H1
Vraag 1: Waarom sloot Luria aan bij zowel de holisten als bij de
lokalisten?
Vraag 2: Computerprogramma’s - connectionistische modellen
genoemd - kunnen bepaalde cognitieve functies nabootsen omdat
ze op een zekere manier net als de hersenen werken. Welke
aspecten komen overeen?
H2
Vraag 1: Uit welke stappen bestaat de diagnostische cyclus?
Vraag 2: Welke validiteit test het werkelijke gedrag?
H3
Vraag 1: Leg het begrip ‘Multiple Baseline’ uit?
Vraag 2: Van welk effect is er sprake wanneer een patiënt item
specifiek geleerd heeft?
H4
Vraag 1: Wat is een nadeel van de CT-scan
Vraag 2: Een coupe van een CT-scan kan op drie verschillende
manieren gesneden zijn. Noem deze manieren.
H5
Vraag 1: Beschrijf het ‘growing into defecit’ effect
Vraag 2: Na hersenbeschadiging treed er meestal herstel op. Dit
herstel is onder te verdelen in twee revalidatiestromingen. Noem
deze twee stromingen en waar zijn ze op gefocust
H6
Vraag 1: Volgens Lissauer (1890) zijn er twee soorten agnosieen,
beschrijf deze twee?
Vraag 2: Een andere manier om visuele stoornissen te categoriseren
is op basis van de wat-route versus de waar-route. Drie redenen om
een dergelijk onderscheid te prefereren boven de hierboven
genoemde classificatie