van acht fasen
die zich over de levensduur ontvouwen. Elke fase wordt gekenmerkt
door de persoonlijke en sociale taken die het individu moet
volbrengen, evenals de risico's die het individu loopt als hij/ zij faalt
1. Infancy basisvertrouwen in zichzelf en anderen
2. Early childhood zelfcontrole en autonomie
3. Play age initiatief ontwikkelen in beheersen van omgeving
4. School age industrie ontwikkelen
5. Adolescence identiteit ontdekken
6. Young adulthood intimiteit met anderen
7. Adulthood jezelf uitdrukken door generativiteit
8. Mature age integriteit bereiken
Classical & operant conditioning ontwikkeling als leerproces,
bijna uitsluitend gericht op ‘nurture’.
Maturational theory (Gesell & McGraw) evolutie geeft ons
een ‘biologische agenda’ en door deze ‘agenda’ zullen vaardigheden
vanzelf tevoorschijn komen in een vaste volgorde (bv: volgorde
, controle baby’s). Gaat vanzelf, dus wees terughoudend met
ingrijpen.
Ethological theory (Lorenz) bepaald gedrag komt voor in een
bepaalde context en heeft adaptieve of overlevingswaarde.
Imprinting: biologische en plotselinge vorm van attachment
(ganzen experiment). Heeft een kritieke periode!
* Ethologische methode uitwerken
Hypothese van Bowlby inspiratie uit Freud en de ethologische
methode. ‘Scheiding van moeder leidt tot probleemgedrag,
moeilijkere relaties met anderen en psychopathie’. In kritieke fase
band met moeder nodig voor goede ontwikkeling.
Social learning theory het belang van observatie en imitatie bij
het verwerven van nieuw gedrag, waarbij leren wordt gemedieerd
door cognitieve processen. Piaget benadrukt de discontinue
ontwikkeling (dat mensen zich in fasen ontwikkelen) en benadrukt
ook erg het individu.
Sociocultural theory ziet de ontwikkeling als voortkomend uit de
interacties van kinderen met meer bekwame mensen en de
instellingen en instrumenten die door hun cultuur worden geboden.
Vygotsky benadrukt de rol van de omgeving.
College 2: Physical development & the biology of development
Prenatale groei
3 fasen:
1. Zygote ongeveer de eerste 2 weken. Begint wanneer spermacel
een eicel bevrucht. Relatief gezien veel groei (celdeling), maar
absoluut gezien is de zygote klein.
2. Embryo vanaf de 2e tot ongeveer de 8e week. Handen vormen
zich. Aan het eind van deze fase lijkt ongeboren kind op een mens.
3. Foetus vanaf ongeveer 2 maanden. Ontwikkelt veel functies. Na
5 maanden is overleven buiten de baarmoeder mogelijk, maar
zeldzaam. Vanaf 7 maanden is de kans op overleving redelijk groot.
Teratogenen
Factoren uit de omgeving die de ontwikkeling van een ongeboren kind
kunnen verstoren.
Effecten kunnen verschillen in heftigheid
Langere blootstelling leidt tot meer schade