Anesthesie
Het innnervatiegebied en de aftakkingen (: nn. alveolaris superior:
anterior, -media, -posterior, n. nasopalatinus, n. palatinus major ) van de
n. maxillaris
De N. Maxillaris is de 2e tak van de 5e hersenzenuw. De zenuw is
sensorisch en loopt naar de bovenkaak. Hij verzorgt het middelste
gedeelte van het aangezicht.
N. Maxillaris geeft een hoofdtak af naar buccaal en palatinaal.
Tak buccaal N. infraorbitalis
Tak palatinaal Ganglionares ad ganglion pterygopalatinum
Hoofdtak N. Infraorbitalis vertakt weer in 3 zenuwen:
- N. Alveolaris superior posterior Naar de molaren
- N. Alveolaris superior media Naar de premolaren
- N. Alveolaris superiot anterior Naar het front
Ganglion Pterygopalatinum
- N. Nasopalatinus
o Loopt naar de voorzijde en zorgt voor het gevoel van 1/3 van
het palatum
- N. Palatinus Major
o Zorgt voor het gevoel op het achterste 2/3 deel van het
palatum
,Samenvatting Jaartoets 2.12
Het innervatiegebied en de aftakkingen(n. buccalis, n. mentalis, n.
lingualis, n. mylohyoidens, nn. alveolaris inferior) van de n. mandibularis
De N. Mandibularis heeft een sensorische en motorische functie. Hij
verzorgt het gevoel in de onderkaak en stuurt de kauwspieren aan.
De N. mandibularis gaat door het Foramen Ovale en splits hierna in 3
takken:
- N. Buccalis
- N. Lingualis
- N. Alveolaris inferior
N. Buccalis zorgt voor het gevoel in de molaren en premolaren in de
onder- en bovenkaak.
N. Lingualis zorgt voor het gevoel in de linguale gingiva
N. Alveolaris inderior loopt verder in de Canalis Manidbulae. Deze gaat dan
door het Foramen mentale en heet dan de N. Mentalis.
,Samenvatting Jaartoets 2.12
Het verloop van de n. facialis en beschrijft welke structuren
hij innerveert
De N. Facialis is de aangezichtszenuw en stuurt zenuwen aan
die verantwoordelijk zijn voor gezichtsuitdrukkingen. Verder
zorgt hij (Chorda Tympani) voor de smaakwaarneming van
het voorste 2/3 deel van de tong.
De innervatie van de tong (zowel sensibel als motorisch) door: n. lingualis
(voorste 2/3edeel tong sens.), chorda tympani tak van de n.facialis VII
(voorste 2/3edeel tong smaak), n. glossopharyngens IX (achterste
1/3edeel smaak), n. hypoglossus XII motoriek tong
Sensorisch innervatie voorste 2/3 deel van de tong N. Lingualis
Smaakwaarneming voorste 2/3 deel van de tong Chorda Tympani
(N. Facialis)
Smaakwaarneming achterste 1/3 deel van de tong N. Glossopharyngeus
Motorische innervatie achterste 1/3 deel van de ting N. Hypoglossus
De indicatie voor het geven van de verschillende pijnbestrijdings-
mogelijkheden bij kinderen.
Verschillende soorten pijnbestrijding:
- Lokale anesthesie
- Lachgassedatie
- Sedatie met behulp van farmaca
- Office based anaesthesia
- Algehele anesthesie
Indicatie lokale anesthesie
Bij iedere behandeling waarbij er pijn kan ontstaan
Indicatie lachgassedatie
- Angstige kinderen
- Verhoogd kokhalsreflex
- Verstandelijke beperking
- Spastische patiënten
- Kinderen bij wie stress het beste vermeden kan worden
- Kinderen bij wie lokale anesthesie gecontra-indiceerd is (hemofilie,
allergie)
Indicatie sedatie met behulp van farmaca
, Samenvatting Jaartoets 2.12
- Andere methoden, zoals gewenning en psychologische
angstreductie blijken onvoldoende werkzaam
- Behandeling onder adequate begeleiding neemt te veel tijd in beslag
(acute situaties)
- Stress van de behandeling vormt een fysieke bedreiging
Indicatie office based anaesthesia
- Lachgas of midazolamsedatie bieden geen oplossing
- Medische redenen
- Psychologische redenen
Indicatie algehele anesthesie
- Andere methoden niet toepasbaar
- Zeer jonge kinderen met veel cariës
- Extreem angstige patiënten
- Kinderen met een verstandelijke of motorische beperking
- Medische redenen ASA >III
De indicatie en contra-indicatie van mandibulair blok bij kinderen.
Indicatie:
- Cariës
- Extractie
Contra-indicatie:
- Hemofilie met stollingsfactor <50%
- Hemorragische diathese
- Leukemie
- Trombocytopenie
- Ziekte van Von Willebrand
De injectietechniek van een mandibulair blok bij kinderen en kan hierbij de
anatomische verschillen benoemen ten opzichte van de volwassen
patiënt.
Injectietechniek
Het kind wordt gevraagd om de mond wijd te kunnen openen. Met duim en
wijsvinger worden de voorste en achterste rand van de opstijgende tak
van de mandibula opgezocht.
Gemeten vanaf de voorkant van de ramus mandibulae ligt het foramen bij
kinderen op een derde van de denkbeeldige lijn tussen wijsvinger en duim.
Iets meer greep op de onderkaak en een beter fixatie van het hoofd zijn
mogelijk door deze methode iets te wijzigen. De positie van de duim blijft
hetzelfde, maar de wijsvinger wordt op het kaakkopje en de ringvinger op
de kaakhoek geplaatst, terwijl de middelvinger op het midden van de
achterhand van de opstijgende tak van de mandibula terechtkomt.
Werkend in de linker onderkaak komt de ringvinger op het kaakkopje en
de wijsvinger op de hoek.