Toetsinzage 2.4
1. Iemand met een cva heeft schouderpijn door glenohumerale luxatie.
Wat is volgens het kngf de beste behandelvorm;
- Neuromusculaire stimulatie van de paretische schouder.
2. Wat gebeurt er niet bij artrose?
- Het dunner worden van het kapsel
3. Toename van Na+ permeabiliteit en de omkering van het membraampotentiaal vindt
plaats tijdens?
- Depolarisatie van het hart
4. Wat is de definitie van pijn vanuit het ISAP?
- Een onplezierige sensorische en emotionele ervaring door een actuele /
potentiele schade
5. Wat is het hoogste niveau waarop je een dwarsleasie kan hebben maar nog wel kan
rolstoel rijden
- C6
6. In de richtlijn artrose heup knie, wordt zelf management door 4 indicaties
onderscheiden, wat is nummer 2?
- Kortdurende begeleiding door therapeut bij patiënt die niet met kortdurende
voorlichting en advies + instructie op te lossen is.
7. Extensor hallucis brevis wordt geïnnerveerd door?
- N. peroneus profundus
8. Welke spieren ondersteunen de ademhaling?
- Intercostales internus
- Seratus anterior
- Quadratus lumborum
9. Wat is de stand van de pols in rust/ neutrale positie?
- Dorsaal en palmairflexie + lichte ulnaire deviatie
10. RET is een ontwikkeld model bestaande uit ABC. Waar staat B voor?
- Gedachten over gebeurtenissen
11. Waaruit bestaan de luomajoki testen;
- Waiters bow
- Pelvic tilt
- Single leg stance
- Sitting knee extension
- Forward rocking
- Backward rocking
1. Iemand met een cva heeft schouderpijn door glenohumerale luxatie.
Wat is volgens het kngf de beste behandelvorm;
- Neuromusculaire stimulatie van de paretische schouder.
2. Wat gebeurt er niet bij artrose?
- Het dunner worden van het kapsel
3. Toename van Na+ permeabiliteit en de omkering van het membraampotentiaal vindt
plaats tijdens?
- Depolarisatie van het hart
4. Wat is de definitie van pijn vanuit het ISAP?
- Een onplezierige sensorische en emotionele ervaring door een actuele /
potentiele schade
5. Wat is het hoogste niveau waarop je een dwarsleasie kan hebben maar nog wel kan
rolstoel rijden
- C6
6. In de richtlijn artrose heup knie, wordt zelf management door 4 indicaties
onderscheiden, wat is nummer 2?
- Kortdurende begeleiding door therapeut bij patiënt die niet met kortdurende
voorlichting en advies + instructie op te lossen is.
7. Extensor hallucis brevis wordt geïnnerveerd door?
- N. peroneus profundus
8. Welke spieren ondersteunen de ademhaling?
- Intercostales internus
- Seratus anterior
- Quadratus lumborum
9. Wat is de stand van de pols in rust/ neutrale positie?
- Dorsaal en palmairflexie + lichte ulnaire deviatie
10. RET is een ontwikkeld model bestaande uit ABC. Waar staat B voor?
- Gedachten over gebeurtenissen
11. Waaruit bestaan de luomajoki testen;
- Waiters bow
- Pelvic tilt
- Single leg stance
- Sitting knee extension
- Forward rocking
- Backward rocking