hoofdstuk 11
autisme
Kenmerken
- afwijkende nonverbale relaties
- moeilijkheden met relaties
- stereotype bewegingen
- stereotype gedragingen of spraak
- sensorische overgevoeligheid
diagnostische methoden
- kan niet op neurobiologisch of cognitief niveau worden gediagnostiseerd.
- op biologisch niveau is er te veel variatie in genafwijkingen en spelen
- omgevingsfactoren voor en tijdens de zwangerschap ook een rol
- op neurocognitief niveau zien we bij ass beperkingen in de theory of mind, centrale
- coherentie en executive functies
- kan alleen gebaseerd worden op gedragskenmerken
- bij volwassenen kan het met een interview, heteroanamnese over kindertijd.
- vragenlijsten en neuropsychologische tests
etiologie
- tot 60% erfelijk
- 40 tot 65% omgeving
- meer bij mannen 4:1
- zwangerschapscomplicaties gerelateerd aan ass
- geboortetraumas en navelstrengcomplicaties
- medicatie en chemicaliën
- foliumzuur vermindert de kans, 7x minder kans
symptomen
- afwijkende non verbale communicatie
- sensorische overgevoeligheid
- moeite met veranderingen
- stereotype bewegingen, gedragingen of spraak
- moeilijkheden met relaties
historisch perspectief
- kanner was de eerste die kinderlijk autisme beschreef
- asperger beschreef dit ook, maar met normale taalontwikkeling, autisme en
- schizofrenie werden toen nog niet apart gezien, dit werd pas duidelijk in begin jaren
70
- 1980 werd autisme voor het eerst een zelfstandige diagnostische categorie en
opgenomen in de DSM III
- in de DSM 5 is er geen onderscheid meer tussen de verschillende soorten autisme
en spreek men van de autismespectrumstoornis
prevalentie
- vroeger dachten ze 4 a 5 op de 1000 vd bevolking, dus 0,4 a 0,5%
- nu 0,6% vd bevolking bij onderzoek onder de 5 jaar
- later onderzoek bij kinderen tot 14 jaar 1,12% vd bevolking
behandelmogelijkheden
- vooral onderzoek naar zwakbegaafde kinderen met ass
- cognitieve gedragstherapie lijkt effectief voor reduceren van comorbide
angststoornissen bij normaal tot hoogbegaafde kinderen met ass
- gedragstherapie en medicatie kunnen ook helpend zijn ( risperdon )
autisme
Kenmerken
- afwijkende nonverbale relaties
- moeilijkheden met relaties
- stereotype bewegingen
- stereotype gedragingen of spraak
- sensorische overgevoeligheid
diagnostische methoden
- kan niet op neurobiologisch of cognitief niveau worden gediagnostiseerd.
- op biologisch niveau is er te veel variatie in genafwijkingen en spelen
- omgevingsfactoren voor en tijdens de zwangerschap ook een rol
- op neurocognitief niveau zien we bij ass beperkingen in de theory of mind, centrale
- coherentie en executive functies
- kan alleen gebaseerd worden op gedragskenmerken
- bij volwassenen kan het met een interview, heteroanamnese over kindertijd.
- vragenlijsten en neuropsychologische tests
etiologie
- tot 60% erfelijk
- 40 tot 65% omgeving
- meer bij mannen 4:1
- zwangerschapscomplicaties gerelateerd aan ass
- geboortetraumas en navelstrengcomplicaties
- medicatie en chemicaliën
- foliumzuur vermindert de kans, 7x minder kans
symptomen
- afwijkende non verbale communicatie
- sensorische overgevoeligheid
- moeite met veranderingen
- stereotype bewegingen, gedragingen of spraak
- moeilijkheden met relaties
historisch perspectief
- kanner was de eerste die kinderlijk autisme beschreef
- asperger beschreef dit ook, maar met normale taalontwikkeling, autisme en
- schizofrenie werden toen nog niet apart gezien, dit werd pas duidelijk in begin jaren
70
- 1980 werd autisme voor het eerst een zelfstandige diagnostische categorie en
opgenomen in de DSM III
- in de DSM 5 is er geen onderscheid meer tussen de verschillende soorten autisme
en spreek men van de autismespectrumstoornis
prevalentie
- vroeger dachten ze 4 a 5 op de 1000 vd bevolking, dus 0,4 a 0,5%
- nu 0,6% vd bevolking bij onderzoek onder de 5 jaar
- later onderzoek bij kinderen tot 14 jaar 1,12% vd bevolking
behandelmogelijkheden
- vooral onderzoek naar zwakbegaafde kinderen met ass
- cognitieve gedragstherapie lijkt effectief voor reduceren van comorbide
angststoornissen bij normaal tot hoogbegaafde kinderen met ass
- gedragstherapie en medicatie kunnen ook helpend zijn ( risperdon )