Etiologie van ontwikkeling- en opvoedingsproblemen
College 1
4 januari
Cristina Colonnesi
Etiologie bestudeert de factoren die een verklaring kunnen bieden voor
het ontstaan van psychopathologie.
Hoe moeten we naar het gedrag van een kind kijken?
- Kan dit gewoon gedrag zijn of een gewoon probleem voor deze
leeftijd
- Wanneer is er sprake van psychopathologie
o Psychopath is gedrag dat niet oast bij het ontwikkelingsniveau
van het kind
o Als de gewonen ontw misgaat
- Welk model (of perspectief) biedt een verklaring voor dit
gedragsprobleem?
- Welke zijn de risicofactoren en beschermingsfactoren?
Het is de studie van de ontwikkelingsprocessen die bijdragen aan of
beschermen tegen het ontstaan van psychopathologie:
◦ Continuüm tussen normale en abnormale ontwikkeling
◦ Het proces is probabilistisch en niet deterministisch
◦ Er worden verschillende
modellen/perspectieven geïntegreerd met
specifieke definities en problemen
Contexten van ontwikkeling
Ontwikkeling vindt plaats in een samenspel en
wisselwerking tussen verschillende contexten:
kenmerken van het kind (biologisch, individueel) en de
context waarin het kind zich bevindt
(bio-ecologische systeem-theorie van Bronfenbrenner).
Het model van bronfenbrenner
Microsysteem: De relaties tussen het kind en de personen uit zijn
directe omgeving.
Mesosysteem: De relaties tussen de verschillende microsystemen
waarvan het kind deel uitmaakt.
, Exosysteem: De meerdere
maatschappelijke systemen waarvan het
kind niet direct deel uitmaakt.
Macrosysteem: Een systeemlaag zonder
mensen, met wetten, instituties en de
daar bijhorende waarden en normen.
Chronosysteem: De tijd van
ontwikkeling
Ontwikkelingsopgave
Gedrag kan in de loop van de ontwikkeling
verschillende vormen aannemen en
andere betekenissen krijgen.
Ontwikkelingsverloop van een individu à ontwikkelingsopgaven:
◦ Een bepaalde ontwikkelingsopgave verschijnt in een bepaalde
periode
◦ Sommige opgaven zijn cultureel beïnvloed
◦ Het wel of niet adequaat volbrengen van de opgave is van
invloed op het gedrag van het kind in een latere levensperiode
Naast de ontwikkelingsopgaven van het kind zijn er ook de
opvoedingstaken van opvoeders, de normale problemen en de
ernstige problemen.
Geïntegreerd model
Risico- en beschermingsfactoren zijn te vinden binnen de
ontwikkelingscontexten van het bio-ecologische model.
Risico- en beschermingsfactoren beïnvloeden de
ontwikkelingsopgaven in de ontwikkeling van het kind.
Tijdens de ontwikkeling is er een interactie tussen risico- en
beschermingsfactoren.
Risico- en beschermingsfactoren kunnen verklaard en beschreven
worden op basis van verschillende ontwikkelingsmodellen.
Risicofactoren
Factoren die een negatieve invloed hebben op de (normale) ontwikkeling
van een kind, en die de kans vergroten dat psychopathologie ontstaat:
◦ Biologisch à Genetische aanleg, temperament, prenatale
invloed, sekse.
◦ Individueel à Lage intelligentie, (onveilig) gehechtheid, lage
zelfwaardering, lage zelfcontrole, overgangen tussen
levensfasen, traumatische gebeurtenissen.
◦ Familie à Conflicten tussen ouders, (onveilig) gehechtheid,
mishandeling, verwaarlozing, huiselijk geweld, langdurig
gescheiden worden, ouder met psychische problematiek,
opvoedingsgedrag.
, ◦ Sociaal à Lage sociaal-economische status (SES), kwaliteit
van het onderwijs, antisociale vrienden, gepest worden door
leeftijdsgenoten, gewelddadige buurt.
◦ Cultureel à Armoede, waarden en normen van een cultuur
(bijv. racisme).
Protectieve factoren
Factoren die bij de aanwezigheid van risicofactoren de negatieve invloed
van deze risicofactoren op de ontwikkeling geheel of gedeeltelijk
ontkracht:
◦ Biologisch à Makkelijk temperament
◦ Individueel à Intelligentie, competentie, goede
emotieregulatie, sterke en sociale persoonlijkheid, veilige
gehechtheid
◦ Familie à Stabiliteit, veilige gehechtheid, opvoedingsgedrag,
positief gezinsklimaat, goede en adequate kennis van de
ouder over de ontwikkeling van het kind, goede relatie met
broertjes en zusjes.
◦ Sociaal à Positieve vriendschap, volwassen mentor
◦ Cultureel à Prosociale instelling, tolerantie voor diversiteit,
kwaliteit van de buurt, positieve ontwikkelingservaringen,
goede relatie met leeftijdsgenoten.
Risico- en beschermingsfactoren
Deze begrippen zijn
gebaseerd op
groepsgegevens en
zijn niet zonder meer
vertaalbaar naar een
individu.
Het effect van deze
factoren is
probabilistisch (geen
absolute uitspraak
maar een
kansuitspraak)
Risicofactoren en
beschermingsfactoren
zijn aanwezig voordat
het probleemgedrag ontstaat.
Soms is het moeilijk de risicofactor en het probleem te
onderscheiden.
Soms is het moeilijk een factor te definiëren als risico of als
beschermingsfactor (gehechtheid).
Effecten van en invloeden op risico- en beschermingsfactoren
Risicofactoren en beschermingsfactoren blijken vooral een
ASPECIFIEK effect te hebben.
, Bij de aanwezigheid van meerdere risicofactoren is de kans op
psychopathologie groter dan de optelsom van de van de kansen bij
de afzonderlijke risicofactoren.
◦ à Er is ook evidentie voor dit proces bij beschermingsfactoren.
Risicofactoren hebben vaak een sterker effect dan
beschermingsfactoren.
Processen die van invloed zijn op de impact van risico- en
beschermingsfactoren
Het specifieke moment in de ontwikkeling van het kind:
◦ Hoe vroeger in de ontwikkeling hoe groter de invloed is.
De leeftijd van het kind à sensitieve perioden:
◦ als in zo’n periode een bepaalde vaardigheid wordt ontwikkeld,
hebben sommige invloeden van buitenaf (risico’s,
beschermingen) daar een extra grote invloed op (bijv.
gehechtheid tussen 6 en 20 maanden).
De duur en mate van blootstelling aan een risicofactor (of
beschermingsfactor à dosis responsrelatie:
◦ hoe hoger de dosis hoe groter het effect zal zijn.
Ontwikkelingstrajecten
Ontwikkeling is een uniek proces: geen enkel kind is een kopie
van een ander, geen enkel kind doorloopt hetzelfde
ontwikkelingstraject.
Multifinaliteit betekent dat kinderen die bij hun ontwikkeling
hetzelfde beginpunt hebben niet hetzelfde ontwikkelingstraject en
eindresultaat hoeven te vertonen.
Equifinaliteit betekent dat vanuit verschillende beginpunten en
trajecten hetzelfde eindresultaat bereikt kan worden.
Resilience
Een bredere manier om het samenspel en de wisselwerking tussen
risico- en beschermingsfactoren te bezien en rekening te houden
met individuele verschillen tussen kinderen is resilience:
◦ de vaardigheid van een persoon om op een competente
manier te kunnen functioneren ondanks moeilijke
omstandigheden.
◦ Resilience kan beïnvloed worden door risico- en
beschermingsfactoren tijdens de ontwikkeling
Resilience kan “domein specifiek” zijn.
Resilience is een heterogeen, multilevel proces waar verschillende
niveaus (individu, gezin, maatschappij) bij betrokken zijn.
College 2
6 januari
, Er is niet een weg (naar doel, oplossing etc.) (stam), er kunnen
zogenaamde takken ontwikkelen (denk aan een boom).
Genetisch en omgeving niet los van elkaar te zien> Geno type vs Feno
type. BV. Flamingo wordt roze of wit, genetisch bepaald, welke kleur dit
uiteindelijk wordt heeft de omgeving invloed op.
Microsysteem
Directe leefomgeving
Gezin, school, peers
Mesosysteem
Verbinding tussen microsystemen
School-thuis
Exosysteem
Sociale systemen die indirecte
invloed uitoefenen
Werkstress-gezinsleven
Macrosysteem
Cultuur
Chronosysteem
Levensloop/historische condities
Proximale processen zijn cruciaal voor het kind,
(proximaal = dichtbij)
Heel belangrijk
in dit model is
de
persoonlijkheid
van ouders.
Staat ook in
het middel van
het model.
Wordt bepaald
door hoe ze
zelf zijn
opgevoed en
welke partner
ze hebben. De
pijl ergens naar
toe heeft effect op dat gene. Dus y x
Zoals dat kind karakteristieken heeft effect op ouders.
College 1
4 januari
Cristina Colonnesi
Etiologie bestudeert de factoren die een verklaring kunnen bieden voor
het ontstaan van psychopathologie.
Hoe moeten we naar het gedrag van een kind kijken?
- Kan dit gewoon gedrag zijn of een gewoon probleem voor deze
leeftijd
- Wanneer is er sprake van psychopathologie
o Psychopath is gedrag dat niet oast bij het ontwikkelingsniveau
van het kind
o Als de gewonen ontw misgaat
- Welk model (of perspectief) biedt een verklaring voor dit
gedragsprobleem?
- Welke zijn de risicofactoren en beschermingsfactoren?
Het is de studie van de ontwikkelingsprocessen die bijdragen aan of
beschermen tegen het ontstaan van psychopathologie:
◦ Continuüm tussen normale en abnormale ontwikkeling
◦ Het proces is probabilistisch en niet deterministisch
◦ Er worden verschillende
modellen/perspectieven geïntegreerd met
specifieke definities en problemen
Contexten van ontwikkeling
Ontwikkeling vindt plaats in een samenspel en
wisselwerking tussen verschillende contexten:
kenmerken van het kind (biologisch, individueel) en de
context waarin het kind zich bevindt
(bio-ecologische systeem-theorie van Bronfenbrenner).
Het model van bronfenbrenner
Microsysteem: De relaties tussen het kind en de personen uit zijn
directe omgeving.
Mesosysteem: De relaties tussen de verschillende microsystemen
waarvan het kind deel uitmaakt.
, Exosysteem: De meerdere
maatschappelijke systemen waarvan het
kind niet direct deel uitmaakt.
Macrosysteem: Een systeemlaag zonder
mensen, met wetten, instituties en de
daar bijhorende waarden en normen.
Chronosysteem: De tijd van
ontwikkeling
Ontwikkelingsopgave
Gedrag kan in de loop van de ontwikkeling
verschillende vormen aannemen en
andere betekenissen krijgen.
Ontwikkelingsverloop van een individu à ontwikkelingsopgaven:
◦ Een bepaalde ontwikkelingsopgave verschijnt in een bepaalde
periode
◦ Sommige opgaven zijn cultureel beïnvloed
◦ Het wel of niet adequaat volbrengen van de opgave is van
invloed op het gedrag van het kind in een latere levensperiode
Naast de ontwikkelingsopgaven van het kind zijn er ook de
opvoedingstaken van opvoeders, de normale problemen en de
ernstige problemen.
Geïntegreerd model
Risico- en beschermingsfactoren zijn te vinden binnen de
ontwikkelingscontexten van het bio-ecologische model.
Risico- en beschermingsfactoren beïnvloeden de
ontwikkelingsopgaven in de ontwikkeling van het kind.
Tijdens de ontwikkeling is er een interactie tussen risico- en
beschermingsfactoren.
Risico- en beschermingsfactoren kunnen verklaard en beschreven
worden op basis van verschillende ontwikkelingsmodellen.
Risicofactoren
Factoren die een negatieve invloed hebben op de (normale) ontwikkeling
van een kind, en die de kans vergroten dat psychopathologie ontstaat:
◦ Biologisch à Genetische aanleg, temperament, prenatale
invloed, sekse.
◦ Individueel à Lage intelligentie, (onveilig) gehechtheid, lage
zelfwaardering, lage zelfcontrole, overgangen tussen
levensfasen, traumatische gebeurtenissen.
◦ Familie à Conflicten tussen ouders, (onveilig) gehechtheid,
mishandeling, verwaarlozing, huiselijk geweld, langdurig
gescheiden worden, ouder met psychische problematiek,
opvoedingsgedrag.
, ◦ Sociaal à Lage sociaal-economische status (SES), kwaliteit
van het onderwijs, antisociale vrienden, gepest worden door
leeftijdsgenoten, gewelddadige buurt.
◦ Cultureel à Armoede, waarden en normen van een cultuur
(bijv. racisme).
Protectieve factoren
Factoren die bij de aanwezigheid van risicofactoren de negatieve invloed
van deze risicofactoren op de ontwikkeling geheel of gedeeltelijk
ontkracht:
◦ Biologisch à Makkelijk temperament
◦ Individueel à Intelligentie, competentie, goede
emotieregulatie, sterke en sociale persoonlijkheid, veilige
gehechtheid
◦ Familie à Stabiliteit, veilige gehechtheid, opvoedingsgedrag,
positief gezinsklimaat, goede en adequate kennis van de
ouder over de ontwikkeling van het kind, goede relatie met
broertjes en zusjes.
◦ Sociaal à Positieve vriendschap, volwassen mentor
◦ Cultureel à Prosociale instelling, tolerantie voor diversiteit,
kwaliteit van de buurt, positieve ontwikkelingservaringen,
goede relatie met leeftijdsgenoten.
Risico- en beschermingsfactoren
Deze begrippen zijn
gebaseerd op
groepsgegevens en
zijn niet zonder meer
vertaalbaar naar een
individu.
Het effect van deze
factoren is
probabilistisch (geen
absolute uitspraak
maar een
kansuitspraak)
Risicofactoren en
beschermingsfactoren
zijn aanwezig voordat
het probleemgedrag ontstaat.
Soms is het moeilijk de risicofactor en het probleem te
onderscheiden.
Soms is het moeilijk een factor te definiëren als risico of als
beschermingsfactor (gehechtheid).
Effecten van en invloeden op risico- en beschermingsfactoren
Risicofactoren en beschermingsfactoren blijken vooral een
ASPECIFIEK effect te hebben.
, Bij de aanwezigheid van meerdere risicofactoren is de kans op
psychopathologie groter dan de optelsom van de van de kansen bij
de afzonderlijke risicofactoren.
◦ à Er is ook evidentie voor dit proces bij beschermingsfactoren.
Risicofactoren hebben vaak een sterker effect dan
beschermingsfactoren.
Processen die van invloed zijn op de impact van risico- en
beschermingsfactoren
Het specifieke moment in de ontwikkeling van het kind:
◦ Hoe vroeger in de ontwikkeling hoe groter de invloed is.
De leeftijd van het kind à sensitieve perioden:
◦ als in zo’n periode een bepaalde vaardigheid wordt ontwikkeld,
hebben sommige invloeden van buitenaf (risico’s,
beschermingen) daar een extra grote invloed op (bijv.
gehechtheid tussen 6 en 20 maanden).
De duur en mate van blootstelling aan een risicofactor (of
beschermingsfactor à dosis responsrelatie:
◦ hoe hoger de dosis hoe groter het effect zal zijn.
Ontwikkelingstrajecten
Ontwikkeling is een uniek proces: geen enkel kind is een kopie
van een ander, geen enkel kind doorloopt hetzelfde
ontwikkelingstraject.
Multifinaliteit betekent dat kinderen die bij hun ontwikkeling
hetzelfde beginpunt hebben niet hetzelfde ontwikkelingstraject en
eindresultaat hoeven te vertonen.
Equifinaliteit betekent dat vanuit verschillende beginpunten en
trajecten hetzelfde eindresultaat bereikt kan worden.
Resilience
Een bredere manier om het samenspel en de wisselwerking tussen
risico- en beschermingsfactoren te bezien en rekening te houden
met individuele verschillen tussen kinderen is resilience:
◦ de vaardigheid van een persoon om op een competente
manier te kunnen functioneren ondanks moeilijke
omstandigheden.
◦ Resilience kan beïnvloed worden door risico- en
beschermingsfactoren tijdens de ontwikkeling
Resilience kan “domein specifiek” zijn.
Resilience is een heterogeen, multilevel proces waar verschillende
niveaus (individu, gezin, maatschappij) bij betrokken zijn.
College 2
6 januari
, Er is niet een weg (naar doel, oplossing etc.) (stam), er kunnen
zogenaamde takken ontwikkelen (denk aan een boom).
Genetisch en omgeving niet los van elkaar te zien> Geno type vs Feno
type. BV. Flamingo wordt roze of wit, genetisch bepaald, welke kleur dit
uiteindelijk wordt heeft de omgeving invloed op.
Microsysteem
Directe leefomgeving
Gezin, school, peers
Mesosysteem
Verbinding tussen microsystemen
School-thuis
Exosysteem
Sociale systemen die indirecte
invloed uitoefenen
Werkstress-gezinsleven
Macrosysteem
Cultuur
Chronosysteem
Levensloop/historische condities
Proximale processen zijn cruciaal voor het kind,
(proximaal = dichtbij)
Heel belangrijk
in dit model is
de
persoonlijkheid
van ouders.
Staat ook in
het middel van
het model.
Wordt bepaald
door hoe ze
zelf zijn
opgevoed en
welke partner
ze hebben. De
pijl ergens naar
toe heeft effect op dat gene. Dus y x
Zoals dat kind karakteristieken heeft effect op ouders.