BEGRIPPENLIJST PEDAGOGISCH
HANDELEN
ABSOLUTISME Woorden als ‘absoluut’, en ‘altijd’ en ‘nooit’ houden een
overdrijving in. Het zal maar zelden voorkomen dat een
kind altijd verveling is, of zich absoluut niet kan
concentreren. Dergelijke beweringen zijn zelden waar.
Dergelijke woorden hebben een absoluut karakter en
daardoor is iemand vaak niet in staat adequaat op een
situatie te reageren.
ACCEPTATIE Het aanvaarden van de ander als persoon met zijn
meningen en gevoelens.
ACTIEF LUISTEREN Actief luisteren is een effectieve manier van reageren
wanneer de ander een probleem heeft; je toont daarmee
oog en oor te hebben voor de problemen van de ander
en bereid te zijn erop in te gaan.
ANTI-AUTORITAIR Gekant tegen het gebruik van macht en/of positie om de
gang van zaken te bepalen, beslissingen af te dwingen.
AUTONOMIE Psychologische basisbehoefte: de behoefte zich te
ontwikkelen tot een zelfstandig wezen dat
verantwoordelijk is voor zichzelf.
AUTORITAIR Gebruik maken van macht en/of positie om de gang van
zaken te bepalen, beslissingen af te dwingen.
BASISBEHOEFTEN Psychologische basisbehoeften van mensen: de
behoefte aan onafhankelijkheid of autonomie, de
behoefte aan competentie en de behoefte aan relatie.
Deze behoeften creëren met elkaar de intrinsieke
motivatie om je te ontwikkelen als mens.
BELONING Een beloning is een positief, prettig gevoel, ook wel
versterker genoemd.
BETROKKENHEID Het willen en kunnen aangaan van een relatie.
BRAINSTORMEN Oplossingen voor een conflict worden aangedragen
zonder commentaar of toelichting.
COGNITIEF Dit aspect kenmerkt zich door de gedachte: “Ik ben
ASPECT bekwaam”
ZELFBEELD
COGNITIES De gedachten, ideeën, denkbeelden en inzichten die
iemand heeft met betrekking tot zichzelf en de wereld
om hem heen.
COMPENSTATIEGE Het ombuigen van een negatief ervaren aspect van het
DRAG zelfbeeld naar positief beeld van wel het zoeken naar
positieve ervaringen in andere aspecten van het
zelfbeeld als tegenwicht voor het negatief ervaren van
HANDELEN
ABSOLUTISME Woorden als ‘absoluut’, en ‘altijd’ en ‘nooit’ houden een
overdrijving in. Het zal maar zelden voorkomen dat een
kind altijd verveling is, of zich absoluut niet kan
concentreren. Dergelijke beweringen zijn zelden waar.
Dergelijke woorden hebben een absoluut karakter en
daardoor is iemand vaak niet in staat adequaat op een
situatie te reageren.
ACCEPTATIE Het aanvaarden van de ander als persoon met zijn
meningen en gevoelens.
ACTIEF LUISTEREN Actief luisteren is een effectieve manier van reageren
wanneer de ander een probleem heeft; je toont daarmee
oog en oor te hebben voor de problemen van de ander
en bereid te zijn erop in te gaan.
ANTI-AUTORITAIR Gekant tegen het gebruik van macht en/of positie om de
gang van zaken te bepalen, beslissingen af te dwingen.
AUTONOMIE Psychologische basisbehoefte: de behoefte zich te
ontwikkelen tot een zelfstandig wezen dat
verantwoordelijk is voor zichzelf.
AUTORITAIR Gebruik maken van macht en/of positie om de gang van
zaken te bepalen, beslissingen af te dwingen.
BASISBEHOEFTEN Psychologische basisbehoeften van mensen: de
behoefte aan onafhankelijkheid of autonomie, de
behoefte aan competentie en de behoefte aan relatie.
Deze behoeften creëren met elkaar de intrinsieke
motivatie om je te ontwikkelen als mens.
BELONING Een beloning is een positief, prettig gevoel, ook wel
versterker genoemd.
BETROKKENHEID Het willen en kunnen aangaan van een relatie.
BRAINSTORMEN Oplossingen voor een conflict worden aangedragen
zonder commentaar of toelichting.
COGNITIEF Dit aspect kenmerkt zich door de gedachte: “Ik ben
ASPECT bekwaam”
ZELFBEELD
COGNITIES De gedachten, ideeën, denkbeelden en inzichten die
iemand heeft met betrekking tot zichzelf en de wereld
om hem heen.
COMPENSTATIEGE Het ombuigen van een negatief ervaren aspect van het
DRAG zelfbeeld naar positief beeld van wel het zoeken naar
positieve ervaringen in andere aspecten van het
zelfbeeld als tegenwicht voor het negatief ervaren van