Psychometrie
College 1: Meting, schaling, normen
Psychometrie: De wetenschap die zich bezig houdt met het meten van mentale eigenschappen en
processen. Vooral het evalueren van testen. Tak van psychologie die zich bezig houdt met de
ontwikkeling en het gebruik van psychologische tests. Toepassen van statistische technieken op het
gebied van psychologische testen.
Hoe meet je hoe goed kinderen kunnen rekenen?
Hoe meet je iemands intelligentie?
Hoe bepalen we hoe goed een test eigenlijk is?
Context van scores is heel belangrijk. Als je zegt: “Ik heb een sociale angstscore van 15”, dan heeft
niemand een idee waar je het over hebt.
Twee hoofdvragen die je bij elke test moet stellen:
Is de test betrouwbaar?
Is de test valide?
Meten van psychologische eigenschappen
Psychologische construct niet observeerbaar/latente variabele (je kunt intelligentie niet zien)
Observeerbaar gedrag operationele definities (je kunt wel de gevolgen van intelligentie in gedrag
zien)
Bijv. de mate van depressie beïnvloedt het antwoord op de vraag ‘ik ben verdrietig’.
Om een psychologisch construct te meten gaan we opzoek naar observeerbaar gedrag dat gevoelig is
voor variaties in het psychologische construct.
Systematische verzameling van dit “gedrag” (bijv. antwoorden op vragen van een test) is
cruciaal.
Met als doel om vergelijkingen te maken.
o Tussen verschillende personen (interindividuele verschillen).
Rogier heeft meer zelfvertrouwen dan Rafael.
o Binnen personen (intra-individuele verschillen).
Novak was minder depressief na therapie dan voor de start van de therapie.
Psychologische test = systematische steekproef van gedrag
Hoe geven we interpretatie aan de meting? Schaling: Het toekennen van numerieke waarden aan
psychologische eigenschappen. Hoe wordt een testscore of categorie bepaald aan de hand van de
observaties (bv. antwoorden op items)?
Eigenschappen van getallen ↔ meetniveau. Er zijn 4 meetniveau’s:
Nominaal identiteit.
o Categorieën moeten uitsluitend en uitputtend zijn.
Ordinaal + rangorde.
Interval + kwantiteit.
Ratio + absoluut nulpunt.
College 1: Meting, schaling, normen
Psychometrie: De wetenschap die zich bezig houdt met het meten van mentale eigenschappen en
processen. Vooral het evalueren van testen. Tak van psychologie die zich bezig houdt met de
ontwikkeling en het gebruik van psychologische tests. Toepassen van statistische technieken op het
gebied van psychologische testen.
Hoe meet je hoe goed kinderen kunnen rekenen?
Hoe meet je iemands intelligentie?
Hoe bepalen we hoe goed een test eigenlijk is?
Context van scores is heel belangrijk. Als je zegt: “Ik heb een sociale angstscore van 15”, dan heeft
niemand een idee waar je het over hebt.
Twee hoofdvragen die je bij elke test moet stellen:
Is de test betrouwbaar?
Is de test valide?
Meten van psychologische eigenschappen
Psychologische construct niet observeerbaar/latente variabele (je kunt intelligentie niet zien)
Observeerbaar gedrag operationele definities (je kunt wel de gevolgen van intelligentie in gedrag
zien)
Bijv. de mate van depressie beïnvloedt het antwoord op de vraag ‘ik ben verdrietig’.
Om een psychologisch construct te meten gaan we opzoek naar observeerbaar gedrag dat gevoelig is
voor variaties in het psychologische construct.
Systematische verzameling van dit “gedrag” (bijv. antwoorden op vragen van een test) is
cruciaal.
Met als doel om vergelijkingen te maken.
o Tussen verschillende personen (interindividuele verschillen).
Rogier heeft meer zelfvertrouwen dan Rafael.
o Binnen personen (intra-individuele verschillen).
Novak was minder depressief na therapie dan voor de start van de therapie.
Psychologische test = systematische steekproef van gedrag
Hoe geven we interpretatie aan de meting? Schaling: Het toekennen van numerieke waarden aan
psychologische eigenschappen. Hoe wordt een testscore of categorie bepaald aan de hand van de
observaties (bv. antwoorden op items)?
Eigenschappen van getallen ↔ meetniveau. Er zijn 4 meetniveau’s:
Nominaal identiteit.
o Categorieën moeten uitsluitend en uitputtend zijn.
Ordinaal + rangorde.
Interval + kwantiteit.
Ratio + absoluut nulpunt.