Vormen van stratificatie en conflict
Stratificatie
- Hiërarchie in de samenleving naar economische middelen
- Maar er kan ook ongelijkheid bestaan met betrekking tot andere hulpbronnen
Marx had het niet over deze andere hulpbronnen, hij focuste zich op de ongelijkheid in
economische middelen.
Weber zocht al wel naar andere hulpbronnen zoals ook stratificatie naar sociale status en
politieke macht.
Conflicttheorie:
- Ralf Dahrendorf
- Conflict als een normaal alomtegenwoordig fenomeen in een samenleving, er is altijd
wel een strijd in de samenleving. (In tegenstelling tot Parsons die uitging van
gedeelde waarden voor stabiliteit)
- Niet-gewelddadige conflicten als de drijvende kracht van democratische
samenlevingen.
Democratisering als conflict-oplossend vermogen
- Belangen worden vertegenwoordigd door belangengroepen en politieke partijen die
met elkaar op democratische wijze strijden.
- Conflict is beter beheersbaar als het geïnstitutionaliseerd is. Via politieke partijen en
belangengroepen zorgen ervoor dat gewelddadig conflict vermeden wordt.
Weg van de dichotomie van Marx, er is meer mobiliteit dan Marx verwachtte. Er is dus meer
dan alleen een sociale status om omhoog te kunnen komen op de ladder.
- Intragenerationeel
- Intergenerationeel
Er ontstaat een middenklasse die redelijk welvarend is en bovendien (zoals Weber
beargumenteer), is sociale klasse gebaseerd op economische hiërarchie onvoldoende om
conflicten in de samenleving te beschrijven. De economische verschillen zijn heel belangrijk,
maar niet de enige.
Groep conflict:
- Elke tegenstelling tussen georganiseerde groepen die verklaard kan worden uit de
sociale structuur.
- Diverse belangen van groepen, met competitie over beschikbare hulpbronnen.
- Conflict tussen groepen ontstaat wanneer de ene groep een bedreiging van de
belangen door een andere groep waarneemt.
Mills: Veel nadruk op het ontstaan van een grote middenklassen die geen echte macht heeft.
Contrast met de ‘elite van de macht’: de besluitvormers in de hoogste regionen van de
politieke, economische en militaire instituties.
, Elite van de macht
- Macht, vermogen en bekendheid
- Institutionele compositie van macht verandert, omdat soms de ene domein
belangrijker wordt dan de ander.
- Nieuw bijvoorbeeld: Media-elite (diegene die mediaproductie in handen heeft), maar
ook bijvoorbeeld de economisch-technologische elite.
Mills: de passieve massa
- Geen revolutie zoals Marx dat verwachtte
- Hij verwacht ook niet dat er sociale verandering komt door groep conflict
- Maar: onbekwaamheid van hen buiten de machtselite om sociale verandering te
bewerkstelligen. Ze worden gemanipuleerd en gecontroleerd zodat ze passief blijven.
Instituties (zelfs het onderwijs) zouden leiden tot grotere fascinatie met media-
vermaak dan met politiek. De instituten houden de burgers dus weg van kritiek, de
politiek.
Internationale onafhankelijkheden
Ongelijkheid – in Europa en de VS
- Bijzonder weinig aandacht voor de zwarte bevolking in de VS, toch wel zorgelijk.
- Bijzonder weinig aandacht voor ongelijkheden die wereldwijd bestaan.
Onderontwikkeling door het systeem
- Naïef om de effecten van het kapitalistische systeem alleen binnen een land te
bestuderen.
- Gunder Frank: het kapitalistische systeem draait op maken van winsten.
- -> Wereldwijde productiesysteem zorgt voor concentratie van kapitaal in de
centrumlanden. En uitbuiting in de periferie. Dit leidt tot stilstand/
onderontwikkeling in de periferie landen.
Al in 1913 werd het onderscheid tussen landen met koloniën en de koloniën
- Ros Luxemburg: juist in de koloniën dalen de lonen.
Het internationale perspectief: Fernando Cardoso
- Afhankelijkheid van de periferie van het centrum, welke gekenmerkt wordt door
uitbuiting
- Grote verschillen tussen landen
- Verschillende lokale, nationale en internationale belangen komen samen welke in
samenhang invloed hebben hoe het kapitalisme zich in een bepaald land ontwikkelt.
Geen rechtlijnige modernisering: ontwikkeling is geen automatisch proces slechts
aangedreven door industrialisatie en economische modernisering. Het is geen universeel
verschijnsel waarbij alle landen zich in dezelfde lineaire wijze ontwikkelen.
Het culturele systeem is dynamischer dan Parsons deed vermoeden: ideologie en waarden
worden aangewend om veranderingen te bereiken.