Dit examen bestaat uit 8 pagina’s.
De opbouw van het examen is als volgt:
- 30 meerkeuzevragen (maximaal 30 punten)
Heeft u minimaal 21 vragen correct beantwoord, dan heeft u een voldoende behaald.
De antwoorden dienen ingevuld te worden op bijgevoegd examenpapier.
Schrijf duidelijk leesbaar.
Toegestane hulpmiddelen
- Niet-programmeerbare rekenmachine
Wij wensen u veel succes!
, Meerkeuzevragen (30 punten)
De antwoorden dienen ingevuld te worden op bijgevoegd examenpapier.
Vermeld het meest juiste antwoord.
Voor een correct antwoord: 1 punt.
1. In welke van de volgende activiteiten staan planning en beheersing centraal?
a. in management accounting
b. in boekhouden
c. in financial accounting
2. Een handelaar moet de maandelijkse huur vooruitbetalen. Op de vijfde van elke
maand wordt de huur van de volgende maand betaald. Elke eerste januari stijgt de
maandhuur. Dit jaar stijgt de maandhuur op 1 januari van € 700 naar € 750.
Bereken de huurkosten over het nieuwe jaar.
a. € 8.950
b. € 9.000
c. € 9.050
3. Een onderneming ontleent aan haar boekhouding de volgende gegevens over dit
jaar. Totale ontvangsten van debiteuren zijn € 250.000. Het bedrag dat aan
debiteuren op 1 januari openstond, bedroeg € 45.000. Op 31 december had de
onderneming nog van klanten een bedrag van € 46.000 te vorderen. De contante
verkopen bedroegen € 291.000.
Bereken het bedrag dat aan totale opbrengsten op de resultatenrekening over dit
jaar zal worden geboekt op grond van bovenstaande gegevens.
a. € 337.000
b. € 496.000
c. € 542.000
NCOI Opleidingsgroep
1
4. Wat wordt verstaan onder rechtstreekse vermogensmutaties die niet over de resultatenrekening lopen?
a. veranderingen van het eigen vermogen die buiten het resultaat blijven