4 Ontstaan van verbintenissen uit
overeenkomst
4.1 Inleiding
Overeenkomsten zijn voor de praktijk de belangrijkste bron van verbintenissen.
Alle overeenkomsten komen tot stand door een aanbod en een aanvaarding.
Aanbod en aanvaarding zijn rechtshandelingen. De wil van partijen moet hierbij
gericht zijn op rechtsgevolg. Een aanbod en een aanvaarding doen een
overeenkomst tot stand komen. Uit een overeenkomst vloeien rechtens
afdwingbare verbintenissen voort. Een verbintenis is een vermogensrechtelijke
relatie tussen twee partijen, waarbij de ene partij tot iets verplicht is waarop de
ander partij recht heeft.
Vermogensrechtelijk wijst er op dat een verbintenis altijd op geld waardeerbaar
moet zijn. Je moet je afvragen of partijen de bedoeling hadden een op geld
waardeerbare, rechtens afdwingbare verplichting te doen ontstaan.
Het meervoud van aanbod is aanbiedingen, deze kunnen variëren van zeer
eenvoudig tot zeer complex. Een eenvoudig aanbod is het aanbod dat de
marktkoopman mondeling doet aan passerende klanten. Bij de overname van
een grot bedrijf door een multinational kan er veel boekwerk zijn, zulke complexe
onderhandelingen worden vaak begeleid door adviseurs.
4.2 Aanbod en aanvaarding: algemeen
Een aanvaarding moet aansluiten op het aanbod, anders is het geen
aanvaarding. Artikel 6:225 lid 1 BW bepaalt dat een aanvaarding die van het
aanbod afwijkt, als een nieuw aanbod moet worden beschouwd. Lid 2 bepaalt
dat als de aanvaarding slechts op ondergeschikte punten afwijkt van het aanbod,
de overeenkomst toch tot stand komt, tenzij de aanbieder onverwijld aangeeft
met de afwijking niet te kunnen leven.
Onverwijld: de handeling moet zonder onnodige vertraging verricht worden. Dit
krijgt niet direct de hoogste prioriteit, maar wel een hoge prioriteit.
Verbintenissen moeten bepaalbaar zijn, artikel 6:227 BW. Schuldeiser en
schuldenaar moeten wel weten waar ze zich toe verplichten. Hieruit volgt ook dat
aanbod en aanvaarding bepaalbaar moeten zijn. Een aanbod dat te vaag is, is
geen aanbod, maar slechts een uitnodiging om in onderhandeling te treden of
een uitnodiging tot het doen van een aanbod.
De belangrijkste bestanddelen van een overeenkomst worden wel de essentialia
genoemd. Artikel 6:248 lid 1 BW bepaalt dat een overeenkomst niet alleen die
gevolgen heeft die partijen overeengekomen zijn, maar ook ‘die welke, naar de
aard van de overeenkomst, uit de wet, de gewoonte, of de eisen van redelijkheid
en billijkheid voortvloeien’.
overeenkomst
4.1 Inleiding
Overeenkomsten zijn voor de praktijk de belangrijkste bron van verbintenissen.
Alle overeenkomsten komen tot stand door een aanbod en een aanvaarding.
Aanbod en aanvaarding zijn rechtshandelingen. De wil van partijen moet hierbij
gericht zijn op rechtsgevolg. Een aanbod en een aanvaarding doen een
overeenkomst tot stand komen. Uit een overeenkomst vloeien rechtens
afdwingbare verbintenissen voort. Een verbintenis is een vermogensrechtelijke
relatie tussen twee partijen, waarbij de ene partij tot iets verplicht is waarop de
ander partij recht heeft.
Vermogensrechtelijk wijst er op dat een verbintenis altijd op geld waardeerbaar
moet zijn. Je moet je afvragen of partijen de bedoeling hadden een op geld
waardeerbare, rechtens afdwingbare verplichting te doen ontstaan.
Het meervoud van aanbod is aanbiedingen, deze kunnen variëren van zeer
eenvoudig tot zeer complex. Een eenvoudig aanbod is het aanbod dat de
marktkoopman mondeling doet aan passerende klanten. Bij de overname van
een grot bedrijf door een multinational kan er veel boekwerk zijn, zulke complexe
onderhandelingen worden vaak begeleid door adviseurs.
4.2 Aanbod en aanvaarding: algemeen
Een aanvaarding moet aansluiten op het aanbod, anders is het geen
aanvaarding. Artikel 6:225 lid 1 BW bepaalt dat een aanvaarding die van het
aanbod afwijkt, als een nieuw aanbod moet worden beschouwd. Lid 2 bepaalt
dat als de aanvaarding slechts op ondergeschikte punten afwijkt van het aanbod,
de overeenkomst toch tot stand komt, tenzij de aanbieder onverwijld aangeeft
met de afwijking niet te kunnen leven.
Onverwijld: de handeling moet zonder onnodige vertraging verricht worden. Dit
krijgt niet direct de hoogste prioriteit, maar wel een hoge prioriteit.
Verbintenissen moeten bepaalbaar zijn, artikel 6:227 BW. Schuldeiser en
schuldenaar moeten wel weten waar ze zich toe verplichten. Hieruit volgt ook dat
aanbod en aanvaarding bepaalbaar moeten zijn. Een aanbod dat te vaag is, is
geen aanbod, maar slechts een uitnodiging om in onderhandeling te treden of
een uitnodiging tot het doen van een aanbod.
De belangrijkste bestanddelen van een overeenkomst worden wel de essentialia
genoemd. Artikel 6:248 lid 1 BW bepaalt dat een overeenkomst niet alleen die
gevolgen heeft die partijen overeengekomen zijn, maar ook ‘die welke, naar de
aard van de overeenkomst, uit de wet, de gewoonte, of de eisen van redelijkheid
en billijkheid voortvloeien’.