- Gender: karakteristieken van mensen als man of vrouw.
- Genderidentiteit: gevoel van gender en kennis, begrip en acceptatie van het man of vrouw zijn.
- Gender typing: het aannemen van en traditionele mannelijke of vrouwelijke rol.
Welke theorieën zijn er voor gender identiteit? (dr. Money)
- Reimer case (Money): experiment waarbij Bruce Reimer als vrouw werd opgevoed (‘’Brenda’’)
- Social role theory (Eagly): genderverschillen ontstaan door het contrast tussen de rollen van mannen
en vrouwen in de samenleving. Vrouwen hebben rollen met minder aanzien en macht dan mannen.
- Psychoanalytic theory of gender (Freud): kids nemen de karakteristieken van de ouder met
hetzelfde geslacht over, om zich hiermee te identificeren en de stress van de erotische gevoelens
tegenover de ouder met het andere geslacht te verminderen.
- Social cognitive theory of gender/social learning theory: ontwikkeling van geslacht ontstaat door
imitatie en observatie en door operante conditionering. Ook zorgt de media voor stereotypen in bijv.
series en kleurboeken.
- Kritiek: ouders stimuleren stereotypen minder dan gedacht en behandelen meisjes en
jongens over het algemeen hetzelfde.
- Gender schema theory (ontwikkeld van 18 maanden tot ong 2/3 jaar): gender typing ontstaat
doordat kids gender schema’s ontwikkelen over wat passend is bij welk geslacht in hun cultuur. Kids
zijn gemotiveerd om zich te houden aan deze schema’s.
- Schema: cognitief netwerk van associaties die zorgt voor iemands perceptie.
- Gender schema: categoriseert de wereld in mannelijk en vrouwelijk.
- Cognitive developmental theory (Kohlberg): zodra het kind zich realiseert dat het een jongen of
een meisje is en dit vaststaat, wordt het gemotiveerd om zich naar de gender standaarden te
gedragen. 3 fasen voor het begrijpen van gender:
1. 2-3 jaar: snappen dat ze meisje of jongen zijn. Basis.
2. 4-5 jaar: gender stability: accepteren dat meisjes meisjes blijven en jongens jongens. Nog geen
gender consistency, want ze snappen nog niet dat verandering aan bijv. uiterlijk je geslacht niet
verandert.
3. 6-7: gender consistency: gender kun je niet veranderen. Een meisje met kort haar wordt niet ineens
een jongen.
- Kritiek: kids hebben voor dat ze het concept gender begrijpen al voorkeuren voor bepaalde
speeltjes.
- Gender role transcendence: een persoon moet niet beoordeeld worden op basis van mannelijkheid
of vrouwelijkheid, maar op de persoonlijke kenmerken an sich.
- Evolutie: vanwege verschillende rollen qua reproductie, zijn verschillende genen voor elk geslacht de
beste optie geweest:
- Mannen willen zoveel mogelijk nageslacht, dus door natuurlijke selectie bleven alleen
mannen over die voorkeur hebben voor geweld, competitie en het nemen van risico’s.
- Vrouwen willen hun nageslacht zo goed mogelijk faciliteren en zoeken long-term partners
die een stabiel en veilig leven aan het nageslacht konden geven. Ze hebben een voorkeur
ontwikkeld.
- Kritiek: geen bewijs, maar opvattingen over de geschiedenis. Weinig aandacht voor
culturele en individuele variaties in geslachtsverschillen.
Wat is kenmerkend voor welk geslacht?
Gender stereotyping: algemene opvattingen over mannen en vrouwen.
- Masculine: hoge score mannelijkheid, lage vrouwelijkheid.
- Feminine: hoge score vrouwelijkheid, lage mannelijkheid.
- Androgynous: hoge scores bij mannelijkheid en vrouwelijkheid.
- Undifferentiated: lage scores bij mannelijkheid en vrouwelijkheid.
Gender roles: set verwachtingen die voorschrijven wat mannen of vrouwen zouden moeten voelen of
denken, of hoe ze zich moeten gedragen.
- Mannen worden bestempeld als instrumentaal: agressief, onafhankelijk en gericht op macht. Gericht
op de broodwinner zijn in gezin.
- Vrouwen worden gezien als expressief: gevoelig en warm. Gericht op huisvrouw zijn.
Vaak zijn de verschillen erg klein!!!!
Fysiek
- Vrouwen hebben kleinere hersenen, maar meer vouwen dus meer hersenoppervlakte.
- Hypothalamus is bij mannen groter (sex-drive).
Cognitief
- Vrouwen hebben betere verbale vaardigheden.
- Mannen hebben beter ruimtelijk inzicht.
- Genderidentiteit: gevoel van gender en kennis, begrip en acceptatie van het man of vrouw zijn.
- Gender typing: het aannemen van en traditionele mannelijke of vrouwelijke rol.
Welke theorieën zijn er voor gender identiteit? (dr. Money)
- Reimer case (Money): experiment waarbij Bruce Reimer als vrouw werd opgevoed (‘’Brenda’’)
- Social role theory (Eagly): genderverschillen ontstaan door het contrast tussen de rollen van mannen
en vrouwen in de samenleving. Vrouwen hebben rollen met minder aanzien en macht dan mannen.
- Psychoanalytic theory of gender (Freud): kids nemen de karakteristieken van de ouder met
hetzelfde geslacht over, om zich hiermee te identificeren en de stress van de erotische gevoelens
tegenover de ouder met het andere geslacht te verminderen.
- Social cognitive theory of gender/social learning theory: ontwikkeling van geslacht ontstaat door
imitatie en observatie en door operante conditionering. Ook zorgt de media voor stereotypen in bijv.
series en kleurboeken.
- Kritiek: ouders stimuleren stereotypen minder dan gedacht en behandelen meisjes en
jongens over het algemeen hetzelfde.
- Gender schema theory (ontwikkeld van 18 maanden tot ong 2/3 jaar): gender typing ontstaat
doordat kids gender schema’s ontwikkelen over wat passend is bij welk geslacht in hun cultuur. Kids
zijn gemotiveerd om zich te houden aan deze schema’s.
- Schema: cognitief netwerk van associaties die zorgt voor iemands perceptie.
- Gender schema: categoriseert de wereld in mannelijk en vrouwelijk.
- Cognitive developmental theory (Kohlberg): zodra het kind zich realiseert dat het een jongen of
een meisje is en dit vaststaat, wordt het gemotiveerd om zich naar de gender standaarden te
gedragen. 3 fasen voor het begrijpen van gender:
1. 2-3 jaar: snappen dat ze meisje of jongen zijn. Basis.
2. 4-5 jaar: gender stability: accepteren dat meisjes meisjes blijven en jongens jongens. Nog geen
gender consistency, want ze snappen nog niet dat verandering aan bijv. uiterlijk je geslacht niet
verandert.
3. 6-7: gender consistency: gender kun je niet veranderen. Een meisje met kort haar wordt niet ineens
een jongen.
- Kritiek: kids hebben voor dat ze het concept gender begrijpen al voorkeuren voor bepaalde
speeltjes.
- Gender role transcendence: een persoon moet niet beoordeeld worden op basis van mannelijkheid
of vrouwelijkheid, maar op de persoonlijke kenmerken an sich.
- Evolutie: vanwege verschillende rollen qua reproductie, zijn verschillende genen voor elk geslacht de
beste optie geweest:
- Mannen willen zoveel mogelijk nageslacht, dus door natuurlijke selectie bleven alleen
mannen over die voorkeur hebben voor geweld, competitie en het nemen van risico’s.
- Vrouwen willen hun nageslacht zo goed mogelijk faciliteren en zoeken long-term partners
die een stabiel en veilig leven aan het nageslacht konden geven. Ze hebben een voorkeur
ontwikkeld.
- Kritiek: geen bewijs, maar opvattingen over de geschiedenis. Weinig aandacht voor
culturele en individuele variaties in geslachtsverschillen.
Wat is kenmerkend voor welk geslacht?
Gender stereotyping: algemene opvattingen over mannen en vrouwen.
- Masculine: hoge score mannelijkheid, lage vrouwelijkheid.
- Feminine: hoge score vrouwelijkheid, lage mannelijkheid.
- Androgynous: hoge scores bij mannelijkheid en vrouwelijkheid.
- Undifferentiated: lage scores bij mannelijkheid en vrouwelijkheid.
Gender roles: set verwachtingen die voorschrijven wat mannen of vrouwen zouden moeten voelen of
denken, of hoe ze zich moeten gedragen.
- Mannen worden bestempeld als instrumentaal: agressief, onafhankelijk en gericht op macht. Gericht
op de broodwinner zijn in gezin.
- Vrouwen worden gezien als expressief: gevoelig en warm. Gericht op huisvrouw zijn.
Vaak zijn de verschillen erg klein!!!!
Fysiek
- Vrouwen hebben kleinere hersenen, maar meer vouwen dus meer hersenoppervlakte.
- Hypothalamus is bij mannen groter (sex-drive).
Cognitief
- Vrouwen hebben betere verbale vaardigheden.
- Mannen hebben beter ruimtelijk inzicht.