Schrijfwijzer Hoofdstuk 5 – Eenheid van stijl
5.1 Consistent schrijven
Een onderwerp kunt u op verschillende manieren beschrijven. Wanneer u deze keuzes
gemaakt hebt, moet u zich altijd aan deze keuzes houden.
Ten eerste is schrijven vanuit een bepaald perspectief, bepaald concept of een bepaalde
invalshoek belangrijk. Geen enkel perspectief is hierbij fout, het gaat er alleen om dat de
schrijver het perspectief moet kiezen en daar niet zomaar van af mag wijken zonder dit
kenbaar te maken aan de lezer.
Ten tweede is de keuze tussen een zakelijke of een persoonlijke beschrijving belangrijk. Een
gevolg is dat feiten en meningen worden verward of dat een subjectief element onderdeel
gaat uitmaken van een objectieve weergave.
Tot slot is uw persoonlijke beschrijving positief of negatief gekleurd. Het is zaak om in een
positieve beschrijving geen negatieve woorden op te nemen en andersom.
Niet alleen voor de tekst als geheel, maar ook voor zinnen geldt, ga door zoals u begonnen
bent.
Een inconsistentie in de formulering, deze ontstaat vaak ten onrechte door het weglaten
van een woord in een opsomming, of uit een ongelijke behandeling van gelijksoortige
zinsdelen. De zin wordt dan asymmetrisch. Het is nodig om de maatregelen nog beter te
presenteren, begeleiden af te sluiten. ‘te’ voor begeleiden.
In de woordkeus kunnen inconsistenties ook ontstaan door een plotseling andere toon. Dit
soort stijlbreuken ontstaan vaak doordat er (te) veel informele woorden worden gebruikt in
een formele stijl.
5.2 Zuiver Nederlands
Eenheid van stijl betekent ook dat u niet zonder noodzaak woorden uit een andere taal
gebruikt. Als u ze toch wilt gebruiken, kunt u ze beter cursiveren of tussen
aanhalingstekens zetten.
Nederlanders nemen veel woorden over uit het buitenland, maar in het buitenland worden
ook woorden uit het Nederlandse taalgebied overgenomen. Een merkwaardig verschijnsel
is dat het contact tussen talen is dat er soms woorden worden ‘overgenomen’ die men in de
taal van herkomst niet eens meer herkent. Dit noemen we pseudoleenwoorden.
Er worden vier begrippen onderscheiden als het gaat om de invloed die talen op elkaar
hebben:
- Leenwoord, het woord dat met betekenis is ontleend aan een andere taal.
- Leenbetekenis, de betekenis die een Nederlands woord erbij krijgt uit een andere
taal.
- Leenvertaling, de (te) letterlijke vertaling van het woord.
- Barbarisme, een leenbetekenis of leenvertaling die beschouwd wordt als on-
Nederlands.
Een leenvertaling is acceptabel wanneer die iets toevoegt aan het Nederlandse taaleigen.
Maar in veel gevallen voegt zo’n vertaling niets toe of wordt er onbedoeld een extra
betekenis binnengesmokkeld.
5.1 Consistent schrijven
Een onderwerp kunt u op verschillende manieren beschrijven. Wanneer u deze keuzes
gemaakt hebt, moet u zich altijd aan deze keuzes houden.
Ten eerste is schrijven vanuit een bepaald perspectief, bepaald concept of een bepaalde
invalshoek belangrijk. Geen enkel perspectief is hierbij fout, het gaat er alleen om dat de
schrijver het perspectief moet kiezen en daar niet zomaar van af mag wijken zonder dit
kenbaar te maken aan de lezer.
Ten tweede is de keuze tussen een zakelijke of een persoonlijke beschrijving belangrijk. Een
gevolg is dat feiten en meningen worden verward of dat een subjectief element onderdeel
gaat uitmaken van een objectieve weergave.
Tot slot is uw persoonlijke beschrijving positief of negatief gekleurd. Het is zaak om in een
positieve beschrijving geen negatieve woorden op te nemen en andersom.
Niet alleen voor de tekst als geheel, maar ook voor zinnen geldt, ga door zoals u begonnen
bent.
Een inconsistentie in de formulering, deze ontstaat vaak ten onrechte door het weglaten
van een woord in een opsomming, of uit een ongelijke behandeling van gelijksoortige
zinsdelen. De zin wordt dan asymmetrisch. Het is nodig om de maatregelen nog beter te
presenteren, begeleiden af te sluiten. ‘te’ voor begeleiden.
In de woordkeus kunnen inconsistenties ook ontstaan door een plotseling andere toon. Dit
soort stijlbreuken ontstaan vaak doordat er (te) veel informele woorden worden gebruikt in
een formele stijl.
5.2 Zuiver Nederlands
Eenheid van stijl betekent ook dat u niet zonder noodzaak woorden uit een andere taal
gebruikt. Als u ze toch wilt gebruiken, kunt u ze beter cursiveren of tussen
aanhalingstekens zetten.
Nederlanders nemen veel woorden over uit het buitenland, maar in het buitenland worden
ook woorden uit het Nederlandse taalgebied overgenomen. Een merkwaardig verschijnsel
is dat het contact tussen talen is dat er soms woorden worden ‘overgenomen’ die men in de
taal van herkomst niet eens meer herkent. Dit noemen we pseudoleenwoorden.
Er worden vier begrippen onderscheiden als het gaat om de invloed die talen op elkaar
hebben:
- Leenwoord, het woord dat met betekenis is ontleend aan een andere taal.
- Leenbetekenis, de betekenis die een Nederlands woord erbij krijgt uit een andere
taal.
- Leenvertaling, de (te) letterlijke vertaling van het woord.
- Barbarisme, een leenbetekenis of leenvertaling die beschouwd wordt als on-
Nederlands.
Een leenvertaling is acceptabel wanneer die iets toevoegt aan het Nederlandse taaleigen.
Maar in veel gevallen voegt zo’n vertaling niets toe of wordt er onbedoeld een extra
betekenis binnengesmokkeld.