herkent psychopathologische symptomen bij de cliënt en maakt op grond
hiervan een verbinding met een psychische stoornis zoals:
Psychiatrische stoornis: Als het functioneren op een bepaald gebied (in gedrag, denken,
voelen of intellect) van het dagelijks leven verstoord raakt en de dagelijkse verplichtingen
niet meer kunnen worden nagekomen.
- Angststoornissen
Selectief mutisme: Persoon spreekt uitsluitend met naasten
Seperatie angststoornis: Er is hevige angst om van naasten gescheiden te worden
Paniekstoornis: Er zijn paniekaanvallen
Sociale angstoornis: Angst is specifiek gericht op sociale situaties
Agorafobie: Angst is specifiek gericht op situaties waar lastig uit te ontsnappen
valt
Specifieke fobie: Angst is gericht op een ander specifiek object of situatie
Gegeneraliseerde angststoornis: Hele leven angstig, vaak kenmerken als
perfectionisme
Sommige mensen zijn vatbaarder voor paniekstoornissen en angstaanvallen
door een biologische gevoeligheid. >Psychofarmaca
De behandeling van angstoornissen kan bestaan uit cognitieve therapie. Bij
agorafobie heeft men
gedragstherapie. Men kan ook benzodiazepinen of antidepressiva geven.
- Ontwikkelingsstoornissen.
Autisme Spectrum Stoornis: Geen gevoel voor persoonlijke grenzen, problemen
met communiceren, behoefte aan structuur, beperkte interesses. (vooral
biologisch)
ADHD: Onvermogen om aandacht te richten met hyperactiviteit en/of impulsief
gedrag. (gedragstherapie: gewenst gedrag belonen)(Cognitieve therapie: richt zich
op de impulsiviteit)
Tic Stoornissen: Ongewilde snelle herhalingen van bewegingen of verbale uitingen.
(biologisch)
- Stemmingsstoornissen
Depressie: sombere stemming, gebrek aan levenslust, negatief zelfbeeld, interne
attributie, onverschilligheid, besluiteloosheid, passiviteit, afhankelijkheid.
Manische depressie/bipolaire stoornis: Depressie in pieken en dalen
Verklaringen voor depressie kunnen biologisch zijn (adrenaline, serotonine) >
Dus medicijnen., sociale psychologische factoren en life events. Bij depressie
wordt veelal medicatie gebruikt, in combinatie met psychotherapie (want ze
kunnen negatieve emoties slecht uitten) en relatietherapie. Ook sociale
vaardigheidstraining gebeurt steeds meer
- Schizofrenie en andere psychotische stoornissen
Illusie: Een object is waargenomen, maar kenmerken of betekenissen daarvan
worden verkeerd geinterpreteerd onder invloed van bepaalde verwachtingen.
Psychose: Gedrag staat onder invloed van vreemde belevingen die niet realistisch
zijn, men is angstig en rusteloos.
Hallucinatie: Er wordt helemaal niets waargenomen, maar men heeft slechts het
idee iets waar te nemen.
Waanstoornis: Het zijn foutieve overtuigingen die behoren tot de inhoudelijke
denkstoornis.
Kortdurend psychotische stoornis: Als psychotische symptomen abrupt verschijnen
en in minder dan een maand volledig verdwijnen.