Week 1
Inleiding
Hoe leer je dit vak het beste?
- Open staan voor wat er om je heen gebeurt o.a door Kranten lezen. (troonrede
& prinsjesdag)
Wat is recht?
Begint bij eerste morele mens (ong. 3000 j. geleden) met 4 basisregels.
1. Laat anderen in hun waarde. Gedragsregels = Sociale regels
2. Eigendom bescherming.
3. Regels m.b.t overgaan eigendom -> verkopen, ruilen.
4. Regels m.b.t sancties.
Gemeenschap steeds groter dus er moet een instantie zijn die zorgt voor
handhaving. Dit is begin van een rechtssysteem. Romeinen vatte dit voor
’t eerst samen in een wetboek. Veel van nu gebaseerd op dat wetboek.
Dus recht is: Het geheel van gelende rechtsregels.
Een aan het objectieve recht ontleende, individuele
bevoegdheid.
Sociale regels.
Hoe hoort ’t eigenlijk? Staat nergens geschreven hebben geen rechtsgevolg –
geen sancties.
Rechtsregels.
Rechtens afdwingbaar.
Functies van recht.
- Ordenen van menselijk gedag door het stellen van rechtsregels.
- Handhaven van regels.
Wat is een staat?
3 kenmerken.
1. Grondgebied.
2. Gemeenschap van mensen
3. Gezag
Staatsvormen (KENNEN & OMSCHRIJVEN)
- Gecentraliseerde eenheidsstaat
alle macht bij de centrale overheid, lagere overheid voert alleen uit
- Gedecentraliseerde eenheidsstaat.
Macht van boven naar beneden. Centrale overheid – lagere overheid.
Provincies mogen zelf besluiten. Lagere overheden hebben bevoegdheden
gekregen door de hogere overheden
- Federatie (bondsstaat)
Lijkt op Gedecentraliseerde eenheidsstaat maar dan begin met lagere
, overheid. Centrale overheid daarna. Macht is de lagere overheid.
- Confederatie (statenbond)
Verdrag tussen soeverein en staten.
EU is Con(federatie) Heeft dus wat weg van beide.
Het koninkrijk der Nederlanden.
Bestaat uit 4 landen
- Nederland
- Aruba
- Curacao
-St. Maarten
Het statuut der Nederlanden regelt alles tussen deze 4 landen.
Grondwet belangrijkste wet! Bevat staatsinrichting voor het land
Nederland.
Staat en recht
week 2
Democratie en rechtstaat
Democratie
Betekenis: - Griekse woorden demos (volk) + kratein (regeren)
- Het volk regeert? -> niet direct
Uitgangspunt is dat het volk de uiteindelijke zeggenschap heeft. Niet
hetzelfde als de meeste stemmen gelden! Je hebt de kans je erover uit te
spreken ondanks dat het besluit soms zo is dat je het er niet mee eens
bent.
Directe en indirecte democratie
In een directe democratie heeft een burger rechtstreekse invloed op de
besluiten. Vooral in kleinere gemeenschappen. Vaak met vaak met
referenda. Nadeel is dat het een grote democratische rompslomp kan
worden.
In een indirecte democratie heeft de burger invloed op de besluiten van
de overheid met behulp van volksvertegenwoordigers (2 e kamer ).
Nederland! Dit is veel praktischer.
Rechtstaat (= staat die is gebonden aan het recht)
- Legaliteitsbeginsel
Overheid kan alleen besluiten nemen waardoor de vrijheid van de burger
wordt beperkt op grond van een wettelijke grondslag.
- Machtenscheiding
TRIAS POLITICA. Wetgevende macht – uitvoerende macht –rechtsprekende
macht.
- Onafhankelijke rechter
- Grondrechten