Prove to move 2020
‘Gespecialiseerde opvang in de
dagelijkse praktijk’
Naam: Demi Oostrom
Studentnummer: 2060242
Klas: HWEPMO7P
Examenonderdeel: ‘Gespecialiseerde opvang
in de
dagelijkse praktijk’.
Begeleidingsplan opstellen
Beginsituatie vaststellen
Persoonsomschrijving
I. is een jongetje van 2 jaar oud. Hij is met 36 weken geboren op 7 februari 2018.
I. is begin juni 2019 gestart op Peuterdagcentrum Irene, groep Beer op de
dinsdag en woensdag.
I. is een rustige jongen die zichzelf redelijk goed kan vermaken in zijn eigen spel
maar heeft daarbij een korte spanningsboog.
Tijdens de zwangerschap is er een zwangerschapsvergiftiging opgetreden
waardoor I. 4 weken te vroeg is geboren. Pas later kwamen de doctoren erachter
, dat er tijdens de zwangerschap een verandering in het DNA van I. heeft
plaatsgevonden waardoor het syndroom Cornelia de Lange optreedt. Cornelia de
Lange is een erfelijk syndroom.
Kenmerken van het Cornelia de Lange syndroom waar ik rekening mee moet
houden tijdens het uitvoeren van activiteiten voor dit begeleidingsplan zijn:
Kleine voeten en handen met daarbij kleine pinken
o Dit kan invloed hebben als I. de kruipoefening gaat oefenen. Ik moet
goed in de gaten houden of het draagvlak van zijn handen en
voeten groot en sterk genoeg is om de kruiphouding te oefenen.
Reflux
o Dit betekent het terugvloeien van maagzuur. Het kan daarom zijn
dat I. het niet prettig vindt om op zijn buik te liggen. Ik moet goed
kijken hoe hij reageert op buikligging.
Voor reflux krijgt I. medicatie. Namelijk: Nexium. Helaas werkt deze medicatie
niet voldoende en wordt I. hier binnenkort met een maagoperatie aan geholpen
met als doel refluxvermindering.
Dit is dus een extra aandachtspuntje om rekening mee te houden tijdens de
activiteiten als hij op zijn buik ligt.
Waarom dit begeleidingsplan?
I. is al in staat om zichzelf te kunnen omrollen, zelf te zitten en om al een beetje
te tijgeren. Om het tijgeren verder te stimuleren, ga ik hier een begeleidingsplan
over schrijven.
De afgelopen maanden dat ik nu stage loop op groep Beer, lijkt het erop dat er
op het tijgeren nog veel winst behaald kan worden. Ik wil dit bereiken door
verschillende activiteiten aan te bieden die in elkaar overlopen. Het doel wat ik
voor ogen heb, is dat I. over een paar maanden heeft ervaren wat de
kruiphouding (op handen en knieën zitten) is zodat de stap naar het echte
kruipen voor hem makkelijker/soepeler zal verlopen.
Hoofddoel:
Het huidige hoofddoel die nu voor I. belangrijk is, heeft te maken met zijn
lichamelijk welbevinden. Namelijk: ‘I. kan in mei 2020 zelfstandig van lig naar zit
houding.
Doordat ik weet dat ze op groep Beer al hard aan het werk zijn om dit hoofddoel
te bereiken, ga ik voor mijn begeleidingsplan een ander doel bedenken maar wel
een doel dat te maken heeft met de lichamelijke ontwikkeling om verwarring te
voorkomen.
Begeleidingsdoel vaststellen
Eind maart 2020 kan I. zelfstandig in kruiphouding komen. (Op handen en
knieën zitten)
Om dit doel te behalen, maak ik twee tussen(werk)doelen om zo langzaam naar
het hoofddoel toe te werken.
Werkdoelen:
o Begin februari 2020 kan I. zelfstandig vooruitkomen door te tijgeren.
‘Gespecialiseerde opvang in de
dagelijkse praktijk’
Naam: Demi Oostrom
Studentnummer: 2060242
Klas: HWEPMO7P
Examenonderdeel: ‘Gespecialiseerde opvang
in de
dagelijkse praktijk’.
Begeleidingsplan opstellen
Beginsituatie vaststellen
Persoonsomschrijving
I. is een jongetje van 2 jaar oud. Hij is met 36 weken geboren op 7 februari 2018.
I. is begin juni 2019 gestart op Peuterdagcentrum Irene, groep Beer op de
dinsdag en woensdag.
I. is een rustige jongen die zichzelf redelijk goed kan vermaken in zijn eigen spel
maar heeft daarbij een korte spanningsboog.
Tijdens de zwangerschap is er een zwangerschapsvergiftiging opgetreden
waardoor I. 4 weken te vroeg is geboren. Pas later kwamen de doctoren erachter
, dat er tijdens de zwangerschap een verandering in het DNA van I. heeft
plaatsgevonden waardoor het syndroom Cornelia de Lange optreedt. Cornelia de
Lange is een erfelijk syndroom.
Kenmerken van het Cornelia de Lange syndroom waar ik rekening mee moet
houden tijdens het uitvoeren van activiteiten voor dit begeleidingsplan zijn:
Kleine voeten en handen met daarbij kleine pinken
o Dit kan invloed hebben als I. de kruipoefening gaat oefenen. Ik moet
goed in de gaten houden of het draagvlak van zijn handen en
voeten groot en sterk genoeg is om de kruiphouding te oefenen.
Reflux
o Dit betekent het terugvloeien van maagzuur. Het kan daarom zijn
dat I. het niet prettig vindt om op zijn buik te liggen. Ik moet goed
kijken hoe hij reageert op buikligging.
Voor reflux krijgt I. medicatie. Namelijk: Nexium. Helaas werkt deze medicatie
niet voldoende en wordt I. hier binnenkort met een maagoperatie aan geholpen
met als doel refluxvermindering.
Dit is dus een extra aandachtspuntje om rekening mee te houden tijdens de
activiteiten als hij op zijn buik ligt.
Waarom dit begeleidingsplan?
I. is al in staat om zichzelf te kunnen omrollen, zelf te zitten en om al een beetje
te tijgeren. Om het tijgeren verder te stimuleren, ga ik hier een begeleidingsplan
over schrijven.
De afgelopen maanden dat ik nu stage loop op groep Beer, lijkt het erop dat er
op het tijgeren nog veel winst behaald kan worden. Ik wil dit bereiken door
verschillende activiteiten aan te bieden die in elkaar overlopen. Het doel wat ik
voor ogen heb, is dat I. over een paar maanden heeft ervaren wat de
kruiphouding (op handen en knieën zitten) is zodat de stap naar het echte
kruipen voor hem makkelijker/soepeler zal verlopen.
Hoofddoel:
Het huidige hoofddoel die nu voor I. belangrijk is, heeft te maken met zijn
lichamelijk welbevinden. Namelijk: ‘I. kan in mei 2020 zelfstandig van lig naar zit
houding.
Doordat ik weet dat ze op groep Beer al hard aan het werk zijn om dit hoofddoel
te bereiken, ga ik voor mijn begeleidingsplan een ander doel bedenken maar wel
een doel dat te maken heeft met de lichamelijke ontwikkeling om verwarring te
voorkomen.
Begeleidingsdoel vaststellen
Eind maart 2020 kan I. zelfstandig in kruiphouding komen. (Op handen en
knieën zitten)
Om dit doel te behalen, maak ik twee tussen(werk)doelen om zo langzaam naar
het hoofddoel toe te werken.
Werkdoelen:
o Begin februari 2020 kan I. zelfstandig vooruitkomen door te tijgeren.